28 336 Raming der voor de Tweede Kamer in 2003

benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en

raming van de ontvangsten

Nr. 9 INFORMATISERINGS- EN AUTOMATISERINGSPLAN (BIJLAGE 4)

Goed geïnformeerd is het halve werk

Plan voor de vernieuwing van informatisering en automatisering bij deTweede Kamer

 

Inleiding

 

Het Presidium biedt hierbij een geïntegreerd plan aan voor de ontwikkeling van de informatisering en automatisering bij de Tweede Kamer. Bij de schriftelijke antwoorden op de Ramingsstukken 2002 op opmerkingen van de PvdA fractie was dit toegezegd. Het plan omvat twee met elkaar samenhangende delen, te weten een informatiseringsplan («Naar een nieuw informatiseringsplan, content») en de Beleidsvisie Dienst Automatisering 2002–2004. Beide stukken samen beschrijven in samenhang de beoogde ontwikkelingen op het gebied van informatiebeleid en automatiseringsbeleid.

Daar waar het informatiseringsplan in gaat op de functionele behoefte van informatieontsluiting binnen en buiten de Tweede Kamer, behandelt de Beleidsvisie DA de beoogde ontwikkelingen op technologisch gebied. Algehele lijn is dat de techniek de functionele behoefte volgt. Niet de techniek bepaalt de ontwikkeling, maar dat waar de klant (burger, belangengroep, Kamerlid, ambtenaar, etc) behoefte aan heeft op het gebied van parlementaire informatievoorziening.

De stukken bestrijken een periode van drie jaar. Dat lijkt een beperkte periode, maar de ontwikkelingen op contentmanagement en ICT-technologie ontwikkelen zich in hoog tempo. In de loop van 2004 zal dan ook een evaluatie van deze plannen moeten plaats vinden en kan vooruitgekeken worden naar een volgende periode.

Beide plannen staan in het teken van integratie. Het informatieplan geeft ideeën voor de integratie van de informatiebronnen waardoor leden en het grote publiek beter, eenvoudiger en sneller worden geinformeerd. Het ICT-beleidsplan werkt aan integratie van verschillende technologieën waaronder telefonie en data. Dit zal de klant straks in staat stellen binnen de Tweede Kameromgeving flexibel, veilig en snel te werken.

 

Beide plannen staan ook in het teken van relevante ontwikkelingen binnen de Rijksdienst op ICT-gebied. Een duidelijk waarneembare trend is die van de participerende burger, die vroegtijdig participeert in het beleidsproces.

De overheid komt meer in de rol van regisseur. ICT is hier een hulpmiddel.

Websites, e-mailverkeer, maar ook de één-loket-benadering door middel van call centers ondersteunen het proces ten volle. Door Internet krijgt de burger (en organisaties) meer en sneller informatie. Niet zelden is de burger beter geïnformeerd dan de overheid.

Op het terrein van de elektronische participatie door burgers kan meer gebeuren. Het toegankelijk maken van overheidsinformatie is een eerste stap, maar het verspreiden van overheidsinformatie is iets anders dan het voeren van elektronische discussies op basis van die informatie. Het rapport van de commissie Wallage (In dienst van de democratie)is primair een advies aan de Regering. De aanbevelingen op strategisch niveau zijn echter zeer bruikbaar voor de inrichting van de Tweede Kamer informatieomgeving, zoals het STOI (Strategisch Overleg Informatievoorziening) reeds adviseerde aan het Presidium. De aanbevelingen van de commissie Wallage zijn in dat advies «vertaald» naar het parlement.

Meer specifiek gaat het om positionering naar buiten toe van de contentverantwoordelijkheid en de communicatiefunctie. De ICT-infrastructuur blijft een interne randvoorwaarde. In het Beleidsplan DA wordt een ICT-infrastructuur beschreven die in ieder geval voldoet aan de beleidscriteria voor het rapport Wallage.

Het Rapport Burger en overheid in de informatiesamenleving – De noodzaak van institutionele innovatie (Rapport Docters van Leeuwen) ondersteunt de lijn voor het rapport Wallage. Overheidsinformatie is van en voor iedereen. Concreet betekent dit dat de toegang van de burger tot de informatiemaatschappij moet worden gegarandeerd. De toegang van de burger tot proces- en productinformatie moet beschouwd worden als een grondrecht. Als de overheid dit wil garanderen, dan zal er fors geïnvesteerd moeten worden in ICT-technologie. Deze investeringen moeten gericht zijn op het verbeteren van de dienstverlening.

Met betrekking tot het primaire proces is al een aantal jaren de beweging op gang naar integrale informatievoorziening. Basis hiervoor is de grondwettelijke plicht om de burger toegang te geven tot de parlementaire processen, stukken en besluitvorming. Recent is deze ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt door het rapport Wallage. Het proces van integratie van parlementaire informatie is nog steeds in beweging. Het informatiseringsplan zet de mogelijkheden en uitdagingen op een rijtje.

Belangrijk doel waarnaar gestreefd wordt is het beschikbaar krijgen van alle informatie en data rond het parlementaire proces op ieder moment, iedere plaats en in iedere gewenste vorm. Er is voor gekozen om de integraliteit van de parlementaire bestanden stapsgewijs te realiseren. Alleen op deze wijze kunnen de relatief complexe projecten op een beheersbare wijze worden geïmplementeerd. Het realiseren van een optimale samenwerking van applicaties vraagt een gedegen afweging van de keus voor applicaties en technologie. De

Beleidsvisie van de Dienst Automatisering is bedoeld om de hiervoor benodigde infrastructuur en kantoorautomatisering op optimale wijze te leveren.

 

Dienst Informatievoorziening

Naar een nieuw informatiseringsplan, content

 

Inleiding

 

Meer en meer wordt bij de Kamer een bewust onderscheid gemaakt tussen automatiseren en informatiseren. Automatisering is het werkveld van de Dienst Automatisering (DA), informatisering gaat vooral over de «content», de applicaties en systemen met gegevens betreffende de processen in de Kamer. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de Dienst Informatievoorziening, die uiteraard de verantwoordelijkheid deelt met de meest in aanmerking komende andere Diensten zoals de Griffie. De verantwoordelijkheid voor gespecialiseerde interne systemen berust bij de betrokken afdeling dan wel bij DA. Het betreft hier zaken als een Financieel Informatiesysteem, een gebouwenbeheerssysteem, beveiligingssystemen, klachtenregistratie etc. Automatiseringsplan en informatiseringsplan zijn de twee pijlers waarop het ICT-beleid van de Kamer rust.

Ten behoeve van het primaire proces van de Tweede Kamer, te weten wetgeving en controle op regeringsbeleid, beschikt de Tweede Kamer thans over een vijftal grote informatiesystemen. Deze systemen zijn deels verouderd dan wel zeer gebruikersonvriendelijk en de applicaties moeten één voor één geraadpleegd worden en zijn niet onderling gelinkt. Een deel van de applicaties draait op een verouderd computerplatform dat niet meer onderhouden wordt en waarvan de exploitatie niet meer te garanderen is.

Het betreft de volgende systemen:

1. TWEKIS, het Tweede Kamer Informatiesysteem, een in eigen beheer ontwikkeld mengsel van convocatiemaker, Kamerstukkenbeheer, zalenreservering

etc. dat technisch niet meer onderhoudbaar is;

2. STAR, de recente vervanger van Document Manager (beter bekend als STAIRS), een zeer uitgebreid documentatiesysteem met daarin ontsluiting van nagenoeg alle kamerstukken en Europese documenten alsmede de catalogi van de bibliotheken rond het Binnenhof, en veel pers- en tijdschriftmateriaal;

3. Globit Dis, met brievenregistratie van de «politieke» post voor de Kamer en de commissies – verouderd en gebruikersonvriendelijk;

4. Parlando, een Sdu-systeem dat op de website van de Kamer full text kamerstukken en Handelingen bevat sinds 1995, met een beperkte documentaire ontsluiting;

5. De medio maart 2002 vernieuwde parlementaire intranet-website, waarvan een deel gebruikt wordt als internet-website, maar goeddeels zonder weergave van de bovengenoemde applicaties en met veel handmatig ingevoerde zgn. ongestructureerde gegevens.

 

Impliciet uitgangspunt bij het te voeren beleid is de ambtelijke perceptie van de al dan niet expliciet uitgesproken wensen van enerzijds de Kamerleden en hun medewerkers en anderzijds de wens het grote publiek beter van informatie te voorzien, op een kostenbewuste wijze. Lopende het proces dat leidt naar de gewenste verbeteringen zal bijstelling nodig zijn aan de hand van de signalen vanuit de doelgroepen en op basis van nieuwe technologische mogelijkheden. Het STOI zal een voorname rol kunnen spelen in het signaleren van nieuwe wensen bij de doelgroepen en zal een gesprekspartner zijn bij het evalueren van nieuwe technologie.

Gewenste eindsituatie, uitgangspunten voor dit informatiseringsplan en Internationale vergelijking met websites van buitenlandse parlementen geeft aan dat veel mogelijk is wat in ons land nog niet gerealiseerd is. Verwezen wordt bijvoorbeeld naar de websites van parlementen in landen als Ierland (bezoek vooral de website http://www.oireachtas.ie), maar ook o.a. Canada, IJsland, Zweden, Estland en Luxemburg (te benaderen via de portal http://wsww.ipu.org). Een vergelijking met de VS gaat mank door de voor ons land onhaalbare personele en financiële inspanning die men zich aldaar getroost.

Het streven dat de parlementen van de genoemde landen, maar ook andere parlementen, zich hebben gesteld en in meer of mindere mate hebben bereikt, is om op één internet-website

– de parlementaire documenten,

– de processen,

– de actoren (leden en commissies),

– de evenementen (vergaderingen met agenda en locatie) en

– eindproducten als wet- en regelgeving,

geïntegreerd te presenteren op een doorzichtige en voor het grote publiek informatieve wijze die evenzeer bruikbaar is voor de parlementaire professionals zoals leden, hun medewerkers, ambtelijk apparaat van de Kamer en de departementen en de media.

Doelstelling op termijn van ultimo 2003, uitlopend naar later liggende jaren, is een dergelijke presentatie ook voor de Kamer te realiseren. Dit stemt overeen met de aanbevelingen van het Rapport «In dienst van de democratie», rapport van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie (de commissie Wallage) zoals vertaald door de gezamenlijke commissie van beide Kamers der Staten-Generaal, het Strategische Overleg Informatievoorziening, ten behoeve van toepassing door de Kamers. Kort samengevat betekent deze aanbeveling dat in principe alles wat bij de Kamer bekend is (voor zover niet van vertrouwelijke aard of auteursrechtelijk beschermd) op internetbeschikbaar moet worden gesteld, om niet.

 

Kern van het nieuwe beleid is:

1. uit te gaan van uitsluitend systemen die hun rapportages doen in het XML-formaat en XML1 te gebruiken als het middel bij uitstek om alle applicaties met elkaar «te laten praten» in een éénvormige presentatie van alle parlementaire zaken en daartoe

2. bij de realisatie van het presenteren op de website (door middel van zgn. web enabled applicaties) uit te gaan van parlementaire autonomie, resulteren in de wens

3. alle databases en applicaties die bijdragen aan de website onder eigen beheer van de Kamer te brengen (dit komt ook de snelheid ten goede en lijkt kostenbesparing mogelijk te maken).

4. uit te gaan van in principe aankoop en aanpassing van systemen «van de plank» en geen maatwerk te (laten) programmeren. Hiertoe dient de nieuwe website van de Kamer aanzienlijk uitgebreid te worden met politiek relevante informatie die automatisch gegenereerd wordt door nieuwe systemen of systemen die aangepast moeten worden aan presentaties op de website (web enabling) met gebruikmaking van de XML-standaard voor documentuitwisseling en -presentatie. De kamerorganisatie dient zich het gebruik van deze standaard eigen te maken en in de toekomst als eis te stellen aan alle in te voeren applicaties en de bestaande programmatuur daarop aan te passen dan wel te vervangen.

Geïnventariseerd zal worden wat nut en noodzaak zijn van het in eigen beheer nemen van alle op de parlementaire website te presenteren gegevens. Niet zal worden teruggeschrokken als dit afbouw op contractuele termijn betekent van overeenkomsten met derden voor het voorzien in de verzorging van parlementaire gegevens. Hiermee is reeds een begin gemaakt doordat het Rijk3 eigenaar is geworden van de XML-versie (XML= eXtended Markup Language) van, en systeem van gestandaardiseerde codering van zgn. platte tekst (ASCII) volgens een open standaard zodat er een scheiding is tussen tekst (inhoud) en opmaak (vorm), waarbij de vorm bepaald wordt door in het document te verwijzen naar bestanden met de opmaakgegevens (DTD’s dan wel zgn. Schema’s). De uitwisseling van teksten tussen verschillende wordt hierdoor mogelijk. Er hoeft niet meer met één programma (applicatie) gewerkt te worden maar combinatie van verschillende programma’s wordt mogelijk.

2 Waar nuttig of (tijdelijk) onvermijdelijk, inclusief hosting door derden, mits onmerkbaar naadloos in presentatie op onze site en integraal doorzoekbaar vanaf onze site.

3 In dezen vertegenwoordigd door de overheidspartners in het zgn. Drukwerkcontract, te weten de Ministeries van Justitie, van Buitenlandse Zaken en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Tweede en de Eerste Kamer.

alle officiële publicaties zoals o.a. Kamerstukken, Handelingen en ander

regeringsstukken die als .pdf-file zijn opgenomen in Parlando. Het Rijk is reeds doende met de voorbereiding van een wijziging van de Publicatiewet (en daarmee samenhangende wetten) in die zin dat opname op Internet ook gelden zal als officiële publicatie van wet- en regelgeving en dat niet (alleen) het papieren stuk (Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, etc.) als zodanig geldt. De Kamer zal dit op termijn kunnen volgen door ook de publicatie van Kamerstukken en Handelingen op deze wijze vorm te geven en elektronisch te laten geschieden en als originele bron te beschouwen. Het voorstel voor aanpassing van het Reglement van Orde aan deze mogelijkheid, is reeds in procedure gebracht. Aan behoefte aan eventuele papieren exemplaren kan dan in eigen beheer worden voorzien.

Het is denkbaar een beperkte publieke dienstverlening in te stellen voor het tegen kostprijs leveren van prints van documenten. Het kan aan de markt worden over gelaten de (niet auteursrechtelijk beschermde) Kamerstukken en Handelingen in gedrukte vorm, als secundaire bron, al dan niet ter beschikking te stellen in de losse verkoop en via abonnementen.

Thans is een aanzienlijk bedrag gemoeid met het laten drukken en als elektronische bestanden teruggeleverd krijgen van de Kamerstukken en Handelingen. De vraag naar papieren exemplaren van de Kamerstukken en Handelingen is volgens opgave van de Sdu sterk dalend en zal nog verder wegvallen als het Internet definitief de primaire bron wordt.

Doorvoering van deze gedachte zal wijzigingen met zich meebrengen in de werkwijzen van vooral de Stenografische Dienst en de Griffie. Met name de Griffie zal zich de vormgeving eigen moeten maken die reeds gemeengoed is voor de Stenografische Dienst.

 

Beknopt overzicht van gewenste informatiesystemen, databases en

andere applicaties; nieuwe eisen aan systemen.

 

Essentieel in dit plan is dat gewerkt gaat worden met bestaande programmatuur die «van de plank» gekocht wordt maar die natuurlijk dan nog wel (aanzienlijke) inrichting en uitrusting behoeft om bruikbaar te zijn voor de specifieke behoeften van de politiek. Afgezien wordt dus van het (doen) ontwikkelen van specifieke eigen programmatuur. Dit is een trend waarmee wordt voortgeborduurd op wat in andere parlementen gemeengoed is. Opvallend is overigens dat er veel meer gelijkenis is tussen parlementen waar ook ter wereld, dan dat er gelijkenis is met de behoeften van binnenlandse instellingen, zelfs in het openbaar bestuur.

Evenzeer is essentieel dat de organisatie om te beginnen zich verzekert van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om te kunnen omgaan met XML. Dat vergt dat strategische doelen worden geïdentificeerd en dat praktische oplossingen en methodieken worden gevonden en ontwikkeld.

Dit is een project met hoge prioriteit. Voor het behulpzaam zijn bij het vormen van beleid op dit gebied wordt reeds externe deskundigheid aangetrokken op tijdelijke basis.

I.

1. Een procesbeheersingsysteem annex documenten- en brievenregistratiesysteem (workflow- en recordmanagement) ter vervanging van Globit Dis en van delen van TWEKIS. (Daarbij moet worden gegarandeerd dat de overige delen van TWEKIS niet verloren gaan.)

2. Hiermee samenhangend en onverbrekelijk verbonden, is een nieuw convocatiesysteem.

3. Ook zal een zalenreserveringssysteem ter beschikking komen (met mogelijkheid om alles t.b.v. vergaderingen in één keer te bestellen, zoals restauratieve voorzieningen, geluid, beamers etc.).

Deze drie nauw samenhangende wensen zijn voorwaarde voor het buiten gebruik stellen van de verouderde en kostbaar te onderhouden AS400- computers.

II.

4. Een documentair ontsluitingssysteem als het recent ingevoerde en nog te verbeteren STAR, in eigen beheer en raadpleegbaar via de website.

5. Éénvormige primaire invoer van de Kamerstukken en Handelingen in alle systemen en niet zoals nu invoer van hetzelfde in zowel Parlando als Twekis als STAR.

6. Combinatie van de full text van Kamerstukken en Handelingen (zoals nu in Parlando) met de zeer complete documentaire ontsluiting van STAR. Ontsluiting ook van amendementen, die nu niet opgenomen zijn in STAR.

7. Presentatie op de website ook van de STAR-gegevens inzake pers- en tijdschriftartikelen bibliotheken rond het Binnenhof en Europese documenten.

 

De projecten 4 t/m 8 hangen nauw met elkaar samen en leveren bij elkaar een nieuw en buitengewoon krachtig informatiesysteem op, waarvoor de naam PINCET is bedacht: Parlementair Informatie Centrum Eerste en Tweede kamer.

III.

PINCET kan nog uitgebreid worden met een ambitieus project waarvan de realisatie zich over tenminste 6 jaar uitstrekt na de besluitvorming.

8. Het digitaliseren van alle Handelingen en Kamerstukken sinds 1813. Veel parlementen zijn ons voorgegaan met een dergelijk project, dat veelal is ingegeven door het feit dat de papieren exemplaren door milieuredenen op de duur verloren zullen gaan en dus niet meer raadpleegbaar zijn. Het behoud van dit cultuurgoed voor wetenschappelijke studiedoeleinden heeft eveneens de aandacht van bijvoorbeeld de Koninklijke Academie van Wetenschappen en ook de Koninklijke Bibliotheek is hierbij betrokken. Voor België heeft dit project bijzonder betekenis: de Belgische parlementaire geschiedenis is vanaf 1813 tot

1830 gemeenschappelijk met de onze: in die zin sluit het project goed aan bij het lopende project om de parlementaire stukken van België vanaf 1830 te digitaliseren. Uitvoering in XML-formaat en het realiseren van een eenvoudige ontsluiting maken een vorm van raadpleging via PINCET uitvoerbaar als de database bij de Kamer geplaatst wordt.

 

IV. Kamerstukken, Handelingen en eindproducten zoals de Weten

regelgeving

9. De complete thans geldende wet- en regelgeving wordt nu op het Kamernetwerk ter beschikking gesteld in de vorm van aansluiting op de commerciële Algemene Databank Wet- en Regelgeving van Wolters-Kluwer. Het Rijk heeft inmiddels besloten zelf alle wet- en regelgeving in een eigen publiekelijk beschikbare Wettenbank gratis ter beschikking te stellen.

10. Deze Wettenbank die doorklikmogelijkheden krijgt naar de officiële publicaties, dient naadloos raadpleegbaar te zijn via de Kamerwebsite, zodat de parlementaire eindproducten dáár gevonden kunnen worden waar men ze verwacht. Uiteraard moet doorgeklikt kunnen worden van bijvoorbeeld de PINCET-gegevens naar de Wettenbank en terug.

11. Oriëntatie op vervanging van geluidsopslag op banden door digitale audiobestanden, waardoor de mogelijkheid ontstaat voor een geheel vernieuwde systematiek en werkwijze voor vervaardiging van de vergaderverslagen (Handelingen en commissievergaderingen). Landen als België, Finland en Ierland zijn ons hierin voorgegaan. Dit project sluit aan op het recente besluit dat niet meer gebruik gemaakt wordt van stenografie maar dat banden uitgewerkt worden.

12. Een nieuw systeem (tekstverwerker met XML-faciliteiten) voor het in eigen beheer vervaardigen en op internet publiceren van Handelingen en Kamerstukken. De uitvoering zal enige menskracht vergen.

 

V. Overige informatiesystemen

13. Een volgend informatiesysteem, dat wellicht om auteursrechtelijke redenen(voorkomen moet nl. worden dat voor Pers- en tijdschriftartikelen auteursrecht moet worden betaald wegens herpublicatie op internet. Dit zou zeer kostbaar worden. De «eigen productie » van de ambtelijke dienst zoals notities en analyses, kan wel desgewenst op internet getoond worden),  alleen op ons intranet raadpleegbaar zal kunnen zijn (het streven is de inhoud ook op internet te kunnen presenteren), is de zogenoemde «electronic library» zoals die nu reeds bestaat. Deze door de Dienst Informatievoorziening dagelijks actueel gehouden webpagina’s bevatten alles uit de DIV-collectie of verwijzen daarheen. Deze pagina’s zijn vatbaar voor sterke uitbreiding en bevatten een schat aan publicatie van derden en samenvattingen gemaakt in eigen beheer, toegespitst op de parlementaire behoeften. In 2002 wordt hier een studie naar verricht door een stagiaire bij DIV.

14. Een veelheid van gegevens die thans door met name de Griffie maar ook door de Diensten Commissieondersteuning via de e-mail in- en extern verspreid wordt, kan via zgn. push-technieken verzonden worden en kan ook op de website gepresenteerd worden zoals ten dele nu reeds gebeurt. De verwerking op de website kan via XML minder tijdrovend (nl. niet door handmatige invoer) geschieden.

VI. RYX

Een aantal informatiesystemen dat nu via het Kamernetwerk benaderd kan worden en informatie die alleen bij of via het CIP beschikbaar is alsmede een aantal nieuwe kostbare informatiebronnen komt begin 2002 beschikbaar via een Rijksbreed initiatief, het Rijksintranet RYX.

15. RYX moet op het intranet geïmplementeerd worden en het gebruik moet via diverse middelen bevorderd worden voor zelfgebruik van leden en hun medewerkers. Omgekeerd verdient het grote voorkeur dat de hele parlementaire internetsite raadpleegbaar wordt op RYX, met name ten behoeve van de ambtenaren die op hun werkplek geen beschikking hebben over internet.

16. Er moet geleerd worden creatief om te gaan met de krachtige zoek- en attenderingsmethoden van zowel onze nieuwe website als van RYX, om «de klant» zelf in staat te stellen de gewenste gegevens op te sporen of te bestellen. Dit punt vergt veel aandacht, omdat het de leden en hun medewerkers in staat stelt veel doelmatiger te werken en omdat het het CIP ontlast van veel eenvoudig zoekwerk en dus capaciteit vrijmaakt voor beantwoording van complexere vragen. RYX bevat o.a. de ANP-telex, krantenbestanden, Europmaat, een reiswijzer, de wettenbank etc.

17. Op RYX zal een applicatie beschikbaar komen voor registratie van toezeggingen etc. aan het parlement. Ook voor de Kamers zal deze applicatie bruikbaar kunnen zijn. Studie hiernaar wordt binnen de Rijksoverheid verricht.

18. Op de website dienen ook doorklikbaar gegevens te vinden te zijn zoals samenstelling van commissie, fracties, curricula vitae van (oud)leden, adressen etc. Waar mogelijk dienen deze gegevens automatisch vanuit applicaties doorgegeven te worden

VII. Publieksgerichte systemen

19. Audio- en videostreaming, oftewel Beeld en Geluid op de site, zowel life als archief. Zowel van de plenaire vergadering als van de commissievergaderingen in de drie grote commissiezalen. Bij voorkeur met duiding (wie spreekt en waar gaat het over?). De voorziening met archiefbeelden vergt ontwikkeling van een fijnmazige programmatuur voor het terugvinden van de passage waar men naar op zoek is. Voorbeelden uit buitenlandse parlementen tonen aan dat moeilijk goed aan deze eis voldaan kan worden.

20. Een mogelijk alternatief is wellicht te vinden in TV-uitzendingen. Deze mogelijkheid gaat deze planvorming enigszins te buiten.

21. Interactief gebruik van de website. Denkbaar is het houden van elektronische hoorzittingen openstellen van commentaarsites, mogelijk maken van chassis etc. Technisch is hier geen belemmering voor; de personele en organisatorische problemen zijn echter aanzienlijk en moeten afgewogen worden tegen het betrekkelijke nut in vergelijking met traditionele vormen van interactieve beleidsvorming.

22. De Kamer dient alert te blijven op de ontwikkeling van een UMTS-website zodra de techniek zover is en indien gebruik hiervan een even hoge vlucht neemt als in Japan het geval is.

 

VIII. Intern gerichte projecten

23. Noodzakelijk dan wel nuttig is een aantal kleinere applicaties zoals een vraagvolgsysteem, een toezeggingenregistratie (als niet besloten  wordt tot het RYX-systeem (punt 16) en het massa-scannen voor zowel de brievenregistratie als de pers- en tijdschriftdocumentatie.

24. Ten behoeve van het Duurzaam Elektronisch Archief zal er óf een aparte applicatie moeten komen óf het documentbeheersingssysteem (zie project 1) zou hierin adequaat moeten voorzien.

 

Bij dit alles blijft natuurlijk de e-mail-voorziening en de gebruikelijke aansluiting op internet alsmede alle gebruikelijke kantoorautomatisering zoals tekstverwerker, rekenprogramma etc.

 

Prioriteiten

Gelijktijdige invoer van alle of de meeste van de bovengenoemde informatiesystemen is ondenkbaar. De middelen ontbreken ervoor en de opnamecapaciteit van de organisatie (en de haalbaarheid van verdere veranderingen van werkwijzen) is al danig op de proef gesteld door de recente reorganisaties, de invoering van nieuwe programmatuur als STAR en de nieuwe website. Dus moeten er prioriteiten gesteld worden.  In hoog tempo zal de Kamerorganisatie zich moeten oriënteren op de «architectonische» mogelijkheden die XML biedt en zal de organisatie moeten worden doordrongen van het belang van en de vaardigheid in gebruik van XML. Dit proces is begin 2002 reeds opgestart. Er zal wordt doorslaggevende strategische betekenis aan toegekend. (Project nul). Voor dit project zal externe expertise moeten worden ingeschakeld.

 

Deels volgen de prioriteiten uit de aard van de systemen zelf. Zo kan ten eerste relatief snel een experiment begonnen worden met beeld en geluid op de site. (Project 18).

Ten tweede kan zonder probleem in maart gestart worden met beschikbaarstelling  van RYX. (Project 14 en 15) De toezeggingenregistratie kan rond het zomerreces beschikbaar zijn. (Project 16)

Ten derde is de samenvoeging van STAR en Parlando voor het eind van het jaar haalbaar. Met name de gezamenlijke invoer kan direct grote doelmatigheidswinst opleveren. De internetsite wint belangrijk aan politieke betekenis. Mogelijke belemmering zijn de noodzakelijke onderhandelingen met de Sdu, die zeker op korte termijn onmisbaar zal zijn. Pas op iets langere termijn zal blijken of het vervangende systeem in eigen beheer genomen kan worden. (Projecten 4 t/m 7)

Ten vierde is het logisch dat zelfs met grote inspanning het complex workflow- en record managementsyateem pas medio 2003 beschikbaar kan komen, als daar nu mee wordt begonnen. In de eerste helft van 2003 kan dan worden ingespeeld op de veranderingen in werkwijzen (en mogelijk in organisatie) bij Griffie en Diensten Commissieondersteuning. (Projecten 1 t/m 3)

Op de vijfde plaats moet het begin van het overleg over een geheel andere wijze van vervaardiging van verslagen van de plenaire en commissievergaderingen genoemd worden. (Project 10, doorlopend naar 11)

De projecten onder IV. Kamerstukken, Handelingen en eindproducten zullen pas op middellange termijn, dus vanaf 2004, aangepakt kunnen worden, maar ondertussen is wel van belang dat er bij de voorafgaande projecten geen beslissingen vallen die deze projecten storen.

Ten zesde is het project Digitalisering een vrij tijdloze aangelegenheid. (Project 8) Er moet ooit mee begonnen worden, en na de besluitvorming zal het een jaar of zes duren voordat men er mee gereed is. Bovendien is de Koninklijke Bibliotheek bereid de regie van het werk op zich te nemen, zodat het Kamerapparaat niet belast wordt.

Ten zevende zal pas na medio 2003 een studie kunnen beginnen naar interactief gebruik van de website en naar de organisatorische, personele en formele voorwaarden waaraan (en experiment) met vormen van interactiviteit zal moeten voldoen. Ook de wil tot directe betrokkenheid van de Kamerleden zelf zal onderzocht moeten worden. (Project 20)

 

Besturingsmodel, van plan naar projecten

Voor alle projecten zullen voorstellen gemaakt worden, óf door de ambtelijke dienst óf door aan te trekken externe consultants. De Dienst Automatisering heeft ondertussen ervaring opgedaan met het produceren van standaard-projectvoorstellen en kan behulpzaam zijn om deze methodiek toe te passen op de onderhavige projecten. De capaciteit van het kleine ambtelijke Kamerapparaat is niet voldoende om al deze projecten in het gewenste tempo aan te kunnen, zodat daar extern in voorzien moet kunnen worden waar nodig. De benodigde middelen (zowel personeel als financieel) zullen nog ter beschikking moeten komen, want in de bestedingsplannen is er geen rekening mee gehouden. Een en ander zal in de komende voorjaars- of najaarsnota geregeld moeten worden, en – afhankelijk van het moment van besluitvorming – voor de wat verder wegliggende prioriteiten in de raming 2003 dan wel in de voorjaarsnota van dat jaar.

De besluitvorming over de projecten kan in handen worden gelegd van het Managementteam van de Kamer, dat zich daartoe laat bijstaan door een nieuw ambtelijk voorportaal, het Integraal Informatiseringberaad Tweede Kamer. In dit II-TK worden de hoofden van de DCO’s, DIV, Griffie, Voorlichting, DA en Communicatie opgenomen en wordt plaats ingeruimd voor de directeur Stenografische Dienst. Het II-TK staat onder extern voorzitterschap.

Voor de vorming op korte termijn van een interne projectorganisatie zou gebruik gemaakt kunnen worden van de afdeling Informatieontwikkeling en -beheer (IO&B) van DIV. Deze afdeling is voorzien bij de reorganisatie van DIV is maart vorig jaar, maar daar was aanvankelijk nog geen invulling aan gegeven. Voor de afdeling zijn drie fte’s beschikbaar, nadat één plaats is gebruikt voor de beheerder van STAR.