Artikel 18
Openbare straat
1.
De gronden, welke blijkens de kaart zijn aangewezen
voor openbare straat, zijn onverminderd het bepaalde in artikel 5, bestemd
voor wegen,
straten, voetpaden, rijwielpaden,
trappen, parkeerplaatsen en bijbehorende voorzieningen zoals verkeersgeleiders
en bermen.
2.
De op de kaart aangegeven dwarsprofielen moeten in acht worden genomen.
3.
Op deze gronden mogen onverminderd het bepaalde in artikel 5 uitsluitend
worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming en voor doeleinden
van. kunst of openbaar nut met uitzondering van.
woonruimte, zoals abri's, telefooncellen, openbare toiletten en voorwerpen
van beeldende kunst of van decoratieve aard alsmede kiosken en vitrines met
dien verstande dat:
a. de inhoud van een gebouw
niet meer dan 15 m3 mag bedragen;
b. de goothoogte van een gebouw
niet meer dan
3
meter boven het direct aangrenzende terreinniveau mag bedragen.
4.
Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde
in:
a. het tweede lid, indien een
en ander om (verkeers)technische redenen nodig
en de verandering van ondergeschikte aard is;
b. het derde lid onder a tot
een maximum inhoud van 50 m3;
c. het derde lid onder b tot
een maximum goothoogte van 3,50 meter.
Artikel 20
Voetgangersgebied
1.
De gronden, welke als zodanig zijn aangewezen,
zijn onverminderd het bepaalde
in artikel 5, bestemd voor voetpaden en trappen met de daarbij behorende
voorzieningen.
2.
Op deze gronden mogen, onverminderd het bepaalde
in artikel 5, uitsluitend worden
gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming en voor doeleinden van kunst
of openbaar nut met uitzondering van woonruimte, zoals abri's, telefooncellen,
openbare toiletten en voorwerpen van beeldende kunst
of van decoratieve aard alsmede
kiosken en vitrines met dien verstande dat:
a. de inhoud van een gebouw
niet meer dan 15 m3 mag bedragen;
b. de goothoogte van een gebouw
niet meer dan
3
meter boven het direct aangrenzende terreinniveau mag bedragen.
3.
Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde
in:
a. het tweede lid onder a tot
een maximum inhoud van 50 m3;
b. het tweede lid onder b tot
een maximum goothoogte van 3,50 meter.