Bestuurlijke heroverweging in het bestuursrecht

 

Lezing door Drs. A.J.B. Hubert

 

Bert Hubert sr.

 

 

 

 

Waarschuwing vooraf.

Dit is geen wetenschappelijk verantwoord juridisch betoog

maar een uiteenzetting vanuit de praktijk.

(Dat wil niet zeggen dat het onderstaande wetenschappelijk ónverantwoord is!)

 

 

 

Scheveningen, oktober 2005

 


 

Graag wil ik u wat vertellen over de ervaringen die ik heb opgedaan als lid van Bezwaarschriftenadviescommissies als bedoeld in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB).

 

Algemene bedoeling administratief (bestuurs)recht

 

De overheid is goed voor ons. Dat uit zich o.a. daarin dat de overheid een uitgebreid geformaliseerd systeem van verzetsmogelijkheden geeft tegen de overheid zelf. In het bestuursrecht is via de Algemene Wet Bestuursrecht geregeld hoe de burger (en zijn instellingen) zich niet hoeft neer te leggen bij besluiten van de overheid en haar organen.

De AWB geldt voor alle overheidsorganen (bestuursorgaan = rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld), dus ook voor zelfstandige bestuursorganen (zbo’s), gemeenten, waterschappen etc. Uitzondering is slechts o.a. gemaakt voor Hoge Colleges van Staat zoals de Staten-Generaal.

 

Bezwaar en beroep betreft steeds schriftelijke besluiten

a. gericht op rechtsgevolg en

b. gericht op individu.

 

Het gaat dus niet om algemene voorschriften, wetten etc. en niet feitelijke handelingen. Op het belang hiervan kom ik terug aan het eind van deze lezing.

En de burger moet een rechtstreeks belang hebben.

 

Vóór de rechtszaak krijgt het bestuursorgaan de gelegenheid zich nog even te beraden op de juistheid van het genomen besluit. En daar doen de adviescommissies hun heilzaam werk.

Er zijn overigens daarnaast speciale regelingen voor bepaalde massale besluiten als aanslagen gemeentelijke belastingen en bijstandsuitkeringen of gevallen van gebonden beslissingen als intrekking van een rijbewijs. De behandeling vormt een dagtaak voor ambtenaren. De beslissingen op bezwaren lopen niet via een adviescommissie maar worden rechtstreeks aan het bestuursorgaan voorgelegd. Wel bestaat ook hiervoor de gewone beroepsmogelijkheid op de rechter.

 

Onze ervaringsgeschiedenis met AROB en AWB

 

Toen Mieke in de jaren ’70 lid werd van Provinciale Staten van Zuid-Holland, is ze meteen lid geworden van de toenmalige AROB-adviescommissie. Van haar leerde ik dat het niet alleen een nuttige tijdsbesteding was voor een lokaal politicus om zich met echte mensen en hun echte problemen bezig ten houden, maar dat het een prachtige observatieplaats is om het ambtelijk apparaat in zijn echte (dis)functioneren te aanschouwen. Mieke heeft dit semi-administratiefrechtelijke werk haar hele leven voortgezet, langjarig als lid van de Adviescommissie Gewetensbezwaren Militaire Dienst, en nu ook als lid van de Haagse adviescommissie die zich bezig houdt met de beroepszaken bij de GSD.

The image “file:///D:/Mijn%20documenten/Mijn%20documenten/Den%20Haag/haagswapen.jpeg” cannot be displayed, because it contains errors.In mijn raadsperiode in de jaren ’80 ben ik lid geweest van de AROB-adviescommissie voor Den

Haag. Later ben ik benoemd tot lid van de Bezwarencommissie AWB van die gemeente;

toen ik lid werd van Provinciale Staten werd ik meteen benoemd tot voorzitter van een tweetal Statencommissies, waaronder de provinciale Bezwarencommissie. Ik maak sinds kort weer deel uit van die commissie, en ben sinds een paar jaar ook betrokken bij de bezwarencommissie van eerst de gemeente ’s-Gravenzande en na de fusie van het hele Westland. 

 

Het is voor mij een parttime bezigheid. Gemiddeld “zit” ik niet veel meer dan eens per week een ochtend, middag of avond. Daarnaast ben ik aan de voorbereiding van een zitting nog wel minstens een dagdeel kwijt, terwijl ik het soms nuttig acht vooraf de situatie ter plekke te gaan bekijken. In Den Haag valt dat nog wel mee; in het Westland en vooral de provincie kost het wat meer tijd en heb je TomTom hard nodig!

 

Geschiedenis van de wetgeving

 

In mijn studietijd bestond het bestuursrecht uit een warreling van verschillende regelingen, soms ad hoc in de wet- en regelgeving opgenomen, en een Wet AROB. Het was in die tijd eigenlijk ‘not done’ dat overheden bezwaar maakte tegen besluiten van andere overheden en ook de burger kon zich maar beter koest houden. Er was meer sprake van bestuurlijke welwillendheid dan van een echt recht. Normen en waarden in dit beleidsveld waren nog sterk in ontwikkeling.[1] De verwevenheid met het belanghebbende bestuur was tot het hoogste niveau zeer sterk; de rechterlijke distantie ontbrak nogal eens.

 

De Grondwet van 1983 bracht hierin verandering. Die verlangde immers dat er naast wetboeken van strafrecht, burgerlijk recht etc. ook algemene regels van bestuursrecht wettelijk zouden worden vastgelegd. Dit leidde niet alleen (Staatsblad 1994) tot de Algemene Wet Bestuursrecht (tot stand gekomen in diverse tranches) en afschaffing van tal van afzonderlijke regels van administratief recht, maar ook tot een belangrijke aanpassing van de rechterlijke organisatie in ons land.

Nieuw was o.a. dat beroep op een bestuursrechter werd opengesteld i.p.v. een hogere bestuurslaag en dat de Raad van State de hoogste bestuursrechter werd. Binnen de Raad werden Chinese Muren opgetrokken om te verzekeren dat de advies- en rechterlijke functies niet in elkaar zouden overlopen. Ook kwam er een regeling voor de openbare voorbereiding van bestuursbesluiten en een betere regeling voor de procedures in de bezwaarfase voorafgaand aan een eventuele beroepsprocedure.

 

 

De eerste fase van de AWB: bestuurlijke heroverweging geen juristerij, heeft soms iets weg van mediation

 

In grote trekken (er zijn vele uitzonderingen) ziet het proces er aldus uit.

 

Let wel: het indienen van bezwaar heeft géén opschortende werking. Wil men wel dat het genomen bestuursbesluit gestuit wordt, dan moet men in een soort kort gedingprocedure de bestuursrechter meteen een zgn. voorlopige voorziening vragen. De voorlopige voorziening kan inhouden dat lopende de hele beroepsprocedure in afwachting van de uiteindelijke uitspraak geen gebruik gemaakt mag worden van de verkregen vergunning o.i.d.

 

Men kan zichzelf vertegenwoordigen in de procedure bij de bezwaarschriftencommissie, en in het algemeen is dit wél zo goed. Ik heb vele teleurstellende ervaringen opgedaan met vertegenwoordigingen door advocaten. Als ze al niet op de gang buiten de zittingzaal voor het eerst kennis maken met hun cliënt en de feiten in ze zaak, dan zijn ze in ieder geval zelden in het bestuursrecht geverseerd. Dan beginnen ze met trucs uit het civiele procesrecht, of met fantastische interpretaties van precedenten, terwijl wij gewoon van cliënt willen horen hoe de situatie precies zit. Heel basaal, dus de feiten gelegd naast wet en billijkheid. Als het u ooit mocht gebeuren: ga zélf en stuur geen dure advocaat die z'n zaakjes niet kent!

 

Samenstelling commissies, organisatie & ambtelijke bijstand; kosten

 

De bezwarenadviescommissies moeten onafhankelijk zijn van het orgaan dat het besluit nam. Dus geen gemeenteambtenaren of wethouders. Wel toegestaan is dat raads- of Statenleden benoemd worden. Maar dat raakt uit de mode. Het is ook een enorme belasting voor lokale politici om dit werk er ook nog bij te doen: de hoeveelheid zaken loopt nl. uit de hand. Maar het is en blijft voor lokale politici nuttig om zelf met echte mensen en echte problemen te maken te hebben. Den Haag en de provincie heeft nu gekozen voor een gemengd stelsel: leden + oud-leden, eventueel aangevuld met mensen die door fracties worden voorgedragen.[2] Maar meestal wordt er tegenwoordig voor de bemensing van de commissies gewoon een advertentie geplaatst. Eisen zijn dan bestuurlijke en juridische ervaring of affiniteit, onafhankelijkheid, soms niet-woonachtig zijn in betrokken gemeente. En in elk geval lol in het werk, want de betaling is meestal mager voor de hoeveelheid werk.

De commissies zijn meestal vrij omvangrijk: zo’n dertig personen in totaal. Maar de zittingen worden gedaan door subcommissies van drie mensen daaruit. De indeling is meestal naar interessegebied: wie alles weet van ruimtelijke ordening en bouwen is vaak niet erg geboeid door welzijnssubsidies, onderwijskwesties etc.

De commissie wordt ambtelijk bijgestaan door secretarissen, notulisten en administratieve krachten. Deze zijn weliswaar ambtenaar in dienst van de gemeente of provincie, maar vallen onder het functioneel gezag van de (voorzitter van de) commissie. De secretarissen zijn meestal jurist, en zijn daarnaast meestal werkzaam bij de juridische dienst van het college. Zij zijn ook de verbindingsmensen naar de rest van het ambtelijk apparaat en kunnen uit de bestudering van het dossier al de  verdedigende ambtenaren voorbereiden op de vragen die zij kunnen verwachten.

De ambtelijke dienst bereidt ook de hele zitting voor, nodigt de klagers, de vertegenwoordigers van het college en eventuele derde belanghebbenden uit, levert de commissie tijdig de dossier aan en zet de verwerende ambtenaar aan tot het vooraf indienen van een verweerschrift inzake het bezwaarschrift. Verplicht is een verweerschrift niet, maar het bestuur staat er wel sterker door. Het secretariaat heeft ook een rol in het bezien of het bezwaarschrift überhaupt tijdig ontvangen is, getekend dan wel van een machtiging voorzien is, of er wel een procesbelang is, of schrijver wel tot de kring van belanghebbenden behoort, etc. etc.

In Den Haag krijgt de commissie ook al vooraf een concept van de mogelijke uitspraak op basis van het dossier. Als op de hoorzitting zaken toch net anders blijken te liggen, wordt dat concept aangepast. Bij de provincie krijgt de commissie vooraf een notitie van het secretariaat waarin het dossier samengevat en geanalyseerd wordt. Beide methoden zijn een mooi hulpmiddel bij de voorbereiding van een commissielid – maar je moet wel de verleiding weerstaan je teveel op het ambtelijke houvast te vertrouwen, want het gaat om het oordeel gehoord de partijen.

Wat de kosten betreft, het volgende. Voor de paarduizend bezwaren in Den Haag bestaat het secretariaat uit ongeveer 20 ambtenaren, waarvan de helft juristen. Samen kosten die tegen het miljoen €. De zitting kost dan voor drie leden nog eens een kleine € 500 + de tijd van de verwerend ambtenaar voor bestudering van dossier, schrijven van een verweerschrift en het opdraven. Dat zal de gemeente, in tijd en moeite uitgedrukt, nog wel een miljoen kosten.

 

Hoe gaat een hoorzitting? Waar letten we op? Procedures, volg ze!

 

Het lijkt vanzelfsprekend dat een bezwaarschrift op schrift gesteld moet zijn, in het Nederlands. Maar soms is dat voor klagers heel moeilijk: analfabeet of te weinig bekend met onze taal. Dan moet een vertegenwoordiger, kind, buurman, maatschappelijk werker o.i.d. optreden. Betrokkene kan ter hoorzitting wel mondeling toelichting geven.

Men moet uiterlijk 6 weken na de beslissing het bezwaar maken. Overschrijding hiervan is absoluut einde oefening. Dit is wel schrijnend, omdat omgekeerd alle termijnen die aan het bestuur zijn opgelegd, alleen termijnen van orde zijn en geen rechten geven. (Tenzij een vergunning na x weken van rechtswege verleend wordt.)

Niet iedereen die iets heeft tegen een overheidsbesluit kan bezwaar aantekenen. Je moet een aantoonbaar belang hebben. Ik woon wel op Scheveningen, maar ik kan als bewoner van de Boulevard niet in het wilde weg bezwaar maken tegen een bouwplan in het Westbroekpark; wel kan  ik dat namens het bestuur van de wijkorganisatie dat doen, als dat mij machtigt.

De bezwaarde moet voor zichzelf opkomen, tenzij hij iemand schriftelijk gemachtigd heeft. Van bepaalde beroepsgroepen wordt zonder meer aangenomen dat zij gemachtigd zijn als zij zich ergens mee bemoeien: advocaten, sociale raadslieden etc.Van verenigingen etc. moet onderzocht worden of het bestreden belang wel in de doelstelling genoemd wordt.

De gehoorde partijen moeten over en weer over de zelfde gegevens beschikken. Wij oordelen niet Kafkaësk op basis van documenten die tegenpartij  niet kent.

Iedereen kan hoorzittingen bijwonen. Een buurman, een familielid, maar ook een journalist of een student is welkom. De stukken liggen dan ook een dag of tien ter inzage in het stadhuis. Die openbaarheid wil wel eens toestanden oproepen, bij woonwagenzaken bijvoorbeeld, of bij de Zwarte Madonna. Soms laten we preventief de sterke arm ook maar langs komen.

 

Sterk verbeterde juridische functie bij Den Haag, zwak bij provincie, te ontwikkelen in Westland

 

‘Besluiten van het College’ worden maar zelden echt bewust door B&W of GS genomen. Meestal is de routinematige besluitvorming gedelegeerd of gemandateerd aan ondergeschikte ambtenaren. Dat kunnen begenadigde juristen zijn, maar meestal zijn het (prima) vakspecialisten, die niettemin van de juristerij geen kaas gegeten hebben.

 

Een (juridisch) zwak bestuur levert veel bezwaren op, al is het maar omdat er zoveel fout gaat. Van de bestuursorganen zou je mogen verwachten dat men er in elk geval voor zorgt dat de externe besluiten juridisch gaaf zijn. Bij een kleine gemeente kan je nog verlangen dat de besluiten vóór verzending eerst een stafdienst van de gemeentesecretaris passeren waar de check plaats vindt op wat gemandateerde ambtenaren uitspoken. Bij grote organisaties is dat niet haalbaar. Daar is wel een sterke juridische adviesfunctie nodig op centraal niveau. In Den Haag is dit thans min of meer gerealiseerd. Die adviesfunctie is in een symbiotische relatie gepositioneerd met het secretariaat van de AWB-adviescommissie. Als er dus iets fout is gegaan, ziet men het zelf meteen terug als een beroepszaak. Vluchten kan niet meer.

Ik heb er, toen ik nog raadslid was medio jaren 80, sterk op aangedrongen de juridische toetsing als een concerntaak te zien. Het heeft dus wel even geduurd – en nog laat men af en toe pijnlijke fouten ontstaan.

Bij de provincie is het bewustzijn dat zaken juridisch juist moeten worden afgewikkeld, nog maar zwak ontwikkeld. In het Westland is dit nog helemaal in ontwikkeling.

 

Geeft uniek inzicht in kwaliteit en werkwijze ambtelijke diensten + verbetermogelijkheden door beleidsbrieven

 

Ik ben er een groot voorstander van dat de commissies samengesteld zijn uit mensen met kennis van het lokale bestuur waar zij over moeten oordelen. De bestuurders hebben geen boodschap meer aan mij, en ik niet aan hen bij mijn oordelen. Daarvoor zijn wij als onafhankelijken aangesteld en dat zijn we ook echt. Maar we hebben ook inzicht in hoe we de ambtelijke dienst moeten beoordelen. En daar kom je snel achter bij behandeling van bezwaren en klachten. Je ziet diensten die ijzersterk opereren, je ziet ijzersterke diensten ineens incidenteel de fout in gaan, en je ziet uitgesproken zwakke, slordige of vooringenomen diensten. Die waarnemingen deel je natuurlijk met de collegeleden die je best kent, hoe onafhankelijk je ook bent. Dit komt op den duur alleen maar de kwaliteit van het ambtelijk apparaat ten goede en daarmee de wijze waarop de burger tegemoet wordt getreden. Voor mij werkt dit dus beter in het Haagse en bij de provincie dan bij het Westland.

 

En soms kom je zaken tegen die de individuele ambtelijke integriteit raken. Daar wordt altijd via de binnenlijn werk van gemaakt als er ook maar de geringste twijfel kan bestaan.[3] Maar soms gaat klager de fout in door in het wilde weg suggesties te wekken waarvan hij de gevolgen niet overziet. (… het heeft buurman veel geld gekost om de ambtenaren zover te krijgen …, of …. Weet u wel dat buurman bevriend is met x ….)

Een informeel formele manier om structurele zaken in het ambtelijke apparaat of in de regelgeving aan te pakken, is dat de commissies de gewoonte aangenomen hebben af en toe buiten de uitspraken over iets een aparte beleidsbrief te sturen aan het verantwoordelijke bestuurscollege. Dat pleegt serieus genomen te worden en is dan ook een effectief middel gebleken voor verbeteringen.[4]

 

Terugdringen van misbruik en oneigenlijk gebruik van bezwaar en beroep (NIMBY, hindermacht)

Nederlands: Niet In mijn Voor- En Achtertuin (NIVEA) 

 

Het gebruik dat gemaakt wordt van bezwaar en beroep dreigt uit de hand te lopen. Het lijkt wel alsof er een automatisme aan het ontstaan is, alsof men denkt dat het verplicht is bezwaar te maken als de autoriteit wat dan ook beslist heeft. Vaak zijn de opgegeven motieven uiterst zwak of zelfs volmaakt kunstmatig en triviaal. Ondertussen kost zo’n procedure wel handen vol geld en tijd.

Wat doe je er tegen? Let wel: voor zinvolle beroepen is het bestuursrecht uitgevonden en heel goed! Maar een beetje een rem er op zodat de burger even nadenkt voordat hij lichtvaardige procedures start, is wel gewenst.

Bij de rechtbanken is er soms een griffierecht: je moet pakweg € 25 betalen en dat bedrag krijg je alleen terug als je in het gelijkgesteld wordt. Voor bezwaarmaken kan dat ook helpen: nu kan je gratis zand in de machine gooien. En € 25 lijkt overkomelijk in serieuze gevallen.

Voor het beroep, en zeker het hoger beroep op de Raad van State, is te denken aan het Britse systeem van vergunning vragen bij de rechter om in beroep te mogen komen. Die rechter zeeft dan wel de kansloze of onzinnige maar tijdvretende zaken er uit.

Landelijk heeft men in de tracéwet en in de zgn. NIMBY-wet de procedures gestroomlijnd zodat er nu alleen maar een paar essentiële punten over zijn waartegen bezwaar en beroep mogelijk is, en niet tegen allerlei bijkomende sub-besluitjes.

 

Praktijkvoorbeelden en anekdotes

 

Algemene regelingen en feitelijke handelingen

 

Het bestuursrecht is niet bedoeld om op te komen tegen wetten, verordeningen of keuren en tegen besluiten van algemene gelding. Een belastingverordening richt zich wel tot u, maar niet in het bijzonder tot u. Bezwaar kunt u adresseren aan het orgaan dat op het punt staat de verordening aan te nemen.

Evenmin kan bezwaar en beroep worden ingesteld tegen feitelijke handelingen zoals het aanbrengen van belijningsverf op het openbare wegdek of het verhuren van gemeentebezit.

 

 

WOB

 

Heel boeiend zijn zaken betreffende de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het openbaar bestuur is echt openbaar (op wat uitzonderingen na). En wát de autoriteiten ook denken, bij die uitzonderingen hoort niet ‘omdat het ons beter uitkomt de zaak maar binnenskamers te houden’. Om tot een goed oordeel te komen, krijgt de bezwaarschriftencommissie vertrouwelijk wel vooraf te zien waar om gevraagd was en wat geweigerd was. Anders kan je niet oordelen of zich een absolute of relatieve uitzondering voordoet, wat de autoriteit ook beweert.

Een treffend geval dat ik heb behandeld betrof de CETECO-affaire bij de provincie: tot de essentie van de rel behoorde hoeveel de provincie had in- en uitgeleend en tegen welke voorwaarden (m.n. rente). Het kwam GS niet uit want men schaamde zich.

De bezwaarschriftencommissie vond dat de journalisten en daarmee het publiek, het volste recht hadden te weten wat er met hun geld gebankierd was.

GS ging meteen contrair en had daarvoor politieke steun. Maar de bestuursrechter gaf de kranten en de bezwaarschriftencommissie helemaal gelijk. Het college had wel wat bereikt: de rel was al wat gesust en de ergerlijke feiten konden na het tijdsverloop van een maand of twee  niet meer echt boeien.

 

Bijstandszaken

 

Van Mieke begrijp ik dat de Haagse GSD streng doch rechtvaardig is. De interpretatie van de regels is echter soms moeilijk te begrijpen: waarom immers heeft een bijstandstrekker al na 5 jaar recht op een nieuwe ijskast terwijl de uwe het na 15 jaar nog doet? En waarom loopt iemand een jaarlijkse langdurigheidstoeslag van  € 500 mis omdat hij één keer lid van een stembureau was (á € 100)? En omgekeerd komt het voor dat er voor tonnen gefraudeerd wordt en wordt er teruggevorderd (naast de aangifte!).

 

Gehandicaptenregelingen, omgaan met medische adviezen

 

Je hebt bij dit soort regelingen altijd een medische keuring nodig. Kan aanvragen inderdaad geen 100 m. lopen en moet hij een vaste invalidenparkeerplaats voor de deur hebben? En is dat scootmobiel of die traplift wel nodig? Of is het medisch advies afwijzend?

Als lekencommissie sta je met de mond vol tanden tegenover de bewering van betrokkene dat de medicus het fout heeft gezien. Een kwestie van goed vertrouwen, dus.

 

 

Reispapieren, identiteitskwesties

 

Er zijn mensen die heel regelmatig hun paspoort of identiteitskaart kwijt zijn. Honderden allochtonen melden zich met zo’n verhaal. Meestal loopt het met een sisser af, maar regelmatig moet men constateren dat de nieuw ingediende foto geen gelijkenis vertoont met aanvrager dan wel met de foto die de vorige keer is ingediend. Oftewel: met wie hebben we eigenlijk te maken? Echte reispapieren zijn veel geld waard!

Een mooi geval betrof een Somalische die een foto had ingeleverd die in niets leek op aanvraagster. De vorige foto had perfect geleken. Toen de dame gehoord werd in haar bezwaar ontdekte zij ineens: ‘hoe kan dat nu toch, dat ben ik helemaal niet, dat is een foto van mijn vriendin die in Londen woont …..’

 

Wegsleepregeling

 

Zuur als je weggesleept bent, en heel duur. Maar de foto’s in het dossier tonen zonder uitzondering dat de auto echt hinderlijk fout was geparkeerd.

Maar één keer konden we wat doen: iemand had tussen de middag z’n auto op een (nieuwe) bushalte geparkeerd. Maar de foto was duidelijk in het donker gemaakt. Het bleek dat de auto pas om halftwee ’s-nachts was weggesleept! Welnu, kennelijk was de hinder niet zo dat er urgentie was met het opheffen van de overtreding, en op het moment dat weggesleept werd, leverde de auto geen hinder meer op omdat er toch geen bus meer reed. Die meneer hebben we gelijk gegeven ….

 

Horeca, kroegen en cafetaria’s, gokkasten

 

Kroegen etc. hebben allerlei vergunningen nodig en bij misdragingen kunnen tenten gesloten worden. Dat levert veel zaken op. Een bijzonderheid is dat er soms oneigenlijke motieven zijn: gokkasten zijn alleen toegestaan in zgn. hoogdrempelige gelegenheden als café’s of volledige restaurants en niet in laagdrempelige zaken als afhaalchinezen, sjoarmazaken, cafetaria’s etc.

Laagdrempelige gelegenheden wringen zich soms in de raarste bochten om toch hoogdrempelig te worden. Dat valt alleen te begrijpen als men beseft dat de opbrengst van één echte gokkast € 30.000 is voor de exploitant en nog eens zo’n bedrag voor de gokkastorganisatie.

Het belang van de bestrijding van gokverslaving maakt dat we weinig toeschietelijk zijn.

 

 

Milieuzaken

 

Bij de provincie gaat het vaak om milieuvergunningen. Dit is een zeer complexe materie. Vandaar dat de provinciale commissie soms maar één of twee zaken per dagdeel agendeert. De belangen zijn ook zeer hoog: denk aan hinderlijke bedrijven in de Rotterdamse haven met honderden miljoenen aan omzet die het risico lopen gesloten te worden. Maar ook bij de toelaatbaarheid van bepaalde agrarische bedrijfsvoeringen gaat het om enorme belangen. En de druk op het toestaan van aantastingen van vaarwegen en van het landschap in gebieden als Reeuwijk is enorm, juist ook vanuit de gemeenten.

 

Aanschrijvingen

 

Het is een wettelijke gemeentetaak toe te zien op de staat van de volkshuisvesting. Bij verwaarloosd (of zelfs gevaarlijk) onroerend goed kan de gemeente eigenaren verplichten hun pand weer in orde te maken (of anders zal de gemeente het wel doen op kosten van de eigenaren).  Dat levert nogal eens bezwaren op (het zijn vaak dure reparaties) en schier onoplosbare problemen in de zoveel in Den Haag voorkomende gestapelde bouw. Wettelijk gaat het om taken van een Vereniging van Eigenaren. Maar in veel gevallen weet men daar niet van en schildert men zelf wel de kozijnen. Maar gaat het om een dak of om het riool, dan zijn er altijd wel eigenaren die niet mee willen betalen. Het gelijk van de gemeente is dan om je van de domme te houden en de VVE aan te schrijven; het vergt veel takt om de zaak zo te regelen dat alle betrokkenen hun aandeel dragen.

Er is nu ook een actief Haags beleid om slapende VVE’s te wekken.

 

Kapvergunningen

 

Dikke bomen mag je niet zó maar kappen, ook niet in je achtertuin. Bomen kunnen hinderlijk staan en moeten dan gekapt kunnen worden. Omwonenden echter kunnen veel genoegen beleven aan de boom en mogen dus bezwaar maken. Helaas is de betrokken gemeentelijk diens niet erg consistent in wat ze wel en wat ze niet toestaan, en in welke gevallen ze een herplantplicht opleggen.

 

Bouw- en sloopvergunningen

 

Over de bouwzaken zou ik boeken vol gevallen kunnen vullen. Bij de provincie gaat het overigens vooral om bestemmingsplannen, die uiterst gecompliceerd kunnen zijn. Daarom nu maar één gemeentelijk voorbeeld. Het betreft een burenruzie lang geleden in de Vogelwijk (waar helaas veel burenruzies zijn die worden uitgevochten via bestuursrechtelijke procedures).

Het betrof twee woningen onder één kap, een veel voorkomende situatie in de Vogelwijk.

Beide buren zaten graag buiten op het achterterras. Tot zover goed, echter …. één stel rookte veel en het andere haatte rooklucht. Zij vroegen dus de buren niet te willen roken in hun achtertuin. Maar dat vonden zij te vér gaan. Dus plaatsten de niet-rokers een hele hoge schutting tussen beide achtertuinen. De rokers vroegen de gemeente op grond van het bestemmingsplan (dat de schuttinghoogte beperkt tot 2 m.) in te grijpen. En de gemeente gelastte de niet-rokers een schutting te plaatsen van maximaal 2 meter hoogte, hetgeen ze deden.

             

Maar ze deden meer: boven die schutting uit verschenen gigantische ventilatoren van industriële proportie, die de rokende buren wegbliezen uit hun tuin, de eerste keer dat ze buiten wilden zitten. Dat leverde dus weer een klacht op bij de gemeente, die op grond van bestemmingsplan, hinderwet, en nog wat van die dingen verlangde dat er bouwvergunning zou worden aangevraagd voor de  ventilatoren en hun behuizingen.  Die werd daarna prompt geweigerd en gelast werd de illegale bouwwerken weer te slopen. Daar gingen de niet-rokers dus weer tegen in beroep en dat hebben ze volgehouden tot de Raad van State en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Maar uiteindelijk zijn de ventilatoren verdwenen. De buren waren ondertussen maar verhuisd …. !

 

Spectaculair zijn hier natuurlijk niet de kleine verbouwinkjes en burenruzies maar de bouwplannen voor zeer grote complexen als bedrijfsgebouwen (o.a. prostitutiepanden) en woonwijken. Meestal wordt hier met de nodige zorgvuldigheid opgetreden, maar ik heb ook wel eens de nieuwbouw van grote agrarische schuren, wooncomplexen en bedrijfshallen moeten afkeuren, wat tot grote vertraging maar uiteindelijk een betere stad leidden.

 

~.oO0Oo.~

 

Ik hoop dat u van deze lezing de indruk overhoudt dat het

niet alleen om nuttig maar ook om leuk werk gaat.

 

 

 

 

 

.

 



[1] Beginselen van behoorlijk bestuur (zoals inmiddels uitgekristalliseerd).
(Tekst prof. Paul Cliteur)
De eerste functie van de beginselen van het recht, is het vormen van een norm voor het overheidshandelen, naast de overige normen van het geschreven en ongeschreven recht.
Een tweede functie is het optreden als beroepsgrond (en dus toetsings- en vernietigingsgrond).
Er zijn bij de bestuursprocedures zeven beginselen die van toepassing zijn.

Het verbod van ‘détournement de pouvoir, een bevoegdheid van een wet mag alleen maar daar bij toegepast worden als het als doel er gesteld is, overheidsbevoegdheden mogen slechts op wettelijke grondslag berusten (legaliteitsbeginsel). Dit beginsel is op te delen in twee dimensies. Allereerst mogen overheidsbevoegdheden alleen worden gebruikt voor het algemeen belang en vervolgens dat dit alleen mag met de doeleinden van de wetgever.

Het verbod op willekeur. Dit is een mogelijke uitloop van onevenredigheid van belangen, als kan worden aangetoond dat een afweging niet heeft plaatsgevonden.

Het zorgvuldigheidsbeginsel. Iedereen moeten worden gehoord en belangen moeten zorgvuldig worden afgewogen.

Het motiveringsbeginsel (verplichting voor het orgaan dat de beslissing heeft genomen). Wat is de draagkracht van een motivering en wat is de basis van de beslissing ?

Het beginsel van rechtszekerheid (vaste gedragslijn van de overheid).

Het beginsel van gelijkheid (gelijke gevallen gelijk beoordelen). Alleen in zeer duidelijke gevallen een vernietigingsgrond.

Beginsel van ‘fair play. De overheid mag bepaalde procedures niet onnodig ophouden. Wordt echter vaak niet toegepast omdat er te weinig onderscheidend vermogen aanwezig is.

 

[2] Ik heb in mijn afscheidsspeech als Statenlid de aanzet gegeven voor de overgang bij de provincie.

 

[3] De kleine ambtenaar die ongemandateerd vergunningen afgaf terwijl dat in een bestuurlijke nota was afgewezen (berghokken bij woonschepen ergens in Den Haag). Daarbij was ook steeds een verzonnen Welstandsadvies gedicht

[4] Ik herinner me bijvoorbeeld de aanbeveling om de marktverordeningen in het Westland te integreren, de aanbeveling invalidenparkeerplaatsen uniform te markeren, de aanbeveling om kapvergunningen minder naar ogenschijnlijke willekeur te weigeren/toe te staan, de aanbeveling VVE’s uit hun  slaap te wekken en de aanbeveling Welstandsadviezen transparanter te maken.