Woensdag
8 september 2004 is archtect Quist bij me langs geweest, vergezeld van
de directeur van
het Museum en Maarten Grasveld (bouwcommisaris De Witte). Jan Vos was
erbij voor de VVE.
Grasveld begon te vertellen dat De
Witte geen bezwaar meer maakt tegen
de belettering (60 cm hoog) op de bovenmuur van het Museum, dus schuin
voor het Paviljoen. Dit stemt overeen met het oordeel van de
Welstandscommissie, zo is mijn vermoeden. De Welstandscommissie lijkt
echter weinig enthousiast te zijn over de billboards op de openbare weg
en zeker niet over dat bord van 2.48 m breed en 5 m hoog.
Quist zette uiteen wat de bedoeling is
van de billboards. Het
Museum moet overleven. Otterness
(niet behorend tot de favoriete
belevingen van spreker) trekt veel bezoekers, maar in het Museum komen
ze niet. Die bezoekers moeten worden verlokt het Museum te bezoeken.
Zij moeten naar de Museumingang gelokt worden door de billboards. Dat
is zijn opdracht voor het ontwerp.
Vanuit mijn woonkamer en vanaf mijn
terras hebben we waargenomen hoe de
belevenis van het enorme bord voor m'n uitzicht is. Quist leek dit niet
beseft te hebben bij het ontwerpen. Hij sprak over vervanging door een
bord van 3 m. hoog. Dat zou nl. passen in de hoogtelimiet van het
bestemmingsplan. (Overigens dan alle borden 3 m hoog, ook de twee
kleinere) Ik heb mijn twijfel geuit of een billboard wel begrepen is in
het soort bouwsels dat genoemd is in het bestemmingsplan als zijnde
toegestaan op de openbare weg (o.a. telefooncel en kiosk maar geen
reclamedragers). Ook de inpassing in het Haagse reclamebeleid lijkt me
problematisch. Het voordeel van zo'n kleiner (?) bord is wel dat ik
vanuit mijn huis de horizon blijf zien. Het nadeel is echter dat ik ook
prominent dat bord zie!
Ik heb staande op de plek van dat
enorme bord voor m'n uitzicht,
aangetoond dat men vanaf 'Otterness' in het geheel geen zicht heeft op
dat bord, zodat het geen rol kan spelen in de verlokking. Quist
repliceerde dat hij het bord dan naar voren wilde halen, dus dwars
strak tegen de stoeprand aan. Afgezien dat ook die locatie niet
zichtbaar is vanaf 'Otterness', heb ik mijn twijfel uitgesproken of
daar wel medewerking voor zal komen. Ik heb hem gewezen dat een bord
aan de overkant van de straat, op het talud naar het parkeerterrein
wellicht beter zou kunnen zijn. Zie de bijgevoegde foto's.
Nog beter voor de 'verlokking van de
Otterness-bezoeker' lijkt mij
een ludiek stel pijlen en opwekkende teksten op de kale betonnen muur
tussen 'Otterness' en de Museumingang. En/of geschilderde voetstapjes
op het trottoir ....
Het beste middel is m.i. overigens een werkstudent/suppoost bij 'Otterness'
die uitleg kan geven en iedereen een foldertje over het museum ter hand
kan stellen.
Tenslotte: de schrik sloeg me om het
hart toen Q. repte over de
overleving van het Museum. Dat klonk dreigend. En het gebied van
museum/Paviljoen is Bestemmingsplan-vrij. Daar geldt dus alleen de
gemeentelijke Bouwverordening. En die geeft als maximale bouwhoogte 50
m. Tel uit je winst als het museum zou falen en een projectontwikkelaar
neemt de erfpacht over!
Gelukkig is de werkgroep Ruimtelijke
Ordening van de Wijkorganisatie
Noordelijk Scheveningen al voornemens bij de gemeente aan te dringen op
- een bestemmingsplannetje voor het gebied van museum/paviljoen
- uitvaardiging van de status 'Beschermd stadsgezicht' voor de
gehele kuststrook, van de gemeentegrens tot de keerlus van tram 11.

