
Bestuurlijke
heroverweging in het
bestuursrecht
Lezing door Drs.
A.J.B. Hubert

Waarschuwing
vooraf.![]()
Dit is geen wetenschappelijk verantwoord juridisch betoog
maar een uiteenzetting vanuit de praktijk.
(Dat wil niet zeggen dat het onderstaande
wetenschappelijk ónverantwoord is!)
Scheveningen, oktober 2005
Graag
wil ik u wat vertellen over de ervaringen die ik heb opgedaan als lid
van
Bezwaarschriftenadviescommissies als bedoeld in de Algemene Wet
Bestuursrecht
(AWB).
Algemene bedoeling administratief (bestuurs)recht
De
overheid is goed voor ons. Dat uit zich o.a. daarin dat de overheid een
uitgebreid geformaliseerd systeem van verzetsmogelijkheden geeft tegen
de
overheid zelf. In het bestuursrecht is via de Algemene Wet
Bestuursrecht
geregeld hoe de burger (en zijn instellingen) zich niet hoeft neer te
leggen
bij besluiten van de overheid en haar organen.
De
AWB geldt voor alle overheidsorganen (bestuursorgaan =
rechtspersoon die
krachtens publiekrecht is ingesteld), dus ook voor zelfstandige
bestuursorganen (zbo’s), gemeenten, waterschappen etc. Uitzondering is
slechts
o.a. gemaakt voor Hoge Colleges van Staat zoals de Staten-Generaal.
Bezwaar en beroep betreft steeds
schriftelijke besluiten
a.
gericht op rechtsgevolg en
b.
gericht op individu.
Het
gaat dus niet om algemene voorschriften, wetten etc. en niet feitelijke
handelingen.
Op het belang hiervan kom ik terug aan het eind van deze lezing.
En
de burger moet een rechtstreeks belang hebben.
Vóór
de rechtszaak krijgt het bestuursorgaan de gelegenheid zich nog even te
beraden
op de juistheid van het genomen besluit. En daar doen de
adviescommissies hun
heilzaam werk.
Er
zijn overigens daarnaast speciale regelingen voor bepaalde massale
besluiten
als aanslagen gemeentelijke belastingen en bijstandsuitkeringen of
gevallen van
gebonden beslissingen als intrekking van een rijbewijs. De behandeling
vormt
een dagtaak voor ambtenaren. De beslissingen op bezwaren lopen niet via
een
adviescommissie maar worden rechtstreeks aan het bestuursorgaan
voorgelegd. Wel
bestaat ook hiervoor de gewone beroepsmogelijkheid op de rechter.
Onze ervaringsgeschiedenis met AROB en AWB
Toen Mieke in de jaren ’70 lid werd van
Provinciale
Staten van Zuid-Holland, is ze meteen lid geworden van de toenmalige
AROB-adviescommissie. Van haar leerde ik dat het niet alleen een
nuttige tijdsbesteding
was voor een lokaal politicus om zich met echte mensen en hun echte
problemen
bezig ten houden, maar dat het een prachtige observatieplaats is om het
ambtelijk apparaat in zijn echte (dis)functioneren te aanschouwen.
Mieke heeft
dit semi-administratiefrechtelijke werk haar hele leven voortgezet,
langjarig
als lid van de Adviescommissie Gewetensbezwaren Militaire Dienst, en nu
ook als
lid van de Haagse adviescommissie die zich bezig houdt met de
beroepszaken bij
de GSD.
In
mijn
raadsperiode in de jaren ’80 ben ik lid geweest van de
AROB-adviescommissie
voor Den
Haag.
Later ben ik benoemd tot lid van de Bezwarencommissie AWB van die
gemeente;
toen ik lid werd van Provinciale Staten werd
ik meteen
benoemd tot voorzitter van een tweetal Statencommissies, waaronder de
provinciale Bezwarencommissie. Ik maak sinds kort weer deel uit van die
commissie, en ben sinds een paar jaar ook betrokken bij de
bezwarencommissie
van eerst de gemeente ’s-Gravenzande en na de fusie van het hele
Westland.
Het
is voor mij een parttime bezigheid. Gemiddeld “zit” ik niet veel meer
dan eens
per week een ochtend, middag of avond. Daarnaast ben ik aan de
voorbereiding
van een zitting nog wel minstens een dagdeel kwijt, terwijl ik het soms
nuttig
acht vooraf de situatie ter plekke te gaan bekijken. In Den Haag valt
dat nog
wel mee; in het Westland en vooral de provincie kost het wat meer tijd
en heb
je TomTom hard nodig!
Geschiedenis van de wetgeving
In
mijn studietijd bestond het bestuursrecht uit een warreling van
verschillende
regelingen, soms ad hoc in de wet- en regelgeving opgenomen, en een Wet
AROB.
Het was in die tijd eigenlijk ‘not done’ dat overheden bezwaar maakte tegen
besluiten van
andere overheden en ook de burger kon zich maar beter koest houden. Er
was meer
sprake van bestuurlijke welwillendheid dan van een echt recht. Normen
en
waarden in dit beleidsveld waren nog sterk in ontwikkeling.[1]
De verwevenheid met het belanghebbende
bestuur was tot het hoogste niveau zeer sterk; de rechterlijke
distantie
ontbrak nogal eens.
De
Grondwet van 1983 bracht hierin verandering. Die verlangde immers dat
er naast
wetboeken van strafrecht, burgerlijk recht etc. ook algemene regels van
bestuursrecht wettelijk zouden worden vastgelegd. Dit leidde niet
alleen
(Staatsblad 1994) tot de Algemene Wet Bestuursrecht (tot stand gekomen
in
diverse tranches) en afschaffing van tal van afzonderlijke regels van
administratief recht, maar ook tot een belangrijke aanpassing van de
rechterlijke
organisatie in ons land.

Nieuw
was o.a. dat beroep op een bestuursrechter werd opengesteld i.p.v. een
hogere
bestuurslaag en dat de Raad van State de hoogste bestuursrechter werd.
Binnen
de Raad werden Chinese Muren opgetrokken om te verzekeren dat de advies- en rechterlijke functies niet in elkaar
zouden
overlopen. Ook kwam er een regeling voor de openbare voorbereiding van
bestuursbesluiten
en een betere regeling voor de procedures in de bezwaarfase voorafgaand
aan een
eventuele beroepsprocedure.
De eerste fase van de AWB: bestuurlijke
heroverweging geen juristerij,
heeft soms iets weg van mediation
In
grote trekken (er zijn vele uitzonderingen) ziet het proces er aldus
uit.
Let wel: het indienen van bezwaar heeft géén
opschortende werking. Wil men wel dat het genomen bestuursbesluit
gestuit
wordt, dan moet men in een soort kort gedingprocedure de
bestuursrechter meteen
een zgn. voorlopige voorziening vragen. De voorlopige voorziening kan
inhouden
dat lopende de hele beroepsprocedure in afwachting van de uiteindelijke
uitspraak geen gebruik gemaakt mag worden van de verkregen vergunning
o.i.d.
Men
kan zichzelf vertegenwoordigen in de procedure bij de
bezwaarschriftencommissie,
en in het algemeen is dit wél zo goed. Ik heb vele teleurstellende
ervaringen
opgedaan met vertegenwoordigingen door advocaten. Als ze al niet op de
gang
buiten de zittingzaal voor het eerst kennis maken met hun cliënt en de
feiten
in ze zaak, dan zijn ze in ieder geval zelden in het bestuursrecht
geverseerd.
Dan beginnen ze met trucs uit het civiele procesrecht, of met
fantastische
interpretaties van precedenten, terwijl wij gewoon van cliënt willen
horen hoe
de situatie precies zit. Heel basaal, dus de feiten gelegd naast wet en
billijkheid. Als het u ooit mocht gebeuren: ga zélf en stuur geen dure
advocaat
die z'n zaakjes niet kent!
Samenstelling commissies, organisatie &
ambtelijke bijstand; kosten
De
bezwarenadviescommissies moeten onafhankelijk zijn van het orgaan dat
het
besluit nam. Dus geen gemeenteambtenaren of wethouders. Wel toegestaan
is dat raads- of Statenleden benoemd
worden. Maar dat raakt uit de
mode. Het is ook een enorme belasting voor lokale politici om dit werk
er ook
nog bij te doen: de hoeveelheid zaken loopt nl. uit de hand. Maar het
is en
blijft voor lokale politici nuttig om zelf met echte mensen en echte
problemen
te maken te hebben. Den Haag en de provincie heeft nu
gekozen voor een gemengd stelsel: leden + oud-leden, eventueel
aangevuld met
mensen die door fracties worden voorgedragen.[2]
Maar
meestal wordt er tegenwoordig voor de bemensing van de commissies
gewoon een
advertentie geplaatst. Eisen zijn dan bestuurlijke en juridische
ervaring of
affiniteit, onafhankelijkheid, soms niet-woonachtig zijn in betrokken
gemeente.
En in elk geval lol in het werk, want de betaling is meestal mager voor
de
hoeveelheid werk.
De
commissies zijn meestal vrij omvangrijk: zo’n dertig personen in
totaal. Maar
de zittingen worden gedaan door subcommissies van drie mensen daaruit.
De
indeling is meestal naar interessegebied: wie alles weet van
ruimtelijke
ordening en bouwen is vaak niet erg geboeid door welzijnssubsidies,
onderwijskwesties
etc.
De
commissie wordt ambtelijk bijgestaan door secretarissen, notulisten en
administratieve krachten. Deze zijn weliswaar ambtenaar in dienst van
de
gemeente of provincie, maar vallen onder het functioneel gezag van de
(voorzitter van de) commissie. De secretarissen zijn meestal jurist, en
zijn
daarnaast meestal werkzaam bij de juridische dienst van het college.
Zij zijn
ook de verbindingsmensen naar de rest van het ambtelijk apparaat en
kunnen uit
de bestudering van het dossier al de verdedigende ambtenaren
voorbereiden
op de vragen die zij kunnen verwachten.
De
ambtelijke dienst bereidt ook de hele zitting voor, nodigt de klagers,
de
vertegenwoordigers van het college en eventuele derde belanghebbenden
uit,
levert de commissie tijdig de dossier aan en zet de verwerende
ambtenaar aan
tot het vooraf indienen van een verweerschrift inzake het
bezwaarschrift.
Verplicht is een verweerschrift niet, maar het bestuur staat er wel
sterker
door. Het secretariaat heeft ook een rol in het bezien of het
bezwaarschrift
überhaupt tijdig ontvangen is, getekend dan wel van een machtiging
voorzien is,
of er wel een procesbelang is, of schrijver wel tot de kring van
belanghebbenden
behoort, etc. etc.
In
Den Haag krijgt de commissie ook al vooraf een concept van de mogelijke
uitspraak op basis van het dossier. Als op de hoorzitting zaken toch
net anders
blijken te liggen, wordt dat concept aangepast. Bij de provincie krijgt
de
commissie vooraf een notitie van het secretariaat waarin het dossier
samengevat
en geanalyseerd wordt. Beide methoden zijn een mooi hulpmiddel bij de
voorbereiding van een commissielid – maar je moet wel de verleiding
weerstaan
je teveel op het ambtelijke houvast te vertrouwen, want het gaat om het
oordeel
gehoord de partijen.
Wat
de kosten betreft, het volgende. Voor de paarduizend
bezwaren in Den Haag bestaat het secretariaat uit ongeveer 20
ambtenaren,
waarvan de helft juristen. Samen kosten die tegen het miljoen €. De
zitting
kost dan voor drie leden nog eens een kleine € 500 + de tijd van de
verwerend
ambtenaar voor bestudering van dossier, schrijven van een
verweerschrift en het
opdraven. Dat zal de gemeente, in tijd en moeite uitgedrukt, nog wel
een miljoen
kosten.
Hoe gaat een hoorzitting? Waar letten we op?
Procedures, volg ze!
Het lijkt vanzelfsprekend dat een
bezwaarschrift op
schrift gesteld moet zijn, in het Nederlands. Maar soms is dat voor
klagers
heel moeilijk: analfabeet of te weinig bekend met onze taal. Dan moet
een
vertegenwoordiger, kind, buurman, maatschappelijk werker o.i.d.
optreden. Betrokkene
kan ter hoorzitting wel mondeling toelichting geven.
Men moet uiterlijk 6 weken na de beslissing
het
bezwaar maken. Overschrijding hiervan is absoluut einde oefening. Dit
is wel
schrijnend, omdat omgekeerd alle termijnen die aan het bestuur zijn
opgelegd,
alleen termijnen van orde zijn en geen rechten geven. (Tenzij een
vergunning na
x weken van rechtswege verleend wordt.)
Niet iedereen die iets heeft tegen een
overheidsbesluit
kan bezwaar aantekenen. Je moet een aantoonbaar belang hebben. Ik woon
wel op
Scheveningen, maar ik kan als bewoner van de Boulevard niet in het
wilde weg
bezwaar maken tegen een bouwplan in het Westbroekpark; wel kan ik
dat
namens het bestuur van de wijkorganisatie dat doen, als dat mij
machtigt.
De bezwaarde moet voor zichzelf opkomen,
tenzij hij
iemand schriftelijk gemachtigd heeft. Van bepaalde beroepsgroepen wordt
zonder
meer aangenomen dat zij gemachtigd zijn als zij zich ergens mee
bemoeien:
advocaten, sociale raadslieden etc.Van verenigingen etc. moet
onderzocht worden
of het bestreden belang wel in de doelstelling genoemd wordt.
De gehoorde partijen moeten over en weer over
de
zelfde gegevens beschikken. Wij oordelen niet Kafkaësk op basis van
documenten
die tegenpartij
niet kent.
Iedereen kan hoorzittingen bijwonen. Een
buurman, een
familielid, maar ook een journalist of een student is welkom. De
stukken liggen
dan ook een dag of tien ter inzage in het stadhuis. Die openbaarheid
wil wel
eens toestanden oproepen, bij woonwagenzaken bijvoorbeeld, of bij de
Zwarte
Madonna. Soms laten we preventief de sterke arm ook maar langs komen.
Sterk verbeterde juridische functie bij Den
Haag, zwak bij provincie,
te ontwikkelen in Westland
‘Besluiten
van het College’ worden maar zelden echt bewust door B&W of GS
genomen. Meestal
is de routinematige besluitvorming gedelegeerd of gemandateerd aan
ondergeschikte ambtenaren. Dat kunnen begenadigde juristen zijn, maar
meestal
zijn het (prima) vakspecialisten, die niettemin van de juristerij geen
kaas
gegeten hebben.
Een
(juridisch) zwak bestuur levert veel bezwaren op, al is het maar omdat
er
zoveel fout gaat. Van de bestuursorganen zou je mogen verwachten dat
men er in
elk geval voor zorgt dat de externe besluiten juridisch gaaf zijn. Bij
een
kleine gemeente kan je nog verlangen dat de besluiten vóór verzending
eerst een
stafdienst van de gemeentesecretaris passeren waar de check plaats
vindt op wat
gemandateerde ambtenaren uitspoken. Bij grote organisaties is dat niet
haalbaar. Daar is wel een sterke juridische adviesfunctie nodig
op
centraal niveau. In Den Haag is dit thans min of meer gerealiseerd. Die
adviesfunctie is in een symbiotische relatie gepositioneerd met het
secretariaat
van de AWB-adviescommissie. Als er dus iets fout is gegaan, ziet men
het zelf
meteen terug als een beroepszaak. Vluchten kan niet meer.
Ik
heb er, toen ik nog raadslid was medio jaren 80, sterk op aangedrongen
de
juridische toetsing als een concerntaak te zien. Het heeft dus wel even
geduurd
– en nog laat men af en toe pijnlijke fouten ontstaan.
Bij
de provincie is het bewustzijn dat zaken juridisch juist moeten worden
afgewikkeld, nog maar zwak ontwikkeld. In het Westland is dit nog
helemaal in
ontwikkeling.
Geeft uniek inzicht in kwaliteit en werkwijze
ambtelijke diensten +
verbetermogelijkheden door beleidsbrieven
Ik
ben er een groot voorstander van dat de commissies samengesteld zijn
uit mensen
met kennis van het lokale bestuur waar zij over moeten oordelen. De
bestuurders
hebben geen boodschap meer aan mij, en ik niet aan hen bij mijn
oordelen.
Daarvoor zijn wij als onafhankelijken
aangesteld en
dat zijn we ook echt. Maar we hebben ook inzicht in hoe we de
ambtelijke dienst
moeten beoordelen. En daar kom je snel achter bij behandeling van
bezwaren en
klachten. Je ziet diensten die ijzersterk opereren, je ziet ijzersterke
diensten ineens incidenteel de fout in gaan, en je ziet uitgesproken
zwakke,
slordige of vooringenomen diensten. Die waarnemingen deel je natuurlijk
met de
collegeleden die je best kent, hoe onafhankelijk je ook bent. Dit komt
op den
duur alleen maar de kwaliteit van het ambtelijk apparaat ten goede en
daarmee
de wijze waarop de burger tegemoet wordt getreden. Voor mij werkt dit
dus beter
in het Haagse en bij de provincie dan bij het Westland.
En
soms kom je zaken tegen die de individuele ambtelijke integriteit
raken. Daar
wordt altijd via de binnenlijn werk van gemaakt als er ook maar de
geringste
twijfel kan bestaan.[3]
Maar soms gaat klager de fout in door in
het wilde weg suggesties te wekken waarvan hij de gevolgen niet
overziet. (…
het heeft buurman veel geld gekost om de ambtenaren zover te krijgen …,
of ….
Weet u wel dat buurman bevriend is met x ….)
Een informeel formele manier om structurele
zaken in
het ambtelijke apparaat of in de regelgeving aan te pakken, is dat de
commissies de gewoonte aangenomen hebben af en toe buiten de uitspraken
over
iets een aparte beleidsbrief te sturen aan het verantwoordelijke
bestuurscollege.
Dat pleegt serieus genomen te worden en is dan ook een effectief middel
gebleken voor verbeteringen.[4]
Terugdringen van misbruik en oneigenlijk
gebruik van bezwaar en beroep
(NIMBY, hindermacht)
Nederlands: Niet In mijn Voor-
En Achtertuin
(NIVEA)
Het
gebruik dat gemaakt wordt van bezwaar en beroep dreigt uit de hand te
lopen.
Het lijkt wel alsof er een automatisme aan het ontstaan is, alsof men
denkt dat
het verplicht is bezwaar te maken als de autoriteit wat dan ook beslist
heeft.
Vaak zijn de opgegeven motieven uiterst zwak of zelfs volmaakt
kunstmatig en
triviaal. Ondertussen kost zo’n procedure wel handen vol geld en tijd.
Wat
doe je er tegen? Let wel: voor zinvolle beroepen is het bestuursrecht
uitgevonden en heel goed! Maar een beetje een rem er op zodat de burger
even
nadenkt voordat hij lichtvaardige procedures start, is wel gewenst.
Bij
de rechtbanken is er soms een griffierecht: je moet pakweg € 25 betalen
en dat
bedrag krijg je alleen terug als je in het gelijkgesteld wordt. Voor bezwaarmaken kan dat ook helpen: nu kan je
gratis zand in
de machine gooien. En € 25 lijkt overkomelijk in serieuze gevallen.
Voor
het beroep, en zeker het hoger beroep op de Raad van State, is te
denken aan
het Britse systeem van vergunning vragen bij de rechter om in beroep te
mogen
komen. Die rechter zeeft dan wel de kansloze of onzinnige maar
tijdvretende
zaken er uit.
Landelijk
heeft men in de tracéwet en in de zgn. NIMBY-wet de procedures
gestroomlijnd
zodat er nu alleen maar een paar essentiële punten over zijn waartegen
bezwaar
en beroep mogelijk is, en niet tegen allerlei bijkomende sub-besluitjes.
Praktijkvoorbeelden en anekdotes
Algemene regelingen en feitelijke
handelingen
Het
bestuursrecht is niet bedoeld om op te komen tegen wetten,
verordeningen of
keuren en tegen besluiten van algemene gelding. Een
belastingverordening richt
zich wel tot u, maar niet in het bijzonder tot u. Bezwaar kunt
u
adresseren aan het orgaan dat op het punt staat de verordening aan te
nemen.

Evenmin
kan bezwaar en beroep worden ingesteld tegen feitelijke handelingen
zoals het
aanbrengen van belijningsverf op het
openbare wegdek
of het verhuren van gemeentebezit.
WOB
Heel
boeiend zijn zaken betreffende de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het
openbaar bestuur
is echt openbaar (op wat uitzonderingen na). En wát de autoriteiten ook
denken,
bij die uitzonderingen hoort niet ‘omdat het ons beter uitkomt de
zaak maar
binnenskamers te houden’. Om tot een goed oordeel te komen, krijgt
de
bezwaarschriftencommissie vertrouwelijk wel vooraf te zien waar om
gevraagd was
en wat geweigerd was. Anders kan je niet oordelen of zich een absolute
of
relatieve uitzondering voordoet, wat de autoriteit ook beweert.
Een
treffend geval dat ik heb behandeld betrof de CETECO-affaire
bij de provincie: tot de essentie van de rel behoorde hoeveel de
provincie had in- en uitgeleend en tegen
welke voorwaarden (m.n. rente).
Het kwam GS niet uit want men schaamde zich.
De
bezwaarschriftencommissie vond dat de journalisten en daarmee het
publiek, het
volste recht hadden te weten wat er met hun geld gebankierd was.
GS
ging meteen contrair en had daarvoor politieke steun. Maar de
bestuursrechter
gaf de kranten en de bezwaarschriftencommissie helemaal gelijk. Het
college had
wel wat bereikt: de rel was al wat gesust en de ergerlijke feiten
konden na het
tijdsverloop van een maand of twee niet meer echt boeien.
Bijstandszaken
Van
Mieke begrijp ik dat de Haagse GSD streng doch rechtvaardig is. De
interpretatie van de regels is echter soms moeilijk te begrijpen:
waarom immers
heeft een bijstandstrekker al na 5 jaar recht op een nieuwe ijskast
terwijl de
uwe het na 15 jaar nog doet? En waarom loopt iemand een jaarlijkse langdurigheidstoeslag van € 500 mis omdat
hij één
keer lid van een stembureau was (á € 100)? En omgekeerd komt het voor
dat er
voor tonnen gefraudeerd wordt en wordt er teruggevorderd (naast de
aangifte!).
Gehandicaptenregelingen, omgaan met
medische adviezen
Je hebt bij dit soort regelingen altijd een
medische
keuring nodig. Kan aanvragen inderdaad geen 100 m. lopen en moet hij
een vaste
invalidenparkeerplaats voor de deur hebben? En is dat scootmobiel of
die
traplift wel nodig? Of is het medisch advies afwijzend?
Als
lekencommissie sta je met de mond vol tanden tegenover de bewering van
betrokkene dat de medicus het fout heeft gezien. Een kwestie van goed
vertrouwen, dus.
Reispapieren, identiteitskwesties
Er zijn mensen die heel regelmatig hun
paspoort of
identiteitskaart kwijt zijn. Honderden allochtonen melden zich met zo’n
verhaal. Meestal loopt het met een sisser af, maar regelmatig moet men
constateren
dat de nieuw ingediende foto geen gelijkenis vertoont met aanvrager dan
wel met
de foto die de vorige keer is ingediend. Oftewel: met wie hebben we
eigenlijk
te maken? Echte reispapieren zijn veel geld waard!
Een
mooi geval betrof een Somalische die een foto had ingeleverd die in
niets leek
op aanvraagster. De vorige foto had perfect geleken. Toen de dame
gehoord werd
in haar bezwaar ontdekte zij ineens: ‘hoe kan dat nu toch, dat ben
ik
helemaal niet, dat is een foto van mijn vriendin die in Londen woont
…..’
Wegsleepregeling
Zuur
als je weggesleept bent, en heel duur. Maar de foto’s
in het dossier tonen zonder uitzondering dat
de auto
echt hinderlijk fout was geparkeerd.
Maar
één keer konden we wat doen: iemand had tussen de middag z’n auto op
een
(nieuwe) bushalte geparkeerd. Maar de foto was duidelijk in het donker
gemaakt.
Het bleek dat de auto pas om halftwee
’s-nachts was weggesleept!
Welnu, kennelijk was de hinder niet zo dat er urgentie was met het
opheffen van
de overtreding, en op het moment dat weggesleept werd, leverde de auto
geen
hinder meer op omdat er toch geen bus meer reed. Die meneer hebben we
gelijk
gegeven ….
Horeca, kroegen en cafetaria’s,
gokkasten
Kroegen
etc. hebben allerlei vergunningen nodig en bij misdragingen kunnen
tenten
gesloten worden. Dat levert veel zaken op. Een bijzonderheid is dat er
soms
oneigenlijke motieven zijn: gokkasten zijn alleen toegestaan in zgn. hoogdrempelige
gelegenheden als café’s of volledige restaurants en niet in laagdrempelige
zaken als afhaalchinezen, sjoarmazaken, cafetaria’s etc.
Laagdrempelige gelegenheden wringen zich soms
in de raarste
bochten om toch hoogdrempelig te worden. Dat valt alleen te begrijpen
als men
beseft dat de opbrengst van één echte gokkast € 30.000 is voor de
exploitant en
nog eens zo’n bedrag voor de gokkastorganisatie.
Het
belang van de bestrijding van gokverslaving maakt dat we weinig
toeschietelijk
zijn.
Milieuzaken
Bij
de provincie gaat het vaak om milieuvergunningen. Dit is een zeer
complexe
materie. Vandaar dat de provinciale commissie soms maar één of twee
zaken per
dagdeel agendeert. De belangen zijn ook zeer hoog: denk aan hinderlijke
bedrijven in de Rotterdamse haven met honderden miljoenen aan omzet die
het
risico lopen gesloten te worden. Maar ook bij de toelaatbaarheid van
bepaalde
agrarische bedrijfsvoeringen gaat het om enorme belangen. En de druk op
het
toestaan van aantastingen van vaarwegen en van het landschap in
gebieden als
Reeuwijk is enorm, juist ook vanuit de gemeenten.
Aanschrijvingen
Het
is een wettelijke gemeentetaak toe te zien op de staat van de
volkshuisvesting.
Bij verwaarloosd (of zelfs gevaarlijk) onroerend goed kan de gemeente
eigenaren
verplichten hun pand weer in orde te maken (of anders zal de gemeente
het wel
doen op kosten van de eigenaren). Dat levert nogal eens bezwaren
op (het
zijn vaak dure reparaties) en schier onoplosbare problemen in de zoveel
in Den
Haag voorkomende gestapelde bouw. Wettelijk gaat het om taken van een
Vereniging van Eigenaren. Maar in veel gevallen weet men daar niet van
en
schildert men zelf wel de kozijnen. Maar gaat het om een dak of om het
riool,
dan zijn er altijd wel eigenaren die niet mee willen betalen. Het
gelijk van de
gemeente is dan om je van de domme te houden en de VVE aan te
schrijven; het
vergt veel takt om de zaak zo te regelen dat alle betrokkenen hun
aandeel
dragen.
Er
is nu ook een actief Haags beleid om slapende VVE’s te wekken.
Kapvergunningen
Dikke bomen mag je niet zó maar kappen, ook
niet in je
achtertuin. Bomen kunnen hinderlijk staan en moeten dan gekapt kunnen
worden.
Omwonenden echter kunnen veel genoegen beleven aan de boom en mogen dus
bezwaar
maken. Helaas is de betrokken gemeentelijk diens niet erg consistent in
wat ze
wel en wat ze niet toestaan, en in welke gevallen ze een herplantplicht
opleggen.
Bouw- en sloopvergunningen
Over
de bouwzaken zou ik boeken vol gevallen kunnen vullen. Bij de provincie
gaat
het overigens vooral om bestemmingsplannen, die uiterst gecompliceerd
kunnen
zijn. Daarom nu maar één gemeentelijk voorbeeld. Het betreft een
burenruzie
lang geleden in de Vogelwijk (waar helaas veel burenruzies zijn die
worden
uitgevochten via bestuursrechtelijke procedures).
Het
betrof twee woningen onder één kap, een veel voorkomende situatie in de
Vogelwijk.
Beide
buren zaten graag buiten op het achterterras. Tot zover goed, echter ….
één
stel rookte veel en het andere haatte rooklucht. Zij vroegen dus de
buren niet
te willen roken in hun achtertuin. Maar dat vonden zij te vér gaan. Dus
plaatsten de niet-rokers een hele hoge schutting tussen beide
achtertuinen. De
rokers vroegen de gemeente op grond van het bestemmingsplan (dat de
schuttinghoogte beperkt tot 2 m.) in te grijpen. En de gemeente
gelastte de
niet-rokers een schutting te plaatsen van maximaal 2 meter hoogte,
hetgeen ze
deden.


Maar
ze deden meer: boven die schutting uit verschenen gigantische
ventilatoren van
industriële proportie, die de rokende buren wegbliezen uit hun tuin, de
eerste
keer dat ze buiten wilden zitten. Dat leverde dus weer een klacht op
bij de
gemeente, die op grond van bestemmingsplan, hinderwet, en nog wat van
die
dingen verlangde dat er bouwvergunning zou worden aangevraagd voor
de
ventilatoren en hun behuizingen. Die werd daarna prompt geweigerd
en
gelast werd de illegale bouwwerken weer te slopen. Daar gingen de
niet-rokers
dus weer tegen in beroep en dat hebben ze volgehouden tot de Raad van
State en
het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Maar uiteindelijk zijn de
ventilatoren verdwenen. De buren waren ondertussen maar verhuisd …. !
Spectaculair
zijn hier natuurlijk niet de kleine verbouwinkjes en burenruzies maar
de
bouwplannen voor zeer grote complexen als bedrijfsgebouwen (o.a.
prostitutiepanden) en woonwijken. Meestal wordt hier met de nodige
zorgvuldigheid
opgetreden, maar ik heb ook wel eens de nieuwbouw van grote agrarische
schuren,
wooncomplexen en bedrijfshallen moeten afkeuren, wat tot grote
vertraging maar
uiteindelijk een betere stad leidden.
~.oO0Oo.~
Ik hoop dat u van deze lezing de indruk
overhoudt dat
het
niet alleen om nuttig maar ook om leuk werk
gaat.
[1]
Beginselen
van
behoorlijk bestuur (zoals
inmiddels uitgekristalliseerd).
(Tekst prof. Paul Cliteur)
De eerste functie van de beginselen van het recht, is het vormen van
een norm
voor het overheidshandelen, naast de overige normen van het geschreven
en
ongeschreven recht.
Een tweede functie is het optreden als beroepsgrond (en dus toetsings-
en vernietigingsgrond).
Er zijn bij de bestuursprocedures zeven beginselen die van toepassing
zijn.
Het verbod van ‘détournement
de pouvoir’, een bevoegdheid van een
wet mag
alleen maar daar bij toegepast worden als het als doel er gesteld is,
overheidsbevoegdheden mogen slechts op wettelijke grondslag berusten
(legaliteitsbeginsel).
Dit beginsel is op te delen in twee dimensies. Allereerst mogen
overheidsbevoegdheden alleen worden gebruikt voor het algemeen belang
en
vervolgens dat dit alleen mag met de doeleinden van de wetgever.
Het verbod op willekeur. Dit is een
mogelijke
uitloop van onevenredigheid van belangen, als kan worden aangetoond dat
een
afweging niet heeft plaatsgevonden.
Het zorgvuldigheidsbeginsel. Iedereen
moeten
worden gehoord en belangen moeten zorgvuldig worden afgewogen.
Het motiveringsbeginsel (verplichting
voor het
orgaan dat de beslissing heeft genomen). Wat is de draagkracht van een
motivering en wat is de basis van de beslissing ?
Het beginsel van rechtszekerheid
(vaste
gedragslijn van de overheid).
Het beginsel van gelijkheid (gelijke
gevallen gelijk
beoordelen). Alleen in zeer duidelijke gevallen een vernietigingsgrond.
Beginsel van ‘fair play’.
De overheid mag bepaalde procedures niet onnodig ophouden. Wordt echter
vaak
niet toegepast omdat er te weinig onderscheidend vermogen aanwezig is.
[2]
Ik heb in mijn afscheidsspeech als
Statenlid de aanzet gegeven voor de overgang bij de provincie.
[3] De kleine ambtenaar die ongemandateerd vergunningen afgaf terwijl dat in een bestuurlijke nota was afgewezen (berghokken bij woonschepen ergens in Den Haag). Daarbij was ook steeds een verzonnen Welstandsadvies gedicht
[4] Ik herinner me bijvoorbeeld de aanbeveling om de marktverordeningen in het Westland te integreren, de aanbeveling invalidenparkeerplaatsen uniform te markeren, de aanbeveling om kapvergunningen minder naar ogenschijnlijke willekeur te weigeren/toe te staan, de aanbeveling VVE’s uit hun slaap te wekken en de aanbeveling Welstandsadviezen transparanter te maken.