Afscheid

Klik hier voor Toespraak Jaqueline Biesheuvel-Vermeijden, Griffier van de Tweede Kamer
Klik hier voor mijn afscheidstoespraak

Toespraak van de Voorzittervan de Tweede Kamer, Frans Weisglas, ter gelegenheid van het afscheid van Bert Hubert op 2 februari 2005

 

Beste Bert,

 

Enkele maanden geleden nam de Griffier van de Kamer, Willem Hendrik de Beaufort, na 38 jaar afscheid. Met jouw vertrek Bert, verliest de Kamer opnieuw 35 jaar geheugen. Wij nemen vandaag afscheid van de laatste plaatsvervangend griffier die nog door oud-Griffier Schepel is aangenomen. Wij nemen ook afscheid van een markante persoonlijkheid, die zijn sporen in dit gebouw - bijna letterlijk - achterlaat.

Bert, 35 jaar geleden, werd je, net afgestudeerd, aangenomen als `assistent van de griffier' in het kader van een rijksbreed wervingsproject van jonge academici. Je was de eerste niet-jurist in het toen nog kleine corps van plv. griffiers. De toenmalige Griffier, vond de combinatie van een aantal jaren chemiestudie in Utrecht en daarna staatkundige economie in Rotterdam kennelijk een goede toevoeging aan de griffiersstaf. Niet alleen die achtergrond was bepalend voor zijn keuze. In die tijd werd ook nog gelet op de politieke kleur van de nieuwkomer. Gekeken werd hoe deze zich verhield met de politieke kleur van de plaatsvervangend-griffiers en assistenten onderling. Iedereen hier weet dat jij een liberaal ben in hart en nieren. Maar daarover straks meer. Sinds je beëdiging op 17 februari 1971 tot plaatsvervangend-griffier ging je carrière alleen maar opwaarts. Je hebt de Kamer zien veranderen en het gehele apparaat mét de gebouwen zien groeien.

Eind jaren zestig telde de Kamer nog zo'n tachtig medewerkers. Ook het werk van een commissie was toen anders. Je hebt dat eens zelf aldus

verwoord in een interview: "In 1970 kwam het voor dat een burger een brief naar een commissie schreef. Die brief werd direct naar de typekamer gebracht. Daar werd de brief overgetypt, waarna hij gestencild werd. Vervolgens werd de brief bij de commissieleden gebracht met het bericht erbij dat er een vergadering was uitgeschreven, "want er was een brief van een burger" !!!! Heden ten dage met jaarlijks duizenden brieven en mails van burgers per commissie doet dit bijna prehistorisch aan.

Bert, je was griffier van vele kamercommissies. Je muntte daarbij altijd uit door een grote dossierkennis en een aan perfectionisme grenzende, betrokkenheid. Hoewel je in al die jaren veel hebt gereisd mét de commissies waar je griffier van was, kreeg je in feite je vuurdoop toen je in oktober 1973. Met een parlementaire delegatie uit de Staten-Generaal naar China ging. Het was de eerste westerse delegatie die daar werd ontvangen.          j

Je hebt toen een uiterst gedetailleerd verslag geschreven. Van het ontbreken van insecten in de stallen van het leger tot de slechte prestaties van de delegatieleden bij het tafeltennissen met de gastheren deed je verslag. Het is een waar collegestuk geworden. Niet alleen over het China van toen, maar het heeft ook jarenlang als voorbeeld gediend voor het uitdijende griffiercorps hoe je een verslag van zo'n reis maakt.

Bert, als eerste van alle plaatsvervangend-griffiers was je bereid om ook de andere kant van de organisatie te leren kennen, namelijk als interim hoofd van de Interne Dienst. Je keek met een frisse blik tegen de organisatie van dat onderdeel aan. Velen zullen zich nog de introductie van zogenaamde klachtenbriefjes herinneren, als voorloper van het

algemene klantennummer. Onder jouw leiding kreeg deze dienst ook de eerste elektrische transportkar; om maar eens een ander van de ideeën te noemen, die je toen lanceerde.

In het gebouw heb je letterlijk je sporen achtergela en. Tijdens je waarneming van de eerste plaatsvervangend-griffier (1992/ 1993) ressorteerde de bouwcoördinatie onder jou. Veel langer echter ben je dé griffier van de Bouwbegeleidingscommissie geweest. Je zag je functie in deze commissie heel ruim. Je nam actief deel aan de discussie. Vaak kwam je vanuit je praktische inzicht met pragmatische oplossingen. Zoals vele politici een straat naar zich vernoemd krijgen, werd de doorgang van de nieuwbouw naar Nieuwspoort, ontsproten aan jouw brein, het Hubertuspoortje genoemd.

En dan Bert, volgt in het nieuwe millennium jouw "grande finale": je benoeming tot hoofd Dienst Informatievoorziening. Daarnaast bleef je tevens plaatsvervangend griffier van de Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven en van de Gemengde Commissie van Toezicht voor de Stenografische Dienst. Gezien je grote ervaring en interesse, zowel zakelijk als privé, voor alles dat met automatisering heeft te maken, was jij de juiste man op de juiste plaats. Je opdracht was allesbehalve gemakkelijk. Niet iedereen was gelukkig met die benoeming en je moest het bijna onmogelijke mogelijk maken. Zoals de fusie van de documentaire diensten en een totaal andere indeling van het personeel. Je hebt zelf eens gezegd datje, om dit te bereiken, vaak hebt moeten vechten als een leeuw. Maar, het is je gelukt! Daarvoor heb ik grote bewondering. Ik schreef hierover in mijn weekboek van april 2003 het volgende : "Het is indrukwekkend wat de Dienst Informatievoorziening, onder leiding van Bert Hubert, aan pasklare

informatie weet te produceren". Dat wil ik hier vandaag graag nog eens onderstrepen!    

Bert, uit het vorengaande blijkt dat je, zoals Shakespeare schreef,

"a man of many virtues" bent. Het werk bij de Kamer verlangt meer dan het gemiddelde van een medewerker. Jij bent daarnaast steeds zeer actief geweest in de niet-landelijke politiek. In de Haagse Gemeenteraad en in de provinciale Staten van Zuid-Holland. Soms op de voorgrond en soms in de coulissen.   

Beste Bert; je doopceel is langer dan een Voorzitter bij deze gelegenheid mag spreken. Medische omstandigheden hebben je gedwongen eerder met je werk in de Kamer op te houden dan je zelf had gewild. Zelf zeg je altijd: "Als je niet van politiek houdt, kom je in dit Huis niet ver". Het bijzondere is dat je je eigen politieke voorkeur en je werk in dit Huis altijd op een uitstekende, bijna vanzelfsprekende, wijze hebt kunnen scheiden. Ik denk datje op de afgelopen 35 jaar in de Kamer met veel voldoening mag terugkijken. Wij, van onze kant, zullen je markante persoonlijkheid missen.

Bert, Mieke en familie ik wens jullie alle goeds toe!

 

 

Toespraak door de Griffier van de Tweede Kamer, Mw.mr.  Biesheuvel-Vermeijden bij de afscheidsreceptie van drs. A.J.B.Hubert, hoofd Directie Informatievoorziening en plaatsvervangend griffier van de Tweede Kamer op

2 februari 2005 in de Oude Vergaderzaal

 

Beste Bert, lieve Mieke, Bert jr. Jaap en moeder Hubert.

 

Na 35 jaar afscheid nemen van een werkzaam leven in de Kamer betekent afscheid nemen van een tijdperk. Een tijdperk waarin - hoe kan het ook anders - veel is gebeurd, zowel zakelijk als privé.

Er werken nog maar enkele Mohikanen in de Kamer die hun hele werkzame leven dit huis dienen.... Jij was er een van Bert.

Maar, je zag, net zoals mijn voorganger, het griffierschap van een andere commissie als één grote nieuwe uitdaging. Jij ging echter nog verder, vooral na je benoeming tot coordinator commissiebureau Internationaal beleid, toen je ook het ad interim van de Interne Dienst op je nam; waarmee je een kijkje nam aan de andere kant' van het bedrijf.

Nu heb je toch altijd al dicht bij het ambtenarenapparaat gestaan, want vele jaren heb je je bezig gehouden met vakbondsactiviteiten voor de middelbare en hogere ambtenaren. Toen je zelf nog `assistent' van de griffier' was, begin jaren zeventig, en deze kleine groep medewerkers werd gepasseerd voor een promotie tot plaatsvervangend griffier ten gunste van een buitenstaander, voerde je al een collectieve actie, die uiteindelijk ook succes had. Ook later, toen je deel uit maakte van de voorloper van het Management Team, het Bureau, (maar ook daarna) heb je altijd veel aandacht gehad voor de zorgen en problemen van het personeel. En die zorg beperkte zich niet alleen tot de Kamer; Mieke en jij beschouwden die betrokkenheid als een vanzelfsprekend element in jullie dagelijks leven.

Aangezien ik nooit die jarenlange ervaring die jij hebt opgebouwd in de Kamer kan evenaren, ken ik je in feite alleen van de laatste jaren; voornamelijk tijdens de periode dat je hoofd Directie Informatievoorziening was. Evenals de Voorzitter spreek ik mijn grote bewondering uit voor hetgeen je in die functie hebt gepresteerd.

Historisch gegroeide en ook vergroeide diensten en afdelingen wist je onder één noemer te brengen. En dat was, zeker in de ambiance van de Kamerorganisatie die in veel opzichten nogal reactionair was, geen gemakkelijke opgave. De Voorzitter memoreerde al dat je gevochten hebt als een leeuw om zaken voor elkaar te krijgen. Er was op alle fronten heel veel weerstand en eerdere pogingen waren dan ook mislukt.

Je hebt het, ondanks alle mooie woorden die bij een afscheid passen, niet altijd gemakkelijk gehad in de Kamer. Zelf heb je ook niet altijd voor de gemakkelijkste weg gekozen. Je eiste veel van anderen, maar je hebt zelf ook heel veel moeten incasseren.

Het bewonderenswaardige is, dat je telkens weer vol goede moed, ik zou haast zeggen blijmoedig, opveerde en aan een nieuwe taak begon waarin je vervolgens weer heel veel energie stopte. Je vraagt je dan wel eens af waar men die energie vandaan haalt. Ik denk het antwoord te kunnen vinden in je familie, vooral de warmte en de hechtheid; de symbiose van jullie gezin zou ik een voorbeeld willen noemen van hoe een goed gezin er uit moet zien. Met zo'n solide basis kun je veel aan.

Toch zien velen met mij i' een groot onderscheid tussen Bert Hubert de plaatsvervangend griffier en Bert Hubert privé. De plv. griffier Bert

(in al zijn functies) is een afstandelijke, wat elitaire man, die ook naar de Kamerleden toe zich erg formeel (of was het onpartijdig of neutraal?) opstelde. "Een Haagse man" zei een oud-Kamerlid onlangs; hij kende zijn werk, je kon op hem rekenen, hij was degelijk én het was een goede bewaker van vorm en stijl, al waren grapjes niet geheel aan hem besteed"

Velen beschrijven je als een "heer van stand", die zich het goede leven laat welgevallen. Hiermee wordt natuurlijk onwillekeurig een verband gelegd tussen de bekendste heer van stand in Nederland : Heer Bommel - ik geloof zelfs dat je, als verzamelaar van dassen, wel eens een Bommeldas droeg. De nogal archaïsche inrichting van je werkkamer vond menigeen een grote Bommeliaanse uitstraling hebben. Zeker met de vele wapenschildjes van legeronderdelen die je tijdens werkbezoeken van de commissie Defensie verzamelde. Aangezien het gewoonte was dat schildjes werd uitgeruild, was het jouw inbreng dat de Kamer (en later ook de Eerste Kamer) deze schildjes als relatiegeschenk kreeg. Ik heb me laten vertellen dat deze schildjes zelfs tot diep in Afrika zijn doorgedrongen.       1

Toch gaat de vergelijking met deze heer van stand niet geheel op, want je beschikt ook over het scherpe intellect van een Tom Poes.

En als we toch aan het vergelijken zijn vind ik dat je veel meer overeenkomsten vertoont met de scherpzinnige Hercule Poirot, met een vergelijkbaar postuur en een even zo Bourgondische inslag voor wat het nuttigen van voedsel betreft (en dat beperkt zich niet tot een eenvoudige, maar voedzame maaltijd). Die liefde voor een goede maaltijd overschrijdt ongemerkt ook de grens tussen het zakelijke- en het privé-leven. Want, het kan niet ontkend worden dat de hele familie Hubert de gastronomie al vroeg heeft omarmd en nog steeds koestert. En ze kunnen dat op bijzonder gastvrije wijze ook met anderen (zoals collega's) delen; zeker wanneer er vuurwerk in Scheveningen is en je bij hen thuis met het magnifieke uitzicht op zee, werkelijk eerste klas zit.

Dat lekker en goed eten al vroeg in het griffiersleven van Bert een belangrijke plaats in nam blijkt uit het door de Voorzitter aangehaalde verslag over de China-reis. AI aan het begin van het verslag schrijft hij hierover           

"Over de maaltijd die avond, en over alle andere maaltijden die wij in China mochten genieten het volgende voor degenen die erin geïnteresseerd zijn

a. de gehele delegatie kon met grote handigheid met stokjes eten; b. Chinese maaltijden in China tonen geen enkele gelijkenis met Chinese maaltijden in Nederland

c. HET WAS VERRUKKELIJK  (kapitaien van de schrijver dezes)

In dit kader wil ik de aanwezigen hier de laatste stelling bij zijn (nog niet voorziene) promotie (maar misschien komt het er ooit nog van) ook niet onthouden : "Het bestaan van jaarverschillen in de Franse wijncultuur is het beste bewijs dat het Franse klimaat fundamenteel ongeschikt is voor de wijnbouw ." Daar is, lijkt mij, onder het genot van een goed glas. grondig over nagedacht!

Ik had het zo-even over de carrière van Bert, die zich (natuurlijk naast zijn vele politieke en daarmee samenhangende functies) hoofdzakelijk in de Tweede Kamer heeft afgespeeld. Er is echter één (overigens korte) eruptie in het Nederlandse politieke landschap geweest, waarbij de naam van Bert Hubert werd genoemd. Dat was bij de affaire Charl Schwietert. Het was voor de pers een kwestie van combineren en deduceren : Bert was toen fractievoorzitter van de VVD in de Haagse gemeenteraad EN bovendien griffier van de commissie Defensie. En zo verscheen de naam

van Bert op 12 november 1982 in de landelijke pers als mogelijke kandidaat-opvolger. Bert vroeg zich meteen af of het niet de zoveelste grap was, maar vond het feit dat zijn naam werd genoemd toch wel "een charmant idee". Het zal ongetwijfeld zijn ijdelheid hebben gestreeld.

Bert kreeg eens in de zoveel tijd ook landelijke bekendheid als voorzitter van het stembureau in de Kamer of wel : stembureau 524. Een functie die hij al meer dan twintig jaar met verve bekleedt en waarbij Bert vele malen op de tv en op foto's in de krant verscheen. Misschien zien we hem bij volgende verkiezingen nog eens terug in die hoedanigheid?

De werkkleding, of overall, zoals hij dat zelf eens noemde, van een griffier bestaat (en ik onderteken dat) uit een donker pak. Tijdens recessen echter kon men echter een bijna geheel onherkenbare Bert in Hawaï-shirt en korte broek in het gebouw aantreffen. "Er is dan een zekere luchtigheid in de kleding geslopen", zo noemt hij dat zelf. Maar het meest bijzondere optreden waarmee Bert zijn collega's ooit verraste was het -verschijnen in de griffiersvergadering, gekleed in een Mao-pak dat hij -u raadt het al- tijdens zijn Chinareis had gekocht.

Bert heeft vele hobby's, maar een groot deel van zijn leven is en wordt echter beheerst door die ene grote hobby: automatisering.

Het is natuurlijk geen toeval dat Bert uiteindelijk hoofd Dienst Informatievoorziening is geworden, want in een vroeg stadium deed de automatisering zijn intrede bij de gehele familie Hubert. De beide zonen Bert en Jaap hebben er zelfs hun beroep van gemaakt. Bert sr. beschikt zelfs over een eigen website, waarvan bij het schrijven deze speech (en die van de Voorzitter) dankbaar gebruik is gemaakt. Daar kun je ook de gps-coordinaten (global positioning) van huize Hubert op terugvinden. Want de familie Hubert is niet alleen op automatiseringsgebied goed thuis. Miekes redacteurschap van de Kampeerkampioen brengt onder andere met zich mee dat ze alles van schotelantennes afweten en die ook uitentreuren tijdens hun vele kampeervakanties hebben uitgeprobeerd. Overigens, voor eventuele medekampeerders: de tent van de familie is altijd herkenbaar aan het driehoekige Tweede­Kamervlaggetje (zie de Kamerbode nr. 11 uit 2002).

Het is duidelijk, moderne communicatiemethoden werden en worden door de Huberts geenszins gemeden: in een vroeg stadium beschikten zij al over laptops, mobieltjes en blackberries. Er zullen niet veel jongeren

zijn, die de snelheid van het sms-en tussen Bert en Mieke kunnen evenaren. Iaat staan hun eigen leeftijdgenoten.

AI die kennis is de Kamer natuurlijk zeer ten goede gekomen. Ik denk dat zonder Bert de commissie Klimaatbeheersing, waarvan hij griffier was, in 1995 niet als eerste een eigen website zou hebben gehad.

Bert heeft in menig interview gemeld dat zijn werk zijn voornaamste hobby was. Hij mixte deze liefhebberij deskundig met zijn andere hobby's en dat was grensoverschrijdend zowel zakelijk als privé.

Zoals de Voorzitter al meldde: Bert, je beschikt over vele kwaliteiten. En gezien je grote interesse op vele gebieden en je scala aan lidmaatschappen van vele commissies en clubs, of dat nu op het gebied is van de politiek, de vereniging van griffiers, de Thorbecke tafel in De Witte, het leesgezelschap Vriendschap en Oefening of de Bewonersvereniging Noordelijk Scheveningen, ik ben er van overtuigd dat je je zeker niet zult vervelen nu je je werkzame leven 'In dienst van de democratie achter je laat.           

AI met al vraag ik mij af waar je, naast al deze functies, ooit de tijd voor een fractievoorzitterschap in de Haagse raad (ik weet uit ervaring wat dat betekent) en je griffierschap in de Kamer vandaan hebt gehaald. Het is overigens de vraag die elke gepensioneerde zich na verloop van tijd stelt : Hoe hij naast alle bezigheden ooit nog heeft kunnen werken.

Bert, je mag wat mij betreft met voldoening terug zien op een zeer productief leven, waarbij je in dit huis minstens twee monumenten achterlaat die jouw sporen dragen: de nieuwbouw van de Kamer en de Dienst Informatievoorziening. Dank voor je inzet en grote betrokkenheid.

Ik hoop van harte dat jullie, mede gezien Mieke's gezondheid en die van jou zelf natuurlijk, nog lang van jullie solide basis, dat gelukkige gezin in dat mooie huis aan zee, mogen genieten.

 

 

Afscheidsspeech Bert Hubert

 

Tsja …..

 

Met Kamagurka in de NRC zeg ik maar dat het een vergissing is met pensioen te gaan als je óud bent.

Mieke en ik voelen ons in de geest nog veertigers. Dat het lichaam niet meer zo wil, is daar eigenlijk ondergeschikt aan. Dat ik de leeftijd heb bereikt waarop werken nog uitsluitend een hobby is, betekent dat ik het werken kan afwegen tegen andere hobby’s, ….  en díe heb ik genoeg om me van de straat te houden, gelukkig.

 

Mijn werk voor de Kamer is voor mij altijd tegelijk een hobby geweest, en ik heb het als eervol ervaren zo lang het landsbestuur, de politiek, te kunnen dienen. Dat ik ook wel me heb bezondigd aan lokale en regionale politiek zie ik als een onschuldig verlengde van die bestuurlijke hobby.

 

Als vanzelfsprekend denk je op deze dag ook terug aan wat je hebt meegemaakt. Aan de ontwikkelingen waar je mee vorm aan hebt gegeven. Tégen de trend van de tijdgeest in, ben ik niet zo somber over de Kamer van nu. De parlementaire gezapigheid en de benepenheid van 35 jaar geleden is verdwenen. Het parlement is onvergelijkbaar veel actiever geworden dan toen ik hier begon.

 

Toen ik midden zeventiger jaren de taak kreeg het eerste parlementaire onderzoek sinds tijden te doen, moesten we teruggrijpen naar 30-jaar oude archieven van de enquêtecommissie naar het Regeringsbeleid in de Tweede Wereldoorlog om te weten hoe dat moest. Nu hebben we er een draaiboek en gespecialiseerd personeel voor. Ikzelf heb maar liefst vier parlementaire onderzoeken mogen begeleiden, en dat hoorde toch echt niet bij de taakbeschrijving waarop ik was aangenomen.

 

Het parlement werkt trouwens ook veel harder dan vroeger. Tóén kwam een commissie nog in speciale procedure bijeen als er een brief van een kiezer was -en verder een keer of 8 per jaar voor een uurtje met de Minister. Toen ik kwam waren er voor alle commissies tezamen drie plv. griffiers en ik was de vierde assistent-griffier. Nu zijn er voor de commissies drie DCO’s en 70 of 80 ambtenaren in alle rangen, standen en specialisaties. En dan is er nog een Dienst Informatievoorziening, met een man of 70, in vergelijking met toen een bibliotheek met 2 of 3 mensen.

 

Goede tijden slechte tijden

De mooiste tijden die ik bij de Kamer heb meegemaakt – afgezien van de fantastische laatste jaren bij de Dienst Informatievoorziening  - zijn wel die van het kabinet Den Uyl en de kruisrakettenjaren.  Los van mijn eigen opvattingen over de inhoud was de vorm van de discussie memorabel.

·        Van het kabinet Den Uyl herinner ik me vooral de wekelijkse spanning op vrijdag aan de bar van het toenmalige Nieuwspoort. Wat voor gevechten zouden nu weer onbeslist gebleven zijn in de nachtelijke kabinetsvergadering? Dat soort toestanden hebben we alleen maar even teruggezien in dat korte kabinet met de LPF.

·        Tijdens de kruisrakettenjaren was ik griffier van de Defensiecommissie en chef commissiebureau Buitenlands Beleid. Ik heb toen aan den lijve ondervonden hoezeer de Haagse politiek ineens internationaal aandacht trok en hoe snel het Haagse Corps Diplomatique door alle landen kwalitatief opgewaardeerd en geprofessionaliseerd werd. Ik denk aan Paul Bremer en Collin Budd in zijn eerste plaatsing alhier. Bruisende tijden waren dat, en wekelijks een paar lunches of diners met de buitenlandse vertegenwoordigers. En toen ik een keer met Klaas de Vries in Washington was, organiseerde de ambassade een werkontbijt voor hem waar maar liefst 7 Senatoren voor kwamen opdraven.

 

Voor het overige doen veel herinneringen me denken aan de bijbeltekst van Handelingen 19:32:

“Zij riepen dan de ene dit, de andere wat anders; want de vergadering was verward en het meerdere deel wist niet, om wat oorzaak zij samengekomen waren.” In de nieuwe Bijbelvertaling is dit trouwens heel wat minder leuk geworden want daar staat: “Daar schreeuwde de menigte inmiddels van alles door elkaar, want er heerste grote verwarring en de meeste mensen wisten niet eens waarom zij bijeengekomen waren.”

 

Mooie herinneringen bewaar ik ook aan de vele buitenlandse werkbezoeken:

China, Indonesië, Zuidelijk Afrika, talloze malen het Midden Oosten en Noord Amerika en bijna alle Europese landen. Vaak maar kort, maar altijd leerzaam, vooral omdat je de leden beter leerde kennen. Heel bijzonder was dat ik voor de VN een advies aan het Jemenitische Parlement heb mogen maken over organisatie en werkwijze, dat nadien nog in uitvoering is gekomen ook, onder meer onder toezicht van Gerrit de Jong (nu lid van onze Rekenkamer).


Memoires

Natuurlijk is ook mij gevraagd of ik memoires ga publiceren. En even natuurlijk is ook mijn antwoord dat ik daar niet aan dénk! De Kamerleden kunnen gerust zijn.

Naast alle mooie dingen die ik daarin kwijt zou kunnen, zou ik ook smakelijke onthullingen kunnen doen. Zoals die

·        over het Kamerlid dat door zijn mede-delegatiegenoten weggerukt werd toen hij stond te gluren door het sleutelgat van de hotelkamer van een vrouwelijke griffier

·        over het Kamerlid waarvoor ik op Schiphol bij de Marechaussee een zeer hoge boete heb moet betalen voor een zware verkeersovertreding (begaan vóór zijn Kamerlidmaatschap)

·        over het Kamerlid dat zich een heel weekend dronken in de kruipruimten van het Kamergebouw heeft opgehouden en de beveiliging de stuipen op het lijf joeg met spookachtig gekreun

·        over de keer dat ik in één nacht met een beneveld Kamerlid zijn Verkeer- en Vervoersinbreng heb zitten schrijven voor het Verkiezingsprogramma van de toenmalige KVP

·        over het Kamerlid dat op een langdurige nachtelijke tussenstop op vliegveld Frankfurt er achter kwam dat zijn Bokma-fles leeg was en die spontaan in snikken uitbarstte

·        en evenmin zal ik vertellen over het Kamerlid dat stiekem de buitenlandse tolk ervan overtuigde dat de naam van onze delegatievoorzitter uitgesproken diende te worden als Mr. Shit. Dat hebben we maar zo gelaten.

 

Als u denkt dat deze opsomming een hoog alcoholpercentage toont, dan hebt u gelijk. Zo ging dat vroeger. Met trillende hand nam menig lid bij áánkomst op het Binnenhof een eerste biertje en tegen 11 uur een sherryglas jenever…. Tegenover veel van de mensen die zo hoog opgeven dat het in de politiek vroeger alles beter was, kan ik stellen dat toen ik net aantrad aan het Binnenhof daar - naast hooggewaardeerde leden als Zegering Hadders, Den Uyl, Schmelzer, Schakel, Biesheuvel, Patijn sr, Van der Stoel, Geertsema, Toxopeus, later Annelien Kappeyne van de Coppello, en zoveel anderen - ook een enorme massa uitgebluste figuren te vinden was, mensen die men maar Kamerlid had gemaakt om ze uit besturen en instellingen kwijt te raken, mensen die aan het eind van hun carrière echt over hun uiterste houdbaarheidsdatum heen waren. Dezulken zijn terecht niet in de herinnering overgebleven, maar ik heb liever de doorsnee backbencher van nu. Die zal ook niet de parlementaire geschiedenis ingaan, maar hij doet tenminste ijverig zijn werk en vertegenwoordigt het volk naar beste weten.

­


Dan de oprichting en inrichting van DIV.

 

Het hoogtepunt, waar ik met intense tevredenheid aan terug denk, is de oprichting van de Dienst Informatievoorziening. De toenmalige Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven en de toenmalige Griffier Willem Hendrik de Beaufort zal ik eeuwig dankbaar blijven dat ze mij de uitdaging hebben toevertrouwd de grootste reorganisatie door te voeren die het Kamerapparaat heeft meegemaakt: de samenvoeging van een stuk of zes afdelingen uit verschillende directies tot één hechte nieuwe dienst. Op latere leeftijd kon ik nog iets geheel nieuws beginnen, en daar was ik toen , na vijf jaar stilstand in de organisatieontwikkeling en na vijf jaren in de zijlijn, wel aan toe. De externe evaluatie van de oprichting van DIV, heeft niet alleen dat fusieproces maar ook de daarna ontstane dienstverlening hogelijk geprezen, en terecht. Vooral het personeel van die nieuwe Dienst heeft het mogelijk gemaakt dat de Kamer nu voorzien is van een informatiedienst die zonder meer gerekend kan worden tot de A-merken in de Haagse ambtenarij …en zelfs buiten de ambtenarij! Het prachtige nieuwe CIP is na erg veel vertraging dan deze week eindelijk een beetje in gebruik genomen, en dat verdiende zowel de Dienst als de Kamer zo langzamerhand ook wel!

 

De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de informatievoorziening maakte het mij ook mogelijk eindelijk werk te maken van ideeën over de mogelijkheden van computersystemen ten behoeve van de Kamer. Veel is gerealiseerd, veel is in gang gezet en veel op dat gebied staat op het punt werkelijkheid te worden. De Kamer zal dan ook internationaal voorop lopen met de nieuwe dienstverlening in- en extern, terwijl ik me 5 jaar geleden eigenlijk een beetje schaamde over wat we onze leden te bieden hadden in vergelijking met de buitenlandse parlementen. Ben ik daarmee tevreden? Nee …. want  voortgezette innovatie blijft nodig en mogelijk!

Toch denk ik dat ik DIV achterlaat in een fraai afgeronde tussenfase waar ik allen mee complimenteer en in het bijzonder de staf die mij daarin heeft bijgestaan, met natuurlijk in het bijzonder Jan Keukens, die nu alweer bijna een  jaar waarneemt als hoofd DIV nadat ik onverhoeds was uitgevallen, maar ook Winston Singh, Adri Kosten, Paula Wansleeben, alsmede Agnes Brugman en Jeroen Heerkens, van wie ik oprecht hoop dat hij nog eens afstudeert.

 

Onlangs zag ik eindelijk de advertentie voor de werving van mijn opvolger en met instemming heb ik gezien dat hij (zij?) niet alleen de Informatieadviseur blijft van de Kamer maar ook coördinator wordt van de éxterne informatievoorziening. De informatievoorziening aan het publiek is één van de weinige taken die het Parlement te lang heeft laten liggen en ik ben blij met de klaarblijkelijke uitkomst van de discussie daarover, zo goed als ik verheugd ben over de definitieve versie van de bijstelling van de ambtelijke topstructuur. Veel competentiestrijd is daarmee beslecht op een manier die ik herken uit een voorstel dat ik vorig jaar deed.

 

Dank

Dank aan allen die iets hebben overgemaakt aan Bomen voor koeien. Als ik straks door het platteland rijd en ergens een boompje zie staan, kan ik de illusie hebben dat ik daaraan heb bijgedragen. Velen hebben zich verbaasd dat een VVD’er als ik een dergelijk goed doel had uitgezocht - en ik hoop met mijn zelfzuchtige reden de twijfel te hebben weggenomen dat ik toch in het geheim geitenwollen sokken draag …..

Verder gaat mijn dank uit aan de Kamervoorzitters die ik heb mogen dienen, van de Heer Van Thiel tot Frans Weisglas, en aan de verschillende Griffiers die ik heb meegemaakt, Schepel, Koops, Kerkhofs, De Beaufort en nu dan Jacqueline. De overige collega-ambtenaren zijn te talloos om individueel te noemen en aan Kamerleden begin ik al helemaal niet. Aan de samenwerking met hen allen zal ik de beste herinneringen bewaren.

*

Tenslotte mijn dank aan mijn kinderen en mijn Mieke. De oudste zoon Bert houdt zich professioneel bezig met de ontwikkeling van esoterische software; en hij trouwt volgende week. En ook zoon Jaap, die over afzienbare tijd afstudeert, mag niet klagen over het leven. Mieke is altijd een hele steun geweest in moeilijke tijden en een goed kameraadje in goede tijden. Ook onze familie, vrienden en kennissen, hier in ruime mate aanwezig, wil ik zeer bedanken voor de steun die we de laatste jaren van hen hebben ontvangen.

 

-o0O0o-

 

(Dank aan sprekers en voor cadeaus)