
Gentsestraat 22a, 2587 HT,
Scheveningen * tel: 070.354.10.81 * email:
bestuur@bns.myweb.nl
|
Toetsstenen
Bewonersorganisatie Noordelijk Scheveningen Samenvattend zijn onze
randvoorwaarden, wensen en verlangens als volgt. ·
Blijvend
vrij zicht op strand en zee voor de bewoners die nu ook dat vrije zicht
hebben. ·
Blijvend
vrij zicht op strand en zee voor de voetgangers en automobilisten op de
Boulevard. Dit limiteert enerzijds de hoogte van het strand onder het
fundament van de strandtenten en limiteert anderzijds hoever een
damwand boven de (verhoogde) Boulevard uit zal steken. ·
Bij
Boulevardverhoging een adequate oplossing voor de landzijdige
Horeca en ook voor het Kurhaus. ·
Absoluut
bouwverbod voor het gebied vóór de huidige Boulevard - behoudens
wellicht wat straatmeubilair. Dus ook geen tweezijdige bebouwing van de
huidige Boulevard. ·
Bij
een grote strandverbreding verplaatsing van de strandtenten naar de
nieuwe kustlijn. ·
Bij
een grote strandverbreding een nieuwe wandel/rijweg/Promenade direct
langs het nieuwe strand. ·
Integrale
planning van de nieuwe kustverdediging en de flankerende maatregelen. ·
Hiervoor
eerst een Milieueffectrapportage (MER) en een bestemmingsplan. ·
Overeenstemming
met alle betrokken bestuursniveaus. ·
Integraal
financieringsplan waaruit niet alleen de kustversterking sec maar ook
alle flankerende maatregelen bekostigd worden. |
Zeezicht Scheveningen vanuit de woonbebouwing

De mogelijke methoden voor
versterking van de Scheveningse kustverdediging, algemeen
Zien
wij het goed, dan zal er iets uitkomen dat het midden houdt tussen enerzijds het model waarin een enorm
extra pak zand op de kust wordt gelegd (strand ophogen
tot de hoogte van de boulevard en verbreden
tot een breedte van aflopend 300 tot 60 meter) en anderzijds
het model waarin een forse damwand wordt geslagen langs
de huidige strandmuur (scheiding tussen strand en Boulevard), met een
damwand
van -5m NAP tot +10m NAP (voor een goed begrip: de Boulevard ligt nu op
+7 m
NAP) waarbij het strand slechts iets (1 m?) wordt opgehoogd.
Met
alle begrip voor de noodzaak de kustverdediging te versterken, willen
wij als
bewonersorganisatie namens de bewoners met direct uitzicht op zee maar
ook
namens de wijkbewoners die meer incidenteel komen genieten van kust,
strand en
Boulevard, wel enige randvoorwaarden stellen aan de te maken keuze. In
grote
trekken is die belangrijkste randvoorwaarde wel dat zowel vanuit de
woonbebouwing
als voor de wandelaars op de huidige Boulevard vrij zicht op zee,
strand en
eventueel lage duinbegroeiing gehandhaafd zal worden.
Deze
randvoorwaarde heeft ook gevolgen voor de locatie van de strandtenten
in de
toekomst en voor de hoogte van de toekomstige Boulevard. Bij een
damwand die 3
meter boven de huidige Boulevard uit steekt hoort dus de eis dat de
Boulevard
ook wordt opgehoogd en dat een oplossing wordt gevonden voor de landzijdige horeca langs de huidige Boulevard.
Bij een
ophoging van het zand van het strand tot Boulevardhoogte hoort dus de
eis dat
de strandtenten niet langs de Boulevard komen te staan als een zeezijdige gevelwand die het zicht op zee en
strand
belemmert.
Wellicht
is een mengvorm de beste uitkomst: ophoging van het strand met méér dan
1m en
wat forsere verbreding, aangevuld met een damwand tot maximaal 1 m
boven de
huidige Boulevard. In deze trade-off
moet de kustveiligheid steeds gelijk kunnen
blijven.
Flankerende
maatregelen, vooral te nemen door de gemeente
Het
in voorbereiding zijnde voorbereidingsbesluit, vooruitlopend op een
bestemmingsplanwijziging, zal rekening moeten houden met de
uiteindelijke
keuzen, en zal dus zeker nog wel even op zich moeten laten wachten. In
elk
geval is de huidige begrenzing tot het huidige strand onvoldoende en
zal zeker
ook de Boulevard zelf en een adequate zeewaartse
strook er bij betrokken moeten worden.
Keuze voor een fors extra pak zand, met
enorme breedte (waarbij wij
er qua
uiterlijk vanuit zijn gegaan dat er een situatie kan ontstaan die
vergelijkbaar
is met het huidige Noordwijk).
Bij
deze keuze is er een probleem vanuit de bovengestelde randvoorwaarde
indien de
gemeente al dan niet tijdelijke bebouwing zou willen toestaan van deze
nieuwe
duinvlakte. Dit nieuwe gebied zou absoluut onbebouwd moeten blijven; de
strandtenten
zouden zich moeten vestigen op het nieuwe strand, langs de zee en onder
het
zichtniveau vanaf de Boulevard. Onder geen omstandigheid mag worden
toegestaan
dat de ‘strand’tenten zich nestelen op het nieuwe duingebied dat
gelijkvloers
ligt met de Boulevard, want dan wordt de Boulevard een gewone
tweezijdig
bebouwde doorgaande route en is het zicht op strand, zee en duin wel
weg.
Bovendien zou er dan al heel snel de neiging ontstaan de ‘strand’tenten
maar
het jaar rond te laten staan, met alle negatieve gevolgen van dien ook
voor de landzijdige horeca.
Denkbaar
is dat - als de strandtenten zich vestigen op het nieuwe strand dat
zo’n 100 á
200 meter van de Boulevard ligt - er dringende behoefte zal zijn aan
een nieuw
pad op de hoge zandmassa (een soort nieuwe wandelboulevard/aanvoerweg
zonder
andere bebouwing dan wat zitbankjes en lantarenpalen).

De
Boulevard te Noordwijk, met zand
(strand/duin) tot op
de Boulevard
De
zeezijde van deze Boulevard is onbebouwd; men kijkt over het
zand heen
Keuze voor de damwand-oplossing
Voor
de direct omwonenden een afzichtelijk gezicht hoewel de hoger gelegen
woningen
nog wel hun zicht op zee behouden. Stedenbouwkundig is dit echter een
aanfluiting van de eerste orde. Vanaf de Boulevard heeft men geen vrij
zicht
meer op zand en zee maar zicht op een drie meter hoge muur. De
Boulevard is
gereduceerd tot een vrij smalle doorloop die tweezijdig een gevelwand
toont i.p.v.
aan één zijde de wijdsheid van strand en
zee. De
damwandoplossing die 3 meter boven de Boulevard uitsteekt is absoluut
onaanvaardbaar.
Een
- gebrekkige - oplossing daarvoor zou kunnen zijn de huidige Boulevard
2 á 3
meter te verhogen. De strandtenten kunnen dan aan de andere zijde van
die
damwand hun plek vinden. Een verhoging van 2 á 3 meter geeft echter
ongetwijfeld ernstige bezwaren bij de exploitanten aan de landzijde van
de
Boulevard: hun panden zijn dan tot plafondhoogte onder het zand komen
te
liggen. En niet goed valt te zien hoe het zal functioneren als hun
panden en
hun terrassen niet opgehoogd worden terwijl de wandelroute een paar
meter hoger
ligt.
Een mengoplossing
Hoewel
wij geen waterstaatingenieurs zijn en wij dus niet de uitvoerbaarheid
van een
mengvorm kunnen overzien, willen wij toch vanuit onze belangen en
rekening
houdend met het algemeen veiligheidsbelang, de volgende combinatie van
maatregelen bepleiten (waarbij wij uitgaan van een niveau van + 7 meter
voor de
huidige Boulevard):
-
een
damwand tot
+8 meter of iets meer
-
verhoging
van het
strand met minstens een meter en verbreding met minstens 100 meter
-
eventueel
verhoging/verbreding van de kunstmatige zandbank die een paar jaar
geleden vóór
het strand is neergelegd
-
verhoging
met 1
meter of iets meer van de huidige Boulevard tussen Vissershavenweg en
Zwarte
Pad (eventueel te beperken tot de Pier als de damwand noordelijk van de
Pier
lager kan). Niet ophogen van de terrasgebieden tussen Kurhaus en
noordelijk
einde van de Boulevard.
Integrale
aanpak nodig, niet een deelplan als het onderhavige
De
voorgelegde aanpak vanuit het Hoogheemraadschap is onvoldoende.
Weliswaar
worden de plannen/alternatieven mede gepresenteerd door gemeente en
provincie,
maar met name de gemeentelijke plannen zijn niet geïntegreerd met deze
aanpak,
waardoor het onmogelijk is tot een afgewogen oordeel te komen.
Bekend
is bijvoorbeeld dat de gemeente bezig is met de reconstructie van de
Boulevard
naar ontwerp van de Spaanse architect Morales.
Tegelijk is er een plan in ontwikkeling voor de verkeersafwikkeling
langs de
Boulevard. Het plan Morales was (mede)
geïnspireerd
door de wens iets te doen aan de kustverdediging
ter hoogte van de kop van de Keizerstraat. Welaan: beide plannen
tegelijk is er
één teveel, zo lijkt ons. En de logische verlegging van verkeersstromen
zal
zeker een rol moeten spelen bij de integrale ontwikkeling van een plan
voor de
bereikbaarheid van strand/strandtenten bij een aanmerkelijke verbreding
en
verhoging van het strand en zeewaartse
verlegging van
de locatie van de strandtenten.
Ondertussen
is op Rijksniveau de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat doende
een
standpunt te formuleren op het zojuist uitgebrachte rapport van de
Commissie
Poelman (zie http://www.verkeerenwaterstaat.nl/cgi-bin/nieuws/vwn_p.pl?arch_srcID=3094&id=2)
en de bijlage van deze zienswijze. Het lijkt erop dat de gedachten op
Rijksniveau wellicht niet geheel sporen met die op regionaal/lokaal
niveau. Dit
zal onzekerheid en wellicht financieringsproblemen met zich meebrengen
(waar
Rijkssubsidie nodig is). Hierover dient eerst overeenstemming bereikt
te worden
voordat begonnen wordt met losse plannen langs de kust.
Hiervoor
is al gewezen op de gewenste bestemmingsplanontwikkeling. Wij verlangen
dat er
een complete bestemmingsplanprocedure zal worden doorlopen voor de uit
te
voeren plannen. Alleen op die manier is voor alle betrokkenen (zowel
bewoners,
ondernemers als betrokken overheden) de rechtszekerheid te verkrijgen
die nodig
is voor een zó ingrijpende aanpassing van het kustprofiel voor de
komende eeuw.
Dit is voor de bewonersorganisatie van doorslaggevend belang.
Hieraan
voorafgaand zal een complete Milieueffectrapportage (MER) opgesteld
moeten
worden. De plannen zijn veelomvattend, interdisciplinair en zijn van
bovenregionale betekenis (want zo mag je het Schevenings zeefront toch
wel
beschouwen, met zijn 9 mln. bezoekers per jaar). De bewoners èn de plannen kunnen hier alleen beter van
worden!
Integrale financiering.
Niet
alleen de kustverdediging sec zal gefinancierd moeten worden. Ook de
hierboven
genoemde flankerende maatregelen zullen bekostigd moeten worden. Het
gaat niet
aan deze investeringen los van elkaar te beschouwen, want dan zal zeker
het
gevaar ontstaan dat bepaalde zaken (van het Hoogheemraadschap) wél van
de grond
komen terwijl bijbehorende werken (van de gemeente) blijven liggen of
niet
aangepakt zullen worden. Wij verlangen dus dat de betrokken overheden
(wellicht
in een PPS-constructie met het
bedrijfsleven) één
allesomvattend financieringsplan op zullen stellen dat voorziet in alle elementen van de nieuwe
kustverdediging, zand, zee, damwand, (wegen)infrastructuur en
verkeersaanpassing,
eventuele relocatie van de strandtenten en
wat er nog
meer bij komt kijken.
Overigens
zou het ons niet verbazen als de financiering geen echt probleem zou
zijn. De leen- en afbetalingscapaciteit
van het Hoogheemraadschap is
immens gezien de omslagmogelijkheid waar men over beschikt.
Staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen van Verkeer en Waterstaat wil het beschermingsniveau in buitendijkse woongebieden aan de kust gaan vastleggen. Dit geeft zij aan naar aanleiding van een advies dat de Commissie Bescherming en ontwikkeling van buitendijkse gebied in kustplaatsen onder leiding van de Noord Hollandse gedeputeerde Patrick Poelmann op haar verzoek heeft geschreven. Op dit moment geldt geen beschermingsniveau voor buitendijkse gebieden. Klimaatveranderingen met als gevolg zeespiegelstijging zijn voor haar aanleiding om dit beschermingsniveau vast te leggen. Tevens wordt helderheid en ruimte geboden voor meer ruimtelijke en economische ontwikkeling aan de kust. Dit is van belang voor 13 badplaatsen, waaronder Zandvoort, Katwijk en Cadzand. In het advies is voor alle betrokken overheden een rol benoemd om de gewenste ontwikkelingen te bevorderen. Staatssecretaris Schultz heeft het advies vandaag in ontvangst genomen en geeft aan het advies op hoofdlijnen over te zullen nemen.
De Commissie Poelmann is de afgelopen maanden tot de conclusie gekomen dat in de buitendijkse gebieden van de betrokken badplaatsen de bescherming tegen de zee op het ogenblik voldoende is. Maar met het oog op zeespiegelstijging en klimaatverandering is het wel zaak om het huidige beschermingsniveau in die gebieden te behouden. De kans op schade door duinafslag en overstroming bij stormen mag niet toenemen. Staatssecretaris Schultz beaamt dit en zal de nodige maatregelen nemen, zoals het optimaliseren en waar nodig uitbreiden van de zandsuppleties op het strand en onderwater.
Niet alleen behoud van de huidige bescherming biedt zekerheid en is daarmee gunstig voor het investeringsklimaat. Ook moeten gemeenten, provincies en waterschappen mogelijkheden benutten om bestaande bouwbelemmeringen in kustplaatsen te verminderen. In gevallen waar investeerders meer bescherming wensen dan het huidige niveau is dit voor hun eigen rekening. De adviezen van de Commissie Poelmann op dit punt worden door staatssecretaris Schultz gesteund.
De staatssecretaris zal eind dit jaar de Tweede Kamer nader informeren over de nieuwe aanpak voor kustplaatsen, tegelijk met een meer ontwikkelingsgericht beleid voor de buitendijkse gebieden van de grote rivieren.