SCHEVENINGS
LEESGEZELSCHAP VRIENDSCHAP EN OEFENING
LEZING DECEMBER 2003
Hubert
Satellieten,
en wat er mee te doen
Theorie
Onder satelliet
wordt
alles begrepen wat in een baan rond een planeet draait.
Als je iets
omhoog gooit
of schiet, komt het in een hyperbolische boog weer terug op aarde. Als
het
hoogste punt van de boog zó hoog ligt dat bij het terugkeren de aarde
helemaal
gemist wordt, kan een object terecht komen in een baan óm de aarde. Dit
gebeurt
als een object met een snelheid van minstens 11 kM per seconde de Aarde verlaat, onder een
goede hoek.
Die baan kan heel langgerekt elliptisch zijn, maar kan ook cirkelvormig gemaakt
worden.
Theoretisch is
ook een
kanon geschikt om iets in een baan om de Aarde te brengen, maar de
benodigde
snelheid wordt eigenlijk alleen met een raket bereikt.
Kunstmatige
satellieten,
kunstmanen, hebben besturing aan boord die de vorm van de baan kunnen
beïnvloeden.
Vaak wordt met de vorm ook de hoogte van de baan beïnvloed: Wil men een
hogere
satellietbaan, dan moet men de omwentelingssnelheid verminderen.
Een lagere baan
brengt een
hogere snelheid met zich mee t.o.v. het aardoppervlak. Sommige
kunstmanen zijn
in sommige omstandigheden met het blote oog waarneembaar, meestal kort
na
zonsondergang, als u al in het duister staat maar de satelliet nog
helder
beschenen wordt door de zon. Naarmate de satelliet hoger staat, heeft
hij een
geringere snelheid ten opzichte van de
aarde. De maan staat bijvoorbeeld zó ver van ons af dat die als het
ware de
andere kant opgaat.
Een satelliet
kan alle
denkbare banen om de aarde hebben als het maar is in een vlak dat loopt
door het
middelpunt der aarde.
Geosynchroon
Er is een
buitengewoon
belangrijk gebied waar de satelliet in een baan om de aarde staat
waarbij het
lijkt alsof hij stilstaat – tenminste als
de baan
loopt vlak door de evenaar.
De betekenis
hiervan is
voor het eerst onderkend tijdens de Tweede Wereldoorlog, door Arthur C. Clarcke,
die toen in
Engeland werkte aan het nog experimentele radarnetwerk voor de Engelse
luchtverdediging.
Het lukte ze op den duur reflexies te zien
van
aankomende vliegtuigen, maar ze hadden regelmatig valsmeldingen
waar ze geen raad mee wisten. Totdat iemand naar buiten keek, zag
waarheen de
radarschotel gericht was en constateerde dat de maan ook in die
richting te
zien was. Zelfs die primitieve radar keek niet alleen naar vliegtuigen
op
enkele tientallen kilometers maar ook naar de maan op honderdduizenden kilometers. Dat
zette
Clarcke aan het denken over objecten in de
ruimte.
Hij bedacht de geosynchrone satellietbaan en heeft zijn hele leven
betreurd dat
hij er geen patent op heeft genomen! Als beginnend science-fiction
auteur beschreef hij als eerste wat er met die baan gedaan kon worden.
(Later
is hij toch aan zijn boeken en films als 2001-een-ruimte-odyssee heel
rijk geworden.)
De geosynchrone
baan loopt
in een vlak door het middelpunt van de aarde en de evenaar. Een
satelliet die
daar op een hoogte staat van 42.155 kM,
dus 35.785 kM boven de zeespiegel, loopt
niet voor en
niet achter op de aarde: zijn snelheid is juist zó dat hij de draaiing
van de
aarde precies bijhoudt. Dat betekent dat hij t.o.v. een punt op aarde
altijd
precies in de zelfde richting staat.
En dat is voor
communicatiedoeleinden fantastisch nuttig.
Men spreekt van
een
geosynchrone baan en van een geostationaire kunstmaan.
Ik kom nader
terug op dit
gebruik van de satellieten.
Dichter
bij
de aarde
Satellieten die
dichter
bij de aarde staat, kunnen dus nooit “stilstaan”. Voor
observatiedoeleinden is
dit meestal ideaal. Wil je heel de wereld regelmatig onder de satelliet
krijgen, dan is een baan over beiden polen aangewezen. Wil je de
bewoonde
wereld, dan neem je een wat schuinstaande baan. De minimumhoogte voor
een
satelliet wordt bepaald door de atmosfeer: komt de satelliet te laag,
dan verbrand
hij in de hoge atmosfeer of wordt zo afgeremd dat hij neerstort. Af en
toe hoor
je van zoiets.
Er zijn erg
veel
kunstmanen in lage banen gebracht. Zoveel dat er wel eens zorgen worden
geuit
over de vuilnisbelt die langzamerhand aan het ontstaan is in de ruimte.
Verder
weg
Er is eigenlijk
weinig
emplooi voor satellieten die erg ver weg staan van de aarde. Technisch
is een
stabiele baan mogelijk die een 8-vorm heeft, rondom Aarde en Maan. Ook zijn er
evenwichtspunten in de
ruimte waar een object eeuwig kan blijven in het zwaartekrachtsveld
tussen
Aarde en Maan. In een hoogontwikkelde technologische samenleving kan op
zulke
plaatsen een hele grote ruimtekolonie worden gebouwd, bijvoorbeeld voor
industriële activiteiten onder gewichtsloze omstandigheden. Voorshands
blijft dit nog speculatie en science fiction.
Ruimtelift
Erg speculatief
is het
volgende. We hebben gezien dat een satelliet in een geosynchrone baan
gebracht
kan worden. Heel strikt genomen gaat dit mathematisch op voor een punt
en niet
voor een object met fysieke afmetingen. Maar in de praktijk is
voldoende dat
het fysieke middelpunt van de kunstmaan in de geosynchrone baan moet hangen.
Stelt u zich nu
een
satelliet voor met een heel langwerpige vorm: als die vorm,
bijvoorbeeld het
Empire State Building, precies naar de aarde gericht staat, is de baan
stabiel
als zich evenveel massa boven als beneden de synchrone baan bevindt. En
stel
eens voor dat die satelliet bestaat uit een leefruimte met naar twee
zijden een
hele lange kabel, dan kan de leefruimte in
de
synchrone baan verblijven terwijl de kabels precies van en naar de
aarde
wijzen. Hoe lang kan die kabel zijn? In principe (afgezien van het
dragende
vermogen van de kabel!) zo lang als je wilt, dus bijvoorbeeld ook
35.785
kilometer de twee kanten op. De leefruimte van de satelliet is dan met
het
aardoppervlak verbonden en kan met een lift bereikt worden! Ook deze
gedachte
is uitgewerkt door Clarke, mar helaas
heeft hij geen
kabel kunnen ontwikkelen die het gewicht van die lengte kan dragen. Er
moet nu
eenmaal iets overblijven om naar te streven.
Gebruik
voor
observatie: militair, gps, landbouw,
klimaat,
landmeetkundig
De kunstmanen
in de lage banen
worden voor allerlei doelen gebruikt. Heel bekend zijn de militaire waarnemings- en spionagesatellieten. Ze zijn
niet alleen
bestemd voor visuele waarneming (beelden, explosies) maar ook voor het
opvangen
van elektronisch berichtenverkeer als GSM’s en radiocommunicatie tussen
militaire objecten. De nauwkeurigheid en helderheid heb
ik kunnen zien in de tijd dat ik bij de Kamer Defensie deed en dat mij
in de VS
ruimtefoto’s zijn getoond waarop ik heb kunnen zien dat mensen een
bepaald
uniform droegen (in een land waar dat uniform niets te zoeken had).
Sindsdien
zal de kwaliteit alleen maar verbeterd zijn. Overigens: het lezen van
nummerborden blijft fictie omdat nummerborden verticaal plegen te
hangen en van
bovenaf niet te lezen zijn. Maar ik raad af ongekleed op het strand te
gaan
liggen als u uw privacy waardeert! Uw blindedarm-operatie
is zichtbaar.
Oorspronkelijk
ook
militair is het Global Positioning
System GPS voor verfijnde plaatsbepaling op
aarde.
Met een dertigtal laaghangende satellieten, waarvan er altijd 4 of 5
boven de
horizon moeten zijn, kan je de plaats van een ontvanger tot op enkele
centimeters nauwkeurig vaststellen. Ik heb er eentje op mij terras
gehad die
een plaatsverandering van één trottoirtegel registreerde en die de
hoogte van mijn
tafel tot de grond kon bepalen. Omdat dit een Amerikaans militair
systeem is
waarvan de nauwkeurigheid veranderd kan worden naar believen en omdat
het
civiele gebruik dat niet kan hebben, is de EU nu bezig een eigen
parallelsysteem in de lucht te brengen. De samenleving is te zeer
afhankelijk geworden
van GPS om dat aan de VS-krijgsmacht toe
te
vertrouwen.
De voor het dagelijks gebruik meest bekende toepassing is
KARIN o.i.d., de elektronische sprekende
routekaart in de auto. Via
een landelijke of zelfs Europese wegenkaart wordt met GPS bepaald waar
uw auto
is op die kaart en hoe u verder moet rijden. Tot
en met
mededelingen als “u moet nu links voorsorteren” of “u bent verkeerd
gereden en
moet omkeren zodra dat kan” en “bestemming bereikt”.
Er zijn voorts
gespecialiseerde waarnemingssatellieten voor agrarische en visserij-doeleinden,
voor landmeetkundige doelen, voor bijvoorbeeld klimaatonderzoek etc.
Kennelijk
zijn de hoge kosten geen belemmering.
Energievoorziening
van kunstmanen
Wat ze ook
doen, kunstmanen
hebben altijd energie nodig. Hoe energiezuinig ook, kunstmanen draaien
op
elektriciteit. Die kan opgewekt worden met kleine atoomcentrales:
radioactieve
stoffen geven bij het uiteenvallen warmte af en die warmte kan omgezet
worden
in elektrische stroom. Voor afscherming hoeft in de ruimte niet gezorgd
te
worden. Alleen als ze neerstorten zijn deze centrales gevaarlijk. Tot
op heden
zijn er geen ongelukken me gebeurd, doordat ze verbrand en verstrooid
zijn in
de hoge atmosfeer bij terugkeer op aarde of doordat ze toch nog zo
gestuurd
konden worden dat het neerstorten gebeurde boven de oceanen. In
principe is dit
toch een heel vieze manier van energievoorziening, die vooral voorkomt
bij
militair spul.
Véruit de
meeste
kunstmanen zijn voorzien van soms enorme zonnepanelen. Deze vorm van
energieopwekking
is in beginsel duurzaam en oneindig, zolang de panelen niet degenereren.
De tweede vorm
van energie
die de meeste kunstmanen aan boord hebben is wat raketbrandstof, niet
voor de
voortstuwingsraketten, maar voor kleine correcties: zonnepanelen
gericht houden
op de zon en goed op hoogte blijven in de geostationaire baan omdat
anders de
plaats gaat verlopen. De brandstof is op een gegeven moment op, en dat
is dan
het einde van de effectieve bruikbaarheid (tenzij je kunt bijtanken met
de
Spaceshuttle).
Militaire
satellieten zijn soms heel bestuurbaar
en kunnen in tijd van nood heel laag gezet worden om nauwkeuriger te
observeren
of van baan veranderd worden om bepaalde gebieden extra in de gaten te
houden.
Dat vreet uiteraard energie/brandstof.
Gebruik
voor
communicatie, low orbit
telephony, geostationair
Heel lage banen
brengen de
satelliet binnen bereik van niet eens zo krachtige zenders als
bijvoorbeeld een
draagbare telefoon. Je hebt er dan wel een hoop van nodig als je een
wereldomspannend netwerk van telefoonverbindingen wilt garanderen.
Zulke
systemen bestaan al en zijn een uitkomst in gebieden als woestijnen,
oerwouden,
op open zee en in door gevechten en opstanden geteisterde gebieden.
Voor reizigers,
journalisten en opstandelingenleiders, terroristen, vissers, zeezeilers
en
mensen met geld teveel een hele uitkomst.
Verre
afstandscommunicatie
kan via radio, maar is storingsgevoelig en kan beter via
kabelverbindingen.
Maar in toenemende mate geschiedt het via communicatiesatellieten in
een
geostationaire baan. Het enige onhandige voor telefonie is dan de
meetbare vertraging
door de af te leggen afstand. We zien allemaal op de TV wel eens zo’n interview waarbij het lang duurt voor het
antwoord
komt. En we hebben allemaal wel eens zo getelefoneerd. Voor
computerverbindingen die vaak langdurig eenrichtingverkeer hebben, doet
dit er
niet toe.
Internet/computergebruik
Voor het gewone
computergebruik is een satellietkanaal-verbinding
meestal dodelijk: als ik vanuit een ver land inlog op mijn Nederlandse provider of als ik verbinding leg met het
Kamernetwerk, dat
zal ik merken dat de vertraging groter is dan de time-out van de
computercommunicatie. De computer verbreekt dan de verbinding. Dat kan
beter
via lokaal internet, dat gelukkig de meeste
hotel tegenwoordig
wel verzorgen.
Internet over
de satelliet
werkt voor particulieren met twee verbindingen: je belt in bij het
verzorgende
bedrijf en dat verwerkt je signaal en stuurt het terugkerende via een
grote schotel
naar een kunstmaan die het vervolgens weer naar de aarde stuurt. Met
een
schotel kan je het dan weer opvangen en op je scherm krijgen. Het
voordeel:
meestal is het “verzoek” klein van omvang en de snelheid doet er niet
toe; het
terugkerende signaal is vaak zéér omvangrijk en het opvangen kost veel
tijd en
bandbreedte. Per satelliet gaat dit veel sneller en dus goedkoper. Voor
particulieren is dit meestal toch te kostbaar.
Omroepsatellieten
Ik kom nu tot
de hoofdmoot
van deze lezing. Het meest praktische nut dat wij als gewone burger
kunnen
merken van het hele satellietgebeuren van de laatste twintig jaren, is
op
omroepgebied (naast de verkeersgeleiding in het autoverkeer). De
omroepen
brengen u de beelden van de hele wereld dank
zij de
omroepsatellieten. Nog herinner ik mij de wondere wereld van de eerste Telstar: een grote ballon in een baan om de
Aarde, waar men
TV-signalen tegen liet afketsen vanuit de
VS, die dan
konden worden opgevangen in Europa, gedurende het kwartier dat de
kunstmaan
zowel in de VS als in Europa boven de horizon stond. Tegenwoordig komt
het
meeste wereldnieuws voor u onmerkbaar over satellietverbindingen
dagelijks tot
u. Zelfs is het al zo dat bij een beetje debat in de Kamer het
Binnenhof
volstaat met vrachtautootjes met een uplink
op het
dak, voor de verbinding met Hilversum, Aalsmeer of waar dan ook.
Iedereen kan
met simpele
middelen de TV en radio-uitzendingen uit bijna de hele wereld in huis
halen.
Daar heeft men bepaald niet meer de kabel of de sprietantenne voor
nodig!
Schotel,
doorsnee, beweegbaar, belemmeringen
Footprints
Omroepsatellieten
ontvangen het door te geven signaal vanaf de aarde via een zgn. uplink. Dat gaat met nauwkeurig gerichte
parabolische
schotelantennes die een vrij krachtig signaal precies naar de satelliet
richten. Dat kan met een parabolische antenne op een auto en een zender
op een
krachtige accu, of met een
parabolische antenne ergens in het veld (op een slagveld
of bij
een VN-hoofdkwartier dan wel het Yoegoslavië-tribunaal
of een voetbalwedstrijd dan wel de Olympische Spelen) maar beter met de
enorme
omroepinstallaties die in Nederland in de Flevopolder
of in Zoutkamp staan, met schotels tot 35 meter doorsnee.
De satelliet
straalt dan
via een transponder[1]
het ontvangen signaal weer naar de aarde. En dat moet de burger dan
vanaf
35.000 kM weer
opvangen! Dat
is een wel heel zwak geworden signaal! Essentieel daarom is dat de
schotelantenne
min of meer exact gericht staat op de satelliet. Dat is ook het belang
van de
vaste plaats in de geostationaire baan boven de evenaar.
Voor de zwakste
satellietsignalen is een grote schotel nodig. Maar voor de normale
ontvangst
volstaat een schotel van minder dan een meter doorsnee. De parabolische
schotel
zorgt dat het invallende signaal wordt geconcentreerd op de boven
de schotel gemonteerde kop (de zgn. LNB), waar het hoogfrequente
signaal wordt
teruggebracht naar een frequentie waar uw TV iets aan heeft. Ik laat
dan
details als polarisatie maar even weg. Waar het op neerkomt
is dat een schotel van 60 á 80 cm voldoende is om de meeste
omroepsignalen op
te vangen.
De schotel moet
worden
uitgericht op de satelliet die u wilt ontvangen. De nauwkeurigheid van
het uitrichten
is geringer dan voor de uplink. Alle
omroepsatellieten
hangen dus in een baan om de aarde precies boven de evenaar, en zover
weg dat
het lijkt alsof ze oneindig ver weg staan. De richting van de schotel
wordt dus
bepaald door wáár boven de evenaar de satelliet hangt. De meestgebruikte
Europese omroepsatelliet is de Astra, die op ruim 19 graden
Oosterlengte hangt,
dus boven Congo. Dat is niet pal naar het
zuiden maar
bij ons vandaan een 14 graden naar het
Oosten. Als je
in Griekenland bent wél pal naar het zuiden. De hoogte boven de horizon
moet
zijn 37 graden (maar in Griekenland 50 graad) en als je op de evenaar
zit, pal
omhoog. Die Astra bestaat overigens uit 8 satellieten in een box van
80x80x80 kM.
En er moet een
onbelemmerd
zicht zijn op de satelliet, dus, ruim genomen, naar het zuiden. De
schotel kan
dus niet aan de noordgevel zitten, en ook
een boom
verhindert de ontvangst. (Regen geeft een duidelijk minder ontvangst.)
Hoogte
boven de grond is niet van belang. Mijn schotel staat thuis op mijn
achterterras
en bij mijn caravan op een statiefje op de grond.
Bij mijn
caravan heb ik
een satellietschotel en twee decoders. Het uitrichten is zo kinderlijk
eenvoudig dat ik er meestal geen vijf minuten over doe. Vaak mik ik in
1 keer
raak. Het verzetten naar een andere satelliet doe ik met de hand. Ik
overweeg
de aanschaf van een bijzonder gevormde schotel, die twee of drie
satellieten
tegelijk kan ontvangen. Hoef ik niks meer te draaien!
Met een vaste
schotelopstelling kan je dus één satelliet ontvangen. Nu is dat niet
erg
hinderlijk, want de gewone Astra geeft je honderden kanalen waaronder
alle
Nederlandse, de meeste Duitse, CNN etc. Met een beweegbare
schotelopstelling (met
elektromotor) kan je echter richten op andere satellieten, zoals Eutelsat/Hotbird op
13 Oost en de
nieuwste Astra 1d op 29 Oost. Maar ook op de PanAmsat
op 43 graden West waarmee Noord- en
Midden-Amerikaanse
zender zijn binnen te halen. De as waaromheen de schotel draait, moet
zorgvuldig parallel aan de aardas opgesteld worden. Nieuwste
ontwikkeling is
dus een niet parabolische maar veel gecompliceerdere vorm van schotel
die de
beide Astra’s + de Hotbird in één keer
ontvangt, mist
je decoder dat aankan.
Via uitgekiende
zendantennes op de satelliet is te bepalen waar de zender te ontvangen
is. Een
transponder is geen rondomzender maar
werkt als een
nauw zoeklicht. Dat scheelt aan zendenergie, van groot belang voor de
industrie. De “footprint” van een
transponder kan
vooraf worden bepaald. De Astra is dus te ontvangen in West-Europa,
van ongeveer midden Ierland tot Noord-Griekenland,
maar niet goed daarbuiten, zoals Scandinavië en Noord-Afrika.
De meeste Astra-transponders hebben
en “Moskou-lob” en een “Canarische
Eilanden-lob”. Wie met vakantie is in
oostelijk of
zuidelijk Griekenland of aan de Atlantische kust van Ierland, of in
Scandinavië,
Marokko of Turkije, is dus aangewezen op de Hotbird.
En er zijn footprints voor bijvoorbeeld
uitsluitend
de landen direct rond de Middellandse zee, of het Midden-Oosten. De PanAmsat boven Brazilië bedient Noord-
en Midden –Amerika, maar heeft gelukkig ook één transponder met West-Europa als footprint.
Voor een
schotel + kop(LNB)
tel je niet meer dan pakweg € 100 neer. Een
beweegbare
installatie vergt het dubbele.
Van hieruit
zijn een stuk
of tien omroepsatellieten te ontvangen. Naast de twee Astra´s en de Eutelsat/Hotbird
voegen de
anderen vrij weinig toe. De PanAmSat
noemde ik reeds, en de rest is vooral van
belang voor Skandinavië of voor zgn. Feeds,
de incidenteel gebruikte doorgiftekanalen
voor de
omroepen onderling. Voor bepaalde bevolkingsgroepen zijn de Turksat
en de Arabsat natuurlijk van bijzondere
betekenis. Arabsat vereist echter minimaal
een schotel van 4 meter
doorsnede en een bijzonder decoder.
Analoog
De simpelste
manier van
ontvangst is met een analoge decoder. Die koop je voor rond de € 100.
Richten
is geen echte kunst: een klein kompasje helpt je met de oosterlengte.
En de
hoogte is daarna gemakkelijk te vinden: je richt ´m min of meer schuin
omhoog
en doet-ie-het, dan is het goed. Ik
gebruik bij mijn
caravan een analoge decoder voor het uitrichten van de schotelantenne.
Nadat de
schotel goed is gericht, schakel ik over naar de digitale decoder.
Analoog is aan
het
verdwijnen. Voornamelijk Duitse zenders en een paar zenders
die de oude klanten nog willen bedienen, zoals CNN, + landen die
zo
primitief zijn dat ze de overstap naar digitale uitzending niet kunnen
maken
(vergelijk de landen die geen FM-uitzendingen
kennen!).
Digitaal
Een redelijke
digitale
decoder koop je voor een paar honderd Euro. Een echt goede met veel
mogelijkheden
en een paar decodeerkaarten kost misschien Euro 400.
Het voordeel
van digitale
uitzendingen is dat via één satelliet-transponder
minstens
8 digitale kanalen kunnen worden doorgegeven + een heel stel
radio-uitzendingen. Analoog kan er maar één kanaal per transponder.
Nadeel is
dat snelle bewegingen (bv.
voetbalwedstrijden) soms
wat streperig overkomen en dat het uitrichten van de schotel veel
nauwkeuriger
moet geschieden. Voordeel is dat je in
plaats van honderden kanalen er ineens duizenden kan krijgen.
De meeste
kanalen zenden
ook Teletekst mee. Nogal wat van de meer exotische landen hebben tot
mijn
genoegen niet alleen alles in de eigen taal ,
maar ook
een internationale sectie.
Digitale TV
geeft een veel
mooier beeld dan wat je thuis via de kabel kan krijgen. Digitale
radio-ontvangst is van CD-kwaliteit, dus
beter dan de
FM-ontvangst die je gewend bent.
Wat
kan je hier krijgen?
Op de
(digitale) satelliet
zijn op Astra alle Nederlandse zenders, publiek + commercieel,
verkrijgbaar en
ook BVN, het samenwerkingskanaal met
België dat ongecodeerd
het nieuws doorgeeft.
Op Hotbird
is wat Nederlandstalige uitzendingen alleen BVN te zien, op onmogelijke
uren
als tussen 2 en 4 uur ’s-nachts, naast een
heel
interessant boeket aan exotische zenders.
Thuis heb ik dankzij
een beweegbare schotelantenne van 1
m. doorsnee en een gekraakte decoderingskaart
letterlijk duizenden kanalen tot mijn beschikking. Ik denk dat er geen
land is
in Oost- en West-Europa
(op
Vlaanderen na!) waar ik niet minstens één station kan ontvangen. Van
Engeland
bijvoorbeeld kan ik niet alleen naar BBC 1 en 2 kijken, maar ook 3 en
4. Ook
van alle landen rond de Middellandse zee, m.u.v. Israël, kan ik de
uitzendingen
volgen. Veel van die uitzendingen vinden natuurlijk plaats in talen die
wij
niet beheersen. Maar er worden ook veel films en nieuws ondertiteld
uitgezonden
in de originele taal, dus vaak in het Engels of Duits. En dan kan ik
het
begrijpen. Ook die Engelstalige Teletekst is heel leerzaam. Natuurlijk
is het
alleen curieus om te weten welke apotheek in Dubai
weekenddienst heeft, maar het geeft je een heel verfrissende blik op de
wereld
om te lezen hoe bepaalde gebeurtenissen over komen in Dubai:
opvallend vaak bepaald afwijkend van de berichtgeving in ons Westen.
Er zijn ook
speciale
uitzendingen vanuit Japan, China, Thailand, Pakistan en India maar ook
Vietnam,
gericht op Europa en de daar wonende landgenoten en belangstellenden,
met vaak
Engelse ondertiteling, of zelfs in het Engels. Zo heb ik naar de
Japanse
uitzending zitten kijken bij de bevrijding door het Chileense leger van
de
Japanse Ambassade in Chili destijds. Ik combineerde dat met de
uitzending van
CNN over die gebeurtenis.
Voor mijn vak
is van
belang dat veel Parlementen een eigen satellietkanaal hebben met
uitgebreide uitleg
op teletekst en met herhalingen (o.a. UK, Frankrijk, Duitsland,
Luxemburg,
Griekenland, Spanje en Italië).
Tenslotte de Amerikaanse
zenders.
Heel nuttig om het onverdunde patriottisme mee te maken dat in de VS
gemeengoed
is geworden. En interessant om uitzendingen te volgen uit Mexico of
Nicaragua.
Tot
zover de
wondere
wereld boven ons hoofd.
[1] TRANSmitter/resPONDER