“WAT WILT U HOE ZELF BESLISSEN”

 

 

 

 

RAPPORT

VAN DE COMMISSIE

EVALUATIE

LEDENRAADPLEGING

 

aan de ALV-VVD

 

 

 

 

 

Samenstelling Commissie:

Mevrouw Drs. G.R. Bagijn-van Overbeeke

Drs. A.J.B. Hubert

Mevrouw Prof. Mr. Dr. E. Kneppers-Heynert

Marco Swart, algemeen secretaris van het HB,

 heeft de commissie desgevraagd bijgestaan

 door gegevens aan te leveren

 


OVERWEGINGEN, uitgangspunten

 

Het hoofdbestuur maakte tijdens de algemene vergadering te Veldhoven in de herfst van 2003 bekend dat zij een commissie evaluatie ledenraadplegingen (CEL) had ingesteld. Benoemd in deze commissie werden: mevrouw G.R. Bagijn-van Overbeeke uit Laren, mevrouw E.M. Kneppers-Heynert uit Sauwerd en de heer A.J.B. Hubert uit Den Haag.

 

De taakopdracht luidde:

“De commissie heeft tot taak het verloop van de drie ledenraadplegingen in het najaar van 2003 te beoordelen in het licht van de besluitvorming over de partijvernieuwing, en voorstellen te doen die bijdragen aan het succes van toekomstige ledenraadplegingen. Hierbij zijn in ieder geval aan de orde:

          het proces waarlangs de keuzelijsten tot stand komen;

          de wijze waarop leden hun voorkeur kenbaar kunnen maken;

          het verloop van de campagnes die afzonderlijke kandidaten voeren;

          de informatievoorziening aan leden en andere betrokkenen;

          de regelgeving.”

Bij de publicatie van dit besluit werden de leden en afdelingen opgeroepen hun reacties of ervaringen bij de ledenraadpleging in te zenden bij de commissie.

 

-o-0-o-

 

De commissie is van harte uitgegaan van de besluiten die door de partij zijn genomen inzake rechtstreeks invloed van leden d.m.v. de ledenraadpleging. Terugkeer naar de oude wijze van getrapte besluitvorming is geen optie. Bovendien maakte het HB duidelijk dat het de taak van de Commissie Evaluatie Ledenraadpleging was, de ledenraadpleging te evalueren, en niet aspecten van het voorafgaande besluit van de VVD tot invoering van die Ledenraadpleging.

 

Wel is kennis genomen van tekenen van onvrede in de partij over aspecten van de gehouden ledenraadplegingen. Daarbij is overigens onderkend dat al lessen waren geleerd uit de eerste ledenraadpleging, voor de lijsttrekker Europese verkiezingen.

 

Binnen het VVD-electoraat van leden bleken o.a de volgende kwesties aanleiding te geven voor onvrede:

-         de als standaard (default) ingestelde keuze voor de HB-lijst voor de nrs. 2 t/m 30 voor het EP

-         de ingewikkeldheid om een daarvan afwijkende keuze te maken

-         de kandidaatstelling: door kandidaat zelf of door minstens één partijorgaan (HB of afdeling)

-         de noodzaak over een internetverbinding te beschikken dan wel de volharding te hebben het hele telefonische proces af te ronden

-         de hoeveelheid ongevraagd reclamemateriaal van kandidaten (SPAM)

-         de kosten die gemaakt werden door kandidaten (kapitaalkracht als voordeel)

-         de kansen voor gelijke behandeling van de kandidaten (“level playing field”)

-         de geringe respons (ruim minder dan 20 % van de leden nam de beslissingen)

-         de ledenraadpleging zou vele zijn ontgaan (blad Politiek! niet of niet goed gelezen)

-         de mogelijkheid stemmen te ronselen waardoor één persoon vele malen kan stemmen.

Dit bleek uit schriftelijke (e-mail) klachten die HB en commissie bereikten, en uit de berichten die de commissieleden rechtstreeks bereikten. Ook heeft de commissie kennis genomen van een overzicht van probleempunten die het Algemeen Secretariaat telefonisch bereikt hadden bij de laatstgehouden raadplegingen (Partijvoorzitter, Eurolijst). In de onderlinge discussie hebben de leden van de commissie nog een aantal bijkomende vraagstukken geïdentificeerd en besproken. Tenslotte heeft de commissie ter oriëntatie enkele enquêtes laten uitvoeren:

-         bij een breed ledenonderzoek van de LPC zijn enkele vragen inzake de ledenraadpleging meegenomen, m.n. gericht op redenen waarom men NIET had gestemd. Tot onze spijt zijn de resultaten van deze enquete niet beschikbaar bij het verschijnen van dit rapport. Zo mogelijk zal de commissie de resultaten in een apart rapportage aan de partij bekend maken;

-         er is een uitvoerige vragenlijst toegezonden aan alle kandidaten.

De respons op deze laatste enquête was verheugend groot.


BESCHOUWINGEN

 

De commissie heeft de bemerkingen van de VVD-leden aan de volgende beschouwingen onderworpen.

 

  1. Voor een evaluatie is het eigenlijk aan de vroege kant. Met nog slecht twee van de drie types ledenraadpleging (te weten kandidaten voor een éénpersoonsfunctie, kandidaten voor een lijst, en vóór of tegen een bepaalde inhoudelijke vraag) is ervaring opgedaan. De commissie heeft daarom slechts geoordeeld over de gang van zaken bij de persoonskeuzes, maar beseft dat tal van vragen nog beantwoord dienen te worden alvorens overgegaan kan worden tot een ledenraadpleging over een politiek standpunt. Wat dat betreft kan gedacht worden aan: wie is gerechtigd de aanvrage te doen, wie zal de voor te leggen vraagstelling formuleren, is uitsluitend een binair antwoord mogelijk (ja, neen), bij welke opkomst is de uitslag bindend, en bindend voor wie?
  2. Op de techniek van de ledenraadpleging valt gelukkig weinig aan te merken. Wel valt op dat in binnen- en buitenland nergens de combinatie werd gehanteerd als bij de VVD: stemmogelijkheid telefonisch óf via internet. Elders werd vooral het briefstemmen gehanteerd, soms gecombineerd met telefonisch stemmen. De gehanteerde techniek bij de ingehuurde provider lijkt adequaat en geeft geen aanleiding voor opmerkingen. Enkele veiligheidswensen zijn – begrijpelijkerwijs - rechtstreeks met het HB gecommuniceerd. Wel is een vraagteken te zetten bij de waarde van de notariële verklaring betreffende het verloop van de ledenraadpleging. Die betreft nl. niet meer dan de mededeling dat de ingehuurde provider in aanwezigheid van de notaris de uitslag en de berekeningen heeft overhandigd aan het Hoofdbestuur. Van controle op de integriteit van de stemming en van een oordeel over de gehanteerde techniek en administratieve organisatie rondom de stemming (digital audit) is geen sprake. Ook moet geconstateerd worden dat een bepaling tegen ronselpraktijken[1] gemist wordt. Tenslotte wordt een privacy statement op de site gemist. Niet alleen is dit een EU-verplichting, maar ook is de commissie een rapport overhandigd waaruit bleek dat het het HB mogelijk was uit de opgegeven “contactnummers” van de kiezers af te leiden tot welke leeftijdscategorie de stemmers behoorden. Hoe nuttig wellicht ook, dit wekt toch de indruk dat het om tot personen herleidbare gegevens gaat. Die personen moet gegarandeerd worden dat hun privacy gewaarborgd is. En daar dient een privacy statement voor.
  3. De vraag is of de aankondiging in Politiek! en via e-mail adequaat is. De commissie is bekend met klachten van leden die het blad Politiek! ongeopend hebben weggeworpen dan wel over het hoofd hebben gezien dat het stembiljet was bijgesloten bij Politiek! en die de plastic wikkel hebben weggeworpen met het ingesloten vel waarop de adressering was opgenomen. Pas bij lezing van Politiek! drong de waarde van de bijsluiter door. De gedachte is opgekomen dat een uitscheurbare kartonnen pagina in Politiek! danwel toezending van de aankondiging per aparte brief(kaart) meer kans heeft gelezen en begrepen te worden door de leden. De meerkosten van zo’n meer aandachttrekkende verzendmethoden zullen de € 10.000 niet te boven gaan, waarbij als uitgangspunt dient dat de kandidaatgegevens etc. wel in Politiek! worden opgenomen en niet in die aparte mailing. De commissie acht dit niet onverantwoord omdat dit een effectieve wijze lijkt te zijn de ledenraadpleging onder de aandacht te brengen van de leden en de participatiegraad te verhogen. Het voorstel een wijziging aan te brengen in de wijze van oproeping (nl. per aparte brief) van de leden, moet niet verward worden met het volgende punt, het briefstemmen.
  4. Als losstaand van het vorige punt, is de gedachte besproken ook de mogelijkheid te creëren van stemmen per brief naast stemmen per telefoon of per internet. Dat is de klassieke manier van het stemmen op afstand. Hiermee lijkt de participatiegraad effectief belangrijk verhoogd te kunnen worden. De eenvoudigste manier is door aan de oproepkaart een afscheurbaar deel te hechten dat als kiesbiljet kan worden teruggestuurd. Wil men de service complementeren, dan wordt in de plastic wikkel van Politiek! een retour-enveloppe toegevoegd.
  5. Voor het vaststellen van de uitslag van de briefstemmers is wel menskracht nodig. Bij landelijke verkiezingen worden zo’n 25.000 briefstemmen uitgebracht door Nederlandse stemgerechtigden woonachtig in het buitenland. Die worden in enkele uren geteld door ongeveer 40 ambtenaren. Bij een ledenraadpleging zal het personeel van het Algemeen Secretariaat (of zal een daartoe aangewezen groep van onafhankelijke leden) de briefstemmen  dus binnen enkele dagen kunnen tellen. De commissie acht dit verantwoord. Als men de gelegenheid biedt de brief ongefrankeerd naar een Antwoordnummer te zenden, dan is daarmee naar schatting maximaal € 5.000 gemoeid. De Commissie acht ook dit verantwoord.
  6. De commissie acht de kritiek op het aanbieden van de HB-lijst als defaultkeuze begrijpelijk. Zij acht het echter ook begrijpelijk dat het HB als handreiking aan de leden een lijst in de volgorde van zijn keuze onder ogen heeft gebracht. In haar ogen zou het HB zijn taak verzaakt hebben als dit niet was gebeurd: een lijst is méér dan een opsomming van de beste kandidaten maar is ook een product van afwegingen betreffende regionale afkomst, specialisaties, zittingsduur etc. Bedacht moet worden dat de klassieke wijze van stemmen op een partijcongres ook uitging van een HB-lijst en niet volstrekt vrij was.
  7. Anders dan voor de verkiezing voor een enkelvoudige functie (partijvoorzitter, lijsttrekker) zijn bij de samenstelling van een lijst volhoudingsvermogen en nogal wat technische vaardigheid bij de kiezer onmisbaar. Het samenstellen van een lijst van kandidaten in volgorde van voorkeur is een ingewikkelde aangelegenheid, in het bijzonder van ouderen en mensen met weinig administratieve vaardigheid.
  8. Nogal wat leden hebben ook laten weten moeite te hebben de informatie over een zo groot aantal leden goed te gebruiken om tot een oordeel te komen. In het blad Politiek! werd beknopte informatie gegeven over de kandidaten. Verder vonden vier regionale verkiezingsavonden plaats waar iedere kandidaat slechts een paar minuten de tijd had zich te presenteren. Dit was zowel voor de kandidaten als de leden onbevredigend. Overige informatie kwam van directe mailing van de kandidaten en die werd door sommige leden gekwalificeerd als weinig inhoudelijk met veel one-liners. Nogal wat leden vonden het daarom moeilijk de kandidaten goed tegen elkaar af te wegen.
  9. Het HB had wat dit betreft naar de mening van de commissie een meer leidende rol kunnen spelen zowel naar de leden als naar de kandidaten. Het HB zou de regie moeten voeren over de presentatie van de kandidaten aan de leden en zou de kandidaten kunnen begeleiden door een introductie aan de pers. Verder zou het HB een leidende rol kunnen spelen in het stimuleren van het inhoudelijke debat door bijvoorbeeld een open briefwisseling te openen voor kandidaten op het intranet. De commissie beseft dat het HB hiervoor extra capaciteit zal moeten vrijmaken. Ook van de afdelingen mag worden verwacht dat zij meer servicegericht de leden zullen bedienen met het bevorderen van de partijdiscussie.
  10. Er zijn klachten van leden die zich onheus bestookt achtten door campagnemateriaal van één of meer kandidaten. De commissie acht in het algemeen het voor de leden een voordeel dat hen informatie bereikt van en over kandidaten. De waarde daarvan kan door elk lid verschillend beoordeeld worden. Nu zo overduidelijk is dat bepaalde leden beslist niet gediend zijn van deze SPAM (de ongewenste benaderingen vonden in het bijzonder via e-mail plaats), meent de commissie dat het HB er goed aan doet om verkiezingsmateriaal te sturen aan VVD-leden die daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt.
  11. Overigens heeft de commissie met instemming vernomen dat het adressenmateriaal niet fysiek ter beschikking is gesteld van de verzenders, maar dat een arrangement is aangeboden waarbij de kandidaat zijn  te verzenden materiaal aanbood terwijl de verzending door of in opdracht van het Algemeen Secretariaat geschiedde. Slechts de kostprijs van verzending is in rekening gebracht.
  12. Over de campagnefinanciering hebben sommige leden zorgen geuit. Zij vrezen bijvoorbeeld dat een rijke kandidaat een gunstiger uitgangspositie kan verwerven dan een minder gefortuneerde. Ook vrezen zij wel dat kandidaten die niet zelf de campagnekosten kunnen dragen, afhankelijk worden van hun sponsors. De mistigheid rond dit onderwerp – wat zijn de kosten geweest en wie heeft ze gedragen? – is niet goed voor een politieke partij. Gebleken is dat het in het buitenland buitengewoon moeilijk is geweest afdoende maatregelen te treffen op dit gebied. Dat is echter geen reden om in het geheel niets te doen. Sponsoring bij persoonskeuzen roept immers vragen op of de gesponsorde kandidaat de gewenste onafhankelijkheid behoudt. Zelfs de schijn van een negatief antwoord behoort vermeden te worden. Het zou mogelijk zijn van iedere kandidaat te verlangen lopende de campagne volledige openheid te geven van de ontvangen financiële en materiële steun.
  13. Naast het verlangen naar openheid over de bronnen en omvang van de campagnefinanciering waren er suggesties te komen tot een maximering van de campagne-uitgaven die elke kandidaat doet. Dit zal inderdaad het “level playing field” bevorderen, met name door limitering van het bedrag dat uit eigen vermogen door kapitaalkrachtigen kan worden besteed aan de eigen campagne. Daartegenover staat dat een limitering moeilijk is te controleren, en dat sancties op overtredingen bezwaarlijk zijn. Wat immers zou de sanctie nog kunnen zijn tegen een kandidaat die al verloren heeft? En sanctie tegen de winnaar, bijvoorbeeld het ongeldig verklaren van de uitslag, heeft ook zo zijn bestuurlijke en politieke bezwaren. Openbaarheid tijdens de campagne kan een afschrikwekkend effect hebben, maar een limietoverschrijding zal vaak verhuld kunnen worden tot na afloop van de ledenraadpleging, als de overschrijding al niet zonder meer verdonkeremaand wordt.
  14. In dit verband besprak de commissie ook de wenselijkheid van een formele gedragscode voor de kandidaten tijdens de periode tussen kandidaatstelling en einde van de ledenraadpleging. In die code kunnen aanwijzingen opgenomen worden over de omgangsvormen tussen de kandidaten onderling (geen anti-campagnes)en jegens de partij en haar functionarissen etc. Ook in acht te nemen fatsoensnormen  jegens andere partijen, instellingen en personen buiten de VVD kunnen deel uitmaken van een gedragscode. Een gedragcode kan ook aanwijzingen bevatten betreffende campagnefinanciering ente hanteren campagnemiddelen, en dient ook de faciliteiten te regelen waarop alle kandidaten gelijkelijk aanspraak kunnen maken. Het toezicht op het nakomen van de gedragscode kan aan het HB opgedragen worden. De publiciteit die aan geconstateerde overtreding wordt gegeven, zal hopelijk ongunstig uitwerken op de kansen van de overtreder.
  15. Er is ook wel bezwaar gemaakt dat zittende leden makkelijker aandacht op zich konden vestigen door in functie spectaculair optreden gedurende de ledenraadpleging. En ook werd het door sommigen bezwaarlijk geacht dat zittende leden voordeel hadden van hun reeds bestaande lidmaatschap (betaalde medewerker, parlementaire faciliteiten). De commissie acht deze voordelen onmiskenbaar maar onvermijdelijk, zoals het ook een nadeel kan zijn als een zittend lid bij de uitoefening van zijn functie op de een of andere manier ongelukkig in het nieuws komt. Van de partijmedia kan gevergd worden neutraal te zijn met publicitaire aandacht voor zittende kandidaten in de periode van de ledenraadpleging
  16.  Er zijn ook leden die bezwaar hebben gemaakt tegen voorkeursacties voor de zittende kandidaten van bijvoorbeeld de ELRD of de Hans Nordstichting. De CEL is van mening dat voorkeursacties door onafhankelijke personen/organisaties mogelijk zijn mits er geen schade wordt toegebracht aan andere kandidaten. Voorkeursacties door partijorganen zijn terecht uitgesloten, zeker als daarvoor partijmiddelen zouden worden gebruikt.
  17. De commissie betreurt de geringe “opkomst” van de leden bij de raadplegingen. Die was als volgt:

 

Per telefoon

Per internet

Blanco

 Totaal uitgebracht

Gemeten

voorkeur

Lijsttrekker

3139

4369

207

16,15%

15,7%

Voorzitter

2026

4218

128

13,3%

13,2%

Lijst EP

1986

3930

189

13,2%

12,8%

 

 Bij andere binnenlandse partijen was dit 52% bij de keuze van een partijvoorzitter van het CDA en 54% bij de keuze van een politiek leider van de PvdA, 46% voor de PvdA-lijsttrekker Eerste Kamer en 30% voor de PvdA-lijsttrekker bij de Europese verkiezingen. In het verleden heeft GroenLinks bij een partijreferendum over de lijstrekker zelfs 70% geboekt.[2] De thans gerealiseerde VVD-cijfers liggen dus aanzienlijk veel lager dan bij de andere partijen, die de briefstem als (de enige) mogelijkheid aanboden. Toch wijst de commissie erop dat onder het ancien regime in de VVD niet méér leden deel namen aan de keuze dan in de nu geëvalueerde gevallen, in tegendeel.

  1. In de politicologische literatuur zijn enkele beschrijvingen aangetroffen[3]  van het samenstellen van kandidatenlijsten voor verkiezingen met behulp van een vorm van rechtstreekse ledenraadpleging. Gebruikelijk is kennelijk dat dan toch een beduidende rol van de partijleiding is voorzien, alsmede m.n. de inschakeling vóór of ná de ledenraadpleging van een partijorgaan als het partijcongres of een partijraad. Een lijst van een partijcongres kan nog onderwerp van een ledenraadpleging zijn. En omgekeerd kan het resultaat van een ledenraadpleging ter definitieve vaststelling aan een partijcongres worden voorgelegd. Ook advieslijsten van een Hoofdbestuur vooraf blijken gemeengoed te zijn.
  2. De commissie vindt dat bij het samenstellen van een kandidatenlijst een evenwicht gezocht moet worden tussen tal van aspecten. Om er maar een paar te noemen:

o        capaciteiten en deskundigheden

o        opgedane maatschappelijke en bestuurlijke ervaring

o        werkzaam in bedrijfsleven dan wel (semi)overheid

o        leeftijd

o        verhouding man/vrouw

o        regionale spreiding

o        mix zittende kandidaten en nieuwkomers

o        zittingsduur.

Bij het in een vergadering amenderen en vaststellen van de lijst kan en zal iedere deelnemer/afgevaardigde voor zichzelf deze afwegingen moeten maken en zal de discussie in de vergadering in hoofdzaak worden gedomineerd door argumenten inzake de genoemde punten.

  1. De commissie stelt vast dat deze afweging, plaats voor plaats, in een vergadering steeds opnieuw gemaakt wordt, zeker nadat er is geamendeerd, en dat kennisneming van gewisselde argumenten gedurende het proces van lijstvaststelling ontbrak bij de afgelopen lijstvaststelling. Bij een ledenraadpleging is de keuze is immers een individuele, die in relatieve eenzaamheid genomen wordt, zonder discussie met anderen en zonder onderlinge afweging van verschillende argumenten voor en tegen. “Men weet niet wat men aan het aanrichten is” doordat men niet weet hoe de stemresultaten waren over de vorige plaatsen (behalve de lijsttrekkerskeuze). De CEL acht dat een verarming van de partijcultuur op essentiële punten. Het gaat haar taakopdracht te buiten om hier verder op in te gaan. De CEL wijst er echter wel op het risico van een onevenwichtige lijstopbouw in die zin dat bij een ledenraadpleging het afwegingsmechanisme als bedoeld onder punt 19, niet werkt.
  2. Zonder terug te willen naar de manipuleerbare oude situatie, acht de commissie een poging tot verrijking van de partijbesluitvorming gewenst door veel meer dan bij de afgelopen raadplegingen discussies in de afdelingen te laten plaats vinden over de individueel door de leden te maken keuzen bij alle onderscheiden soorten ledenraadpleging. De commissie acht het organiseren van het interne debat een hoofdtaak van een politiek partij en acht het te betreuren als het debat vervangen wordt door louter de druk op een paar knopjes. Hier ligt een taak niet alleen voor het HB maar ook voor de Kamercentrales en plaatselijke afdelingen. De Politieke Café’s hebben deze taak duidelijk op zich genomen en hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het debat binnen de VVD. Laat de VVD bruisen!
  3. In het licht van de wenselijkheid ruime discussiemogelijkheden te scheppen, lijkt bij de afgelopen ledenraadplegingen, maar in het bijzonder die over de samenstelling van de Kandidatenlijst voor de Europese verkiezing, een te krap tijdschema gekozen te zijn. Gebleken is dat er behoefte is aan voldoende voorbereidingstijd van kandidaten, afdelingen en leden voor een tijdige kandidaatstelling, zorgvuldige procedures, planning van bijeenkomsten en voor de noodzakelijke campagnetijd.
  4. Ten behoeve van de ledenraadpleging had de VVD een speciaal telefoonnummer geopend als vraagbaak voor de leden. De gespreksprotocollen van het callcenter achter dit nummer zijn ter beschikking gesteld van de  CEL. Ook was een e-mail adres geopend voor vragen. Van deze mogelijkheden is opmerkelijk veel gebruik gemaakt, in vergelijking tot de daadwerkelijk uitgebrachte stemmen.

 

Soort contact

1e raadpleging

2e en 3e raadpleging

Totaal

Telefonisch

170 gesprekken

373 gesprekken

543 gesprekken

e-MAIL

133 mails

95 mails

228 mails

 

De helplijn heeft veel soorten klachten en vragen beantwoord, maar de twee meest voorkomende vragen/klachten waren toch wel

-         ik ben mijn oproepgegevens (contactnummer en pincode) kwijt/ heb ze nooit gekregen

-         ik heb geprobeerd te stemmen, maar ik kom er niet uit.

 


CONCLUSIES

 

Uit deze discussiepunten trekt de commissie de volgende conclusies, die in de volgende paragraaf zullen worden omgezet in aanbevelingen en conceptbesluiten voor de Algemene Ledenvergadering.

 

1.     De ledenraadplegingen zijn in de VVD redelijk georganiseerd. Er zijn lessen getrokken uit de eerste raadpleging, die geleid hebben tot verbetering bij de tweede raadpleging. Er is bereidheid de lessen van deze evaluatie in beleid om te zetten. Die openheid is toe te juichen.

 

2.     Er is alle aanleiding om het stemmen per brief toe te voegen aan de bestaande mogelijkheden om telefonisch te stemmen of te stemmen via internet. Het briefstemmen is hanteerbaar voor alle categorieën leden, oud en jong, handig met administratieve vaardigheden of niet. De verwachting lijkt gerechtvaardigd dat dit het participatiepercentage zeer gunstig zal beïnvloeden. De kosten zijn niet onoverkomelijk en noodzakelijk. Uiteraard moet het stemsysteem zó ontworpen worden dat niemand dubbel kan stemmen (zowel per brief als per telefoon dan wel internet)!

 

3.     De stemmende leden moeten er op kunnen vertrouwen dat het stembusgeheim bewaard blijft. Zeker moet zijn dat de uitgebrachte stemmen niet op enigerlei wijze herleidbaar zullen zijn tot de individuele leden. Een privacy statement dient te worden toegevoegd aan de website (en dient uiteraard te worden nageleefd).

 

 

4.      

a.     De ledenraadpleging is zeker een succes bij de keuzen voor enkelvoudige functies als lijsttrekker of partijvoorzitter. Bij deze keuzen kan de ledenraadpleging zonder meer gehandhaafd blijven.

b.     De ledenraadpleging bij het samenstellen van een lijst heeft haken en ogen, zo is gebleken. De informatievoorziening aan de leden moet beter worden georganiseerd en technisch moet het makkelijker worden gemaakt om een lijst samen te stellen.  Dit vergt aanzienlijke inspanning van HB en afdelingen.

c.      De ledenraadpleging bij politieke vraagstukken is onbeproefd en is in het geheel niet uitgewerkt. Wat dat betreft kan gedacht worden aan: wie is gerechtigd de aanvrage te doen, wie zal de voor te leggen vraagstelling formuleren, is uitsluitend een binair antwoord mogelijk (ja, neen), bij welke opkomst is de uitslag bindend, en bindend voor wie? Hierover zal een volgende ALV zich nog moeten uitspreken.

 

5.     Het stellen van kandidaten dient overgelaten worden aan partijorganen als de afdelingsvergaderingen, partijcommissies of het Hoofdbestuur. Een minimum aan draagvlak voor de potentiële kandidaat mag toch verlangd worden om te voorkomen dat individuele leden zich ondoordacht kandidaat stellen of zich kandidaat stellen zonder het geringste draagvlak of kans. Sommigen moeten tegen zichzelf beschermd worden; ook de partij moet zich kunnen teweerstellen tegen lichtvaardige kandidaturen of een kandidatuur waarmee de partij in verlegenheid wordt gebracht.

 

6.     Het hoofdbestuur is gerechtigd aanbevelingen te doen of een advieslijst uit te brengen. Sterker nog: een hoofdbestuur zou zijn taak verwaarlozen als het niet de verantwoordelijkheid nam een leidende rol te spelen in de partijdiscussie. De presentatie van deze HB-advieslijst had echter anders en beter gemoeten. Dat met name een advieslijst voorgelegd wordt aan de leden(vergadering) is goed; verkeerd is echter een zodanige presentatie van die lijst dat de leden ogenschijnlijk moeten kiezen voor de eenvoud van akkoord gaan met het advies of voor de omslachtigheid van het samenstellen van een gehele lijst naar eigen voorkeur van volgorde.

 

7.     Openheid mag van de kandidaten gevergd worden betreffende de herkomst en omvang van hun campagnemiddelen. Een limitering van de totale campagne-uitgaven van een kandidaat gaat echter te ver en is oncontroleerbaar en onsanctioneerbaar.

 

8.     Een gedragscode voor de kandidaten die deelnemen aan een ledenraadpleging is aanbevelenswaardig. Ook de rechten van de kandidaten op partijfaciliteiten moeten hierin beschreven worden.  Het Hoofdbestuur kan belast worden met de handhaving van de door de partij vastgestelde gedragscode. Partijmedia dienen tijdens de ledenraadpleging terughoudend te zijn bij het geven van aandacht aan zittende leden in hun werk.

 

9.     Aan de procedureregels kan voor alle zekerheid worden toegevoegd dat de volledige ledenraadpleging (stemmen, tellen, vaststelling) onder notarieel toezicht zal staan.

 

10.                    Alle geledingen van de partij dienen ruime discussiemogelijkheden te scheppen voor de leden over de voorliggende keuzen. Veel meer dan het geval is geweest in de afgelopen raadplegingen moeten bijeenkomsten voor leden belegd worden, al dan niet met (alle of de meeste van de) kandidaten. Voorkomen moet worden dat een ledenraadpleging plaats vindt in oorverdovende partijstilte, alleen in de individuele huiskamers. Een ledenraadpleging dient een tijd te worden van bruisende partijactiviteit! Daartoe moet ook voldoende tijd beschikbaar zijn. De procedures moeten niet te kort zijn en niet te dicht op elkaar volgen.

 

 

11.                    Het heeft de commissie in de korte periode waarin zij moest rapporteren, aan de tijd ontbroken zich te buigen over de reglementaire inbedding van de ledenraadplegingen in de partijregelgeving.

 

 

 


AANBEVELINGEN/

concept-besluiten in amendeerbare vorm

 

 

I. Structuur van de ledenraadplegingen

 

  1. Persoonskeuzen voor partijvoorzitter en lijsttrekkers zal onverkort blijven geschieden langs de weg van ledenraadpleging.

 

 

  1. Bij de opstelling van kandidatenlijsten wordt in geen geval de keuze opengesteld tussen “de HB-lijst” of “iets anders”. Wel zal het HB een advies(lijst) kunnen uitbrengen bij ledenraadplegingen.

 

  1. De ledenraadpleging zal uitputtend worden verwerkt in de partijreglementen. Het Hoofdbestuur doet voorstellen aan de eerstvolgende ALV.

 

  1. De keuzemogelijkheid van stemmen per brief wordt toegevoegd aan de stemmethodes. . Wie een briefstem uitbrengt, kan gebruik maken van een postaal antwoordnummer; de telefoonstemmers kunnen gebruik maken van een gratis telefoonnummer.

 

  1. Het stellen van kandidaten voor de ledenraadpleging is voorbehouden aan partijorganen (afdelingsvergaderingen, partijcommissies, Hoofdbestuur).

 

  1. De oproep voor het stemmen bij een ledenraadpleging wordt, met een stembiljet, per separate post ter kennis gebracht aan de individuele leden van de VVD

 

  1.  Een commissie krijgt opdracht op korte termijn aan de ALV voorstellen te doen voor de voorwaarden waaraan ledenraadpleging bij politiek inhoudelijke vraagstelling dient te voldoen.[4] Totdat de ALV heeft beslist over deze voorstellen wordt geen ledenraadpleging gehouden over politieke onderwerpen.

 

II. Campagneregels

 

  1. Elke kandidaat zal gedurende de campagne doorlopend openbaar opgave doen van de aan hem verstrekte of toegezegde financiële, personele en materiële campagnesteun en van de door hem uit eigen middelen aan de campagne bestede gelden, en zal na afloop van de campagne een openbare totaalverantwoording geven ten genoegen van de penningmeester van de VVD.

 

  1. Het Hoofdbestuur zal aan de eerstvolgende ALV een voorstel doen voor vaststelling van een gedragscode voor kandidaten bij een ledenraadpleging. In de gedragscode worden ook de regels vastgelegd waaraan de partijorganen gebonden zijn jegens de kandidaten: bijvoorbeeld wordt geregeld dat gelijke faciliteiten aan alle kandidaten worden aangeboden. Het Hoofdbestuur is belast met het handhaven van de gedragscode en met het publiceren van geconstateerde overtredingen tijdens de campagne.

 

III. Garantie voor privacy van de leden

 

  1. Het HB voegt een privacy statement toe aan de site. Het bevat garanties dat langs de weg van de stemming verkregen informatie niet te eniger tijd herleidbaar zou kunnen zijn tot individuen, en niet gebruikt zal worden voor enig doel gelegen buiten de directe ledenraadpleging.

 

11.         In alle ledenregistraties die door of voor de VVD worden bijgehouden, wordt de mogelijkheid geschapen op te geven dat men verschoond wenst te blijven van ongevraagde (digitale) berichten (SPAM, zgn. direct mail of telefoontjes). Zo spoedig mogelijk wordt geïnventariseerd welke leden daarvan gebruik wensen te maken.

 

12.         Het Hoofdbestuur zal ervoor zorgdragen dat adresgegevens niet uit handen van het HB zullen komen, door verzendingen zijdens HB te laten geschieden.

 

IV. Verrijking van de campagne door afwegingsdiscussie binnen de partij te bevorderen en Opkomstbevordering .

 

13.         Hoofdbestuur, kamercentrales en plaatselijke afdelingen, maar ook bijvoorbeeld partijcommissies, zullen een ruime hoeveelheid discussieavonden/momenten organiseren over de keuzen waar de partij voor staat. Niet is nodig alle kandidaten tegelijk uit te nodigen: ook kan volstaan worden met vertegenwoordigers (leden campagneteams) of met één kandidaat of enkele kandidaten.

 

14.         De kandidaten (campagneteams) wordt aanbevolen te zoeken naar creatieve wijzen van presentatie die discussie en onderlinge afweging bevordert.

 

15.         Voor de ledenraadpleging moet ook voldoende tijd beschikbaar zijn. De procedures moeten niet te kort en te dicht opeen gekozen worden.

 

V. Andere onderwerpen

 

16.         Hoewel het nagenoeg onmogelijk zal zijn sluitende maatregelen te nemen tegen het ronselen van stemmen, moet duidelijk zijn dat dit een ongewenst verschijnsel is en dat daders passende maatregelen kunnen tegemoet zien, zoals uitsluiting van het recht kandidaat te zijn of functies binnen de partij te vervullen. Het Hoofdbestuur zal terzake een voorstel doen aan de eerstvolgende ALV.

 

17.         De stemming en telling bij de ledenraadplegingen geschiedt onder notarieel toezicht; ook de uitslag van elke ledenraadpleging wordt vastgesteld onder notarieel toezicht.

 



[1] Hieronder wordt verstaan het massaal verzamelen en gebruiken van stemmen (stemcodes) van anderen. Het ronselen kan goed bedoeld zijn: “zorgen dat geen stemmen verloren gaan”, maar het effect is een grote concentratie van steminvloed bij de ronselaar. De bedoeling kan ook zijn een kandidaat te bevoordelen. Het verzamelen van stemmen kan in het slechtste geval gepaard gaan met betaling of het doen van beloften. In de Kieswet is het aantal volmachten beperkt tot maximaal twee per kiezer om het ronselen van stemmen aan banden te leggen.

[2] Res Publica, 2003/1, Gerrit Voerman, directeur Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.

 

[3] Res Publica, 2003/1, Bram Wauters, assistent aan de afdeling Politicologie van de Katholieke Universiteit Leuven.

 

  1. [4] Wat dat betreft kan gedacht worden aan: wie is gerechtigd de aanvrage te doen, wie zal de voor te leggen vraagstelling formuleren, is uitsluitend een binair antwoord mogelijk (ja, neen), bij welke opkomst is de uitslag bindend, en bindend voor wie?